A1.36.2 - To be doing + infinitive
Zijn aan het + infinitief
Gebruik 'zijn aan het' + infinitief om lopende acties te beschrijven,.
(Use 'zijn aan het' + infinitive to describe ongoing actions.)
- Formula: zijn + aan het + infinitief.
- Used for actions that are currently in progress.
- Always use the verb zijn as an auxiliary verb.
| Persoon (Person) | Voorbeeld (Example) |
|---|---|
| Ik | Ik ben bloemen aan het zaaien. (I am sowing flowers.) |
| Jij | Jij bent de planten aan het sproeien. (You are watering the plants.) |
| Hij/Zij | Hij/zij is aan het planten. (He/She is planting.) |
| Wij | Wij zijn aan het werken in de tuin. (We are working in the garden.) |
| Jullie | Jullie zijn aan het spelen buiten. (You (plural) are playing outside.) |
| Zij | Zij zijn aan het voetballen. (They are playing football.) |
Exercise 1: Zijn aan het + infinitief
Instruction: Fill in the correct word.
aan het sproeien, zijn aan het klimmen, is aan het werken, is aan het groeien, zijn aan het verwelken, aan het regenen is
Exercise 2: Multiple choice
Instruction: Choose the correct answer
1. Ik _____ de planten op kantoor aan het sproeien, want ze zijn heel droog.
I _____ the plants in the office because they're very dry.)2. Wij _____ nieuwe bloemen aan het zaaien in de voortuin.
We _____ sowing new flowers in the front garden.)3. U _____ de boom aan het snoeien en ik ben de stenen aan het verplaatsen.
You _____ trimming the tree and I'm moving the stones.)4. Zij _____ kamerplanten aan het kiezen voor hun nieuwe kantoor.
They _____ choosing houseplants for their new office.)Exercise 3: Rewrite the phrases
Instruction: Rewrite the sentences using the construction ‘zijn aan het + infinitive’ to show that the action is happening now.
-
Ik lees een boek over tuinieren.⇒ _______________________________________________ ExampleIk ben een boek over tuinieren aan het lezen.(Ik ben een boek over tuinieren aan het lezen.)
-
Jij kookt vanavond pasta voor je vrienden.⇒ _______________________________________________ ExampleJij bent vanavond pasta voor je vrienden aan het koken.(Jij bent vanavond pasta voor je vrienden aan het koken.)
-
Hij maakt foto’s van de bloemen in de tuin.⇒ _______________________________________________ ExampleHij is foto’s van de bloemen in de tuin aan het maken.(Hij is foto's van de bloemen in de tuin aan het maken.)
-
Wij werken samen in de tuin van het kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleWij zijn samen in de tuin van het kantoor aan het werken.(Wij zijn samen in de tuin van het kantoor aan het werken.)
-
Jullie pakken nieuwe planten in het tuincentrum.⇒ _______________________________________________ ExampleJullie zijn nieuwe planten in het tuincentrum aan het inpakken.(Jullie zijn nieuwe planten in het tuincentrum aan het inpakken.)
-
Zij praten met de medewerker over potgrond.⇒ _______________________________________________ ExampleZij zijn met de medewerker over potgrond aan het praten.(Zij zijn met de medewerker over potgrond aan het praten.)
Apply this grammar during real conversations!
These grammar exercises are part of our conversation courses. Find a teacher and practise this topic during real conversations!
- Implements CEFR, DELE exam and Cervantes guidelines
- Supported by the university of Siegen
Written by
This content has been designed and reviewed by the coLanguage pedagogical team: About coLanguage