Veel kinderen zijn bang voor de tandartsstoel. Hoe help je hen zich geruster te voelen en hun melkgebit te verzorgen?
Beaucoup d'enfants ont peur du fauteuil dentaire. Comment les aider à se sentir plus en confiance et à prendre soin de leurs dents de lait ?

Exercice 1: Immersion linguistique

Instruction: Regardez la vidéo et répondez aux questions associées.

Mot Traduction
De stoel gaat naar achteren Le fauteuil s'incline vers l'arrière
Met een spiegeltje kijken Regarder avec un petit miroir
De spiegel en het haakje Le miroir et l'outil crochet
Goed gepoetst hebben Avoir bien brossé
Ik zet de lamp aan J'allume la lampe
Naar de tanden kijken Observer les dents
Doe je mond wijd open Ouvre grand la bouche
Met een luchtpijpje Avec un petit soufflet d'air
In de mond blazen Souffler dans la bouche
Het kriebelt Ça chatouille
Staan er tanden los bij je? As-tu des dents qui bougent ?
De tanden tellen Compter les dents
Isa gaat in de tandartsstoel zitten en de stoel gaat een beetje naar achteren. (Isa s'assoit dans le fauteuil du dentiste et le fauteuil s'incline un peu vers l'arrière.)
De tandarts zet de lamp aan en kijkt naar haar tanden. (Le dentiste allume la lampe et examine ses dents.)
Hij controleert of het meisje goed heeft gepoetst. (Il vérifie si la fillette s'est bien brossé les dents.)
Hij gebruikt een spiegeltje en een haakje om te kijken. (Il utilise un petit miroir et un outil en forme de crochet pour regarder.)
Isa moet haar mond wijd opendoen. (Isa doit ouvrir grand la bouche.)
Met een luchtpijpje blaast hij in haar mond; dat kriebelt. (Avec un petit soufflet d'air, il souffle dans sa bouche ; ça chatouille.)
De tandarts telt de tanden en vraagt of er tanden losstaan. (Le dentiste compte les dents et demande si certaines dents bougent.)
Daarna zet hij de stoel weer rechtop en doet de lamp uit. (Ensuite, il remet le fauteuil en position verticale et éteint la lampe.)
Het ziet er goed uit. (Tout a l'air en ordre.)
Isa vertrekt met een brede glimlach. (Isa repart avec un large sourire.)

1. Wat doet de tandarts als Isa in de stoel zit?

(Que fait le dentiste quand Isa est dans le fauteuil ?)

2. Waardoor begint het bij Isa te kriebelen?

(Qu'est-ce qui fait que ça chatouille pour Isa ?)

3. Wat vraagt de tandarts terwijl hij naar de tanden kijkt?

(Que demande le dentiste pendant qu'il regarde les dents ?)

4. Hoe eindigt de afspraak van Isa bij de tandarts?

(Comment se termine le rendez-vous d'Isa chez le dentiste ?)

Exercice 2: Dialogue

Instruction: Lisez le dialogue et répondez aux questions.

De tandarts

Le dentiste
1. De tandarts: Hallo Floortje, ik ben Thijn. We gaan naar je tanden kijken en we gaan ze tellen. Is dat goed? (Bonjour Floortje, je suis Thijn. Nous allons regarder tes dents et les compter. Ça te va ?)
2. Het kind: Goed… maar ik ben een beetje bang. (D'accord… mais je suis un peu effrayée.)
3. De tandarts: Dat is heel normaal. Als je een pauze wilt, steek dan je hand op. Ik leg je alles rustig uit. (C'est tout à fait normal. Si tu veux faire une pause, lève la main. Je t'explique tout calmement.)
4. Het kind: Gaat het pijn doen? (Est-ce que ça va faire mal ?)
5. De tandarts: Nee, het doet geen pijn. Kijk, dit is de lucht- en waterspuit. Hij blaast lucht en een klein straaltje water. (Non, ça ne fait pas mal. Regarde, voici le jet d'air et d'eau. Il souffle de l'air et envoie un petit filet d'eau.)
6. Het kind: Oh! Dat kietelt. En die blauwe slang, wat is dat? (Oh ! Ça chatouille. Et ce tuyau bleu, c'est quoi ?)
7. De tandarts: Dat is de zuiger. Kijk, op mijn vinger: hij zuigt alleen water en speeksel op. (C'est l'aspirateur. Regarde, sur mon doigt : il n'aspire que de l'eau et de la salive.)
8. Het kind: Wauw, hij zuigt hard. En wat zit er in dat doorzichtige zakje? (Ouah, il aspire fort. Et qu'est-ce qu'il y a dans ce sachet transparent ?)
9. De tandarts: Dat is de onderzoeksset. De spiegel kijkt diep in je mond en met de sonde kan ik je tanden tellen. (C'est la trousse d'examen. Le miroir regarde au fond de ta bouche et avec la sonde je peux compter tes dents.)
10. Het kind: Ga je dat in mijn mond doen? (Tu vas le mettre dans ma bouche ?)
11. De tandarts: Ja. Ik leg het voorzichtig op je tand en ik tik een beetje. Je zult zien: het doet geen pijn. Doe je mond nu maar wijd open, als een leeuw. (Oui. Je le pose doucement sur ta dent et je tapote un peu. Tu verras : ça ne fait pas mal. Ouvre grand la bouche maintenant, comme un lion.)

1. Waar gaat dit gesprek vooral over?

(De quoi parle principalement cette conversation ?)

2. Wat zegt de tandarts als Floortje bang is?

(Que dit le dentiste quand Floortje a peur ?)