Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
| Woord | Vertaling |
|---|---|
| Der Sonntag | De zondag |
| Der Spaziergang | De wandeling |
| Die Familie | Het gezin |
| Der Park | Het park |
| Gemeinsam | Samen |
| Das Café | Het café |
| Die Woche | De week |
| Die Ruhe | De rust |
1. Wann machten viele Familien früher den wichtigen Spaziergang?
(Wanneer maakten veel gezinnen vroeger de belangrijke wandeling?)2. Wohin ging man oft spazieren?
(Waar ging men vaak wandelen?)3. Was machte man am Ende manchmal nach dem Spaziergang?
(Wat deed men aan het eind soms na de wandeling?)Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Das Ehepaar spricht über die alte Tradition des Sonntagsspaziergangs und warum sie ihn wieder brauchen.
| 1. | Udo: | Nach dieser stressigen Woche brauche ich wirklich einen Sonntagsspaziergang. | (Na deze stressvolle week heb ik echt een zondagse wandeling nodig.) |
| 2. | Karin: | Das fühle ich total. Mir fehlt Bewegung und frische Luft. | (Dat voel ik helemaal. Ik mis beweging en frisse lucht.) |
| 3. | Udo: | Früher bin ich sonntags immer mit meinen Eltern durch den Wald am Jakobsberg in OWL gegangen. | (Vroeger ging ik op zondag altijd met mijn ouders door het bos bij de Jakobsberg in OWL.) |
| 4. | Karin: | Bei uns ist man früher am Sonntag nach dem Mittagessen mit den Großeltern in der Nähe von Corvey zum See gelaufen. | (Bij ons liep men vroeger op zondag na de lunch met de grootouders in de buurt van Corvey naar het meer.) |
| 5. | Udo: | Wie schön. Trotz des Stresses hat mir dieses Familienritual geholfen, runterzukommen. | (Wat mooi. Ondanks de stress heeft dit familieritueel me geholpen om tot rust te komen.) |
| 6. | Karin: | Mir auch. Wegen der vielen Termine denke ich oft daran, wieder einen Sonntagsspaziergang zu machen. | (Mij ook. Door de vele afspraken denk ik er vaak aan om weer een zondagse wandeling te maken.) |
| 7. | Udo: | Lass uns heute nach dem Mittagessen ins sonnige Tal wandern. | (Laten we vandaag na de lunch naar het zonnige dal wandelen.) |
| 8. | Karin: | Gute Idee. Wir setzen uns dort zusammen ans Wasser und laufen dann ganz ohne Zeitdruck zurück. | (Goed idee. We gaan daar samen bij het water zitten en lopen dan helemaal zonder tijdsdruk terug.) |
| 9. | Udo: | Genau wie früher: zusammen gehen und reden. | (Net als vroeger: samen wandelen en praten.) |
1. Warum möchten Udo und Karin heute einen Sonntagsspaziergang machen?
(Waarom willen Udo en Karin vandaag een zondagse wandeling maken?)2. Was planen Udo und Karin nach dem Mittagessen?
(Wat plannen Udo en Karin na de lunch?)