A2.21 - Een zondagwandeling maken
Haal je boekLädt Freunde und Verwandte zu einer Wanderung oder einem kleinen Spaziergang ein.
Wortschatz zu Landschaften und Wandern.
Lerne die berühmten Wandergebiete deines Gastgeberlandes kennen.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Het echtpaar praat over de oude traditie van de zondagswandeling en hoeveel ze die weer nodig hebben.
Indirecte vragen met ob rapporteren ja/nee-vragen zoals: „Ich weiß nicht, ob...“, „Er fragt, ob...“.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.