Adjectieven: „den/die/das" + accusatief, „dem/der" + datief

Adjektive:„den/die/das" +Akkusativ, „dem/der"


Verwendung von Adjektiven nach bestimmten, unbestimmten oder ohne Artikel, z.B. „blau, wichtig, schnell, alt".

(Gebruik van adjectieven na bepaalde, onbepaalde of zonder lidwoord, bijv. „blau, wichtig, schnell, alt".)

Kernidee: het lidwoord bepaalt de naamval, het bijvoeglijk naamwoord volgt

Stap 1: kijk eerst naar het lidwoord (den/die/das of dem/der). Dat vertelt je: Akkusativ of Dativ.

Stap 2: zet daarna de juiste uitgang op het bijvoeglijk naamwoord.

  • Akkusativ met den/die/das → vaak zie je -en (bij den) of -e (bij die/das).
  • Dativ met dem/der → bijna altijd -en.
  • Zonder lidwoord (hier: dativ meervoud) → bijvoeglijk naamwoord doet het werk: -en.

Snelle keuzehulp (A2): welke uitgang zie je het vaakst?

den (Akk.) bijv. nw. meestal -en den neuen Reisepass
die (Akk.) bijv. nw. meestal -e die wichtige Sicherheitskontrolle
das (Akk.) bijv. nw. meestal -e das bequeme Flugzeug
dem (Dat.) bijv. nw. bijna altijd -en dem freundlichen Mitarbeiter
der (Dat.) bijv. nw. bijna altijd -en der alten Passagierin
zonder artikel (Dat. mv.) bijv. nw. -en (en vaak ook -n bij het zelfstandig naamwoord) kleinen Kindern

Controleer jezelf met 3 vragen (voor je invult)

  1. Welk lidwoord staat er? den/die/das of dem/der of geen?
  2. Is het Akkusativ of Dativ? (het lidwoord vertelt het al)
  3. Welke “standaarduitgang” hoort daarbij?
    • den → -en
    • die/das (Akk.) → -e
    • dem/der (Dat.) → -en
    • zonder artikel (hier: Dat. mv.) → -en

Veelgemaakte fout: je kijkt naar het Nederlands i.p.v. naar het Duitse lidwoord

  • Valkuil: “de medewerker” klinkt in het Nederlands als één vorm, maar in het Duits maakt dem/den alles anders.

    Ich gebe dem freundliche Mitarbeiter das Ticket.

    Goed: Ich gebe dem freundlichen Mitarbeiter das Ticket.

  • Valkuil: bij das toch -en gebruiken.

    Wir buchen das bequemen Flugzeug.

    Goed: Wir buchen das bequeme Flugzeug.

Zonder artikel (dativ meervoud): onthoud ook de -n bij het zelfstandig naamwoord

  • Patroon: helfen + Dativ → vaak meervoud: -en op het bijvoeglijk naamwoord.

    Er hilft kleinen Kindern am Flughafen.

  • Snelle check: zie je Kindern met -n? Dan zit je vaak goed in dativ meervoud.

Mini-samenvatting om te onthouden

  • Artikel = signaal (Akk./Dat.).
  • Adjectief = volgt met de typische uitgang.
  • In deze les kun je veilig denken: Dativ → bijna altijd -en.
  • den is de uitzondering die je vaak ziet: den + -en.
  1. Het lidwoord laat de naamval zien (Akkusativ of Dativ).
  2. Het adjectief volgt op het lidwoord en krijgt de passende uitgang.
  3. Zonder lidwoord moet het adjectief het „werk“ doen en de uitgang duidelijk laten zien.
Artikel & Fall (Lidwoord & naamval)Beispiel (Voorbeeld)
den + AkkusativIch kontrolliere den neuen Reisepass. (Ik controleer het nieuwe paspoort.)
die + AkkusativSie zeigt die wichtige Sicherheitskontrolle. (Zij laat de belangrijke veiligheidscontrole zien.)
das + AkkusativWir buchen das bequeme Flugzeug. (Wij boeken het comfortabele vliegtuig.)
dem + DativIch zeige dem freundlichen Mitarbeiter die Unterlagen. (Ik laat de documenten aan de vriendelijke medewerker zien.)
der + DativWir helfen der freundlichen Passagierin. (Wij helpen de vriendelijke passagier.)
ohne Artikel + DativEr hilft kleinen Kindern am Flughafen. (Hij helpt kleine kinderen op de luchthaven.)

 

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Am Check-in kontrolliere ich den ___ Reisepass.

Bij de check-in controleer ik het ___ paspoort.

2. Ich gebe dem ___ Mitarbeiter das Ticket.

Ik geef de ___ medewerker het ticket.

3. Wir verpassen die ___ Sicherheitskontrolle.

We missen de ___ veiligheidscontrole.

4. Die Durchsage hilft ___ Kindern am Flughafen.

De omroep helpt ___ kinderen op de luchthaven.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste bijvoeglijke naamwoorduitgang (accusatief/datief). Schrijf het bijvoeglijk naamwoord uit de haakjes in de lege ruimte.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ich kontrolliere den ___ Reisepass. (neu)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich kontrolliere den neuen Reisepass.
    (Ik controleer het nieuwe paspoort.)
  2. Sie zeigt die ___ Sicherheitskontrolle. (wichtig)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Sie zeigt die wichtige Sicherheitskontrolle.
    (Zij laat de belangrijke veiligheidscontrole zien.)
  3. Wir buchen das ___ Flugzeug. (bequem)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wir buchen das bequeme Flugzeug.
    (Wij boeken het comfortabele vliegtuig.)
  4. Ich gebe dem ___ Mitarbeiter die Unterlagen. (freundlich)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich gebe dem freundlichen Mitarbeiter die Unterlagen.
    (Ik geef de vriendelijke medewerker de documenten.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 11:51