Verwendung von Adjektiven nach bestimmten, unbestimmten oder ohne Artikel, z.B. „blau, wichtig, schnell, alt".
(Gebruik van adjectieven na bepaalde, onbepaalde of zonder lidwoord, bijv.
- Het lidwoord laat de naamval zien (Akkusativ of Dativ).
- Het adjectief volgt op het lidwoord en krijgt de passende uitgang.
- Zonder lidwoord moet het adjectief het „werk“ doen en de uitgang duidelijk laten zien.
| Artikel & Fall (Lidwoord & naamval) | Beispiel (Voorbeeld) |
| den + Akkusativ | Ich kontrolliere den neuen Reisepass. (Ik controleer het nieuwe paspoort.) |
| die + Akkusativ | Sie zeigt die wichtige Sicherheitskontrolle. (Zij laat de belangrijke veiligheidscontrole zien.) |
| das + Akkusativ | Wir buchen das bequeme Flugzeug. (Wij boeken het comfortabele vliegtuig.) |
| dem + Dativ | Ich zeige dem freundlichen Mitarbeiter die Unterlagen. (Ik laat de documenten aan de vriendelijke medewerker zien.) |
| der + Dativ | Wir helfen der freundlichen Passagierin. (Wij helpen de vriendelijke passagier.) |
| ohne Artikel + Dativ | Er hilft kleinen Kindern am Flughafen. (Hij helpt kleine kinderen op de luchthaven.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Am Check-in kontrolliere ich den ___ Reisepass.
Bij de check-in controleer ik het ___ paspoort.2. Ich gebe dem ___ Mitarbeiter das Ticket.
Ik geef de ___ medewerker het ticket.3. Wir verpassen die ___ Sicherheitskontrolle.
We missen de ___ veiligheidscontrole.4. Die Durchsage hilft ___ Kindern am Flughafen.
De omroep helpt ___ kinderen op de luchthaven.Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste bijvoeglijke naamwoorduitgang (accusatief/datief). Schrijf het bijvoeglijk naamwoord uit de haakjes in de lege ruimte.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints-
Ich kontrolliere den ___ Reisepass. (neu)⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIch kontrolliere den neuen Reisepass.(Ik controleer het nieuwe paspoort.)
-
Sie zeigt die ___ Sicherheitskontrolle. (wichtig)⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldSie zeigt die wichtige Sicherheitskontrolle.(Zij laat de belangrijke veiligheidscontrole zien.)
-
Wir buchen das ___ Flugzeug. (bequem)⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWir buchen das bequeme Flugzeug.(Wij boeken het comfortabele vliegtuig.)
-
Ich gebe dem ___ Mitarbeiter die Unterlagen. (freundlich)⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIch gebe dem freundlichen Mitarbeiter die Unterlagen.(Ik geef de vriendelijke medewerker de documenten.)