Apprendre à compter de 20 à 100 en français, en comprenant les règles de formation des dizaines et des unités.

(Leren tellen van 20 tot 100 in het Frans, met begrip van de regels voor het vormen van de tientallen en de eenheden.)

Snel overzicht: hoe bouw je getallen (20–99) in het Frans?

  • Tiental + eenheid met een koppelteken: trente-deux (32), quarante-six (46).
  • Alleen als het getal eindigt op 1 (tussen 21 en 61) gebruik je et (zonder koppelteken): vingt et un (21), soixante et un (61).
  • 70, 80, 90 zijn “speciaal” in Frankrijk: 70 = 60+10, 90 = 80+10.

21–69: streepjes, en het speciale geval met “et”

Patroon Correct Let op
Tiental + koppelteken + eenheid trente-deux (32) trente deux (geen spatie)
Eindigt op 1 → et (geen koppelteken) vingt et un (21)
trente et un (31)
soixante et un (61)
vingt-un
vingt-et-un

Zelfcheck: eindigt het getal op 1 en zit het tussen 21 en 61? Dan heb je bijna altijd et.

70–79: denk “60 + …”

  • 70 = soixante-dix (60-10)
  • 72 = soixante-douze (60-12)
  • 73 = soixante-treize (60-13)
  • 71 is speciaal: soixante et onze (zonder koppelteken rond et)

Valkuil: soixante-onze is fout voor 71.

80–99: “quatre-vingt” en wanneer er wel/geen -s staat

  • 80 = quatre-vingts (met -s).
  • 81 = quatre-vingt-un (zonder -s).
  • 87 = quatre-vingt-sept (zonder -s).
  • 90 = quatre-vingt-dix (80-10).
  • 91 = quatre-vingt-onze (zonder et!).
Getal Correct Waarom
80 quatre-vingts -s alleen als er niets achter komt
81 quatre-vingt-un er komt een cijfer achter → geen -s

Zelfcheck: staat quatre-vingt “alleen” (= precies 80)? Dan +s. Anders: geen s.

Grote aantallen: cent, mille, million (en de -s-regels)

Getal Schrijf je zo Let op
100 cent geen -s bij 100
200 deux cents -s omdat er niets meer achter komt
250 deux cent cinquante geen -s op cent als er nog iets volgt
1000 mille altijd onveranderlijk: nooit milles
1 000 000 un million million is een zelfstandig naamwoord → meervoud: deux millions

Mini-checklist (voor je gesprek): maak je getal ‘exam-proof’

  1. 21–69: koppelteken, behalve bij … et un.
  2. 71: soixante et onze (extra uitzondering).
  3. 80: quatre-vingts met -s; maar 81–99 zonder -s.
  4. 91: quatre-vingt-onze (geen et).
  5. cent: -s alleen als het “af” is: deux cents, maar deux cent cinquante.
  6. mille: nooit een -s.
  1. Van 21 tot 69 voeg je de eenheden toe aan de tientallen met "-". Voor getallen die eindigen op 1 gebruik je "et" zonder koppelteken. Voorbeelden: "21": "vingt et un"; "32": "trente-deux".
  2. 71, 81 en 91 volgen speciale regels: 71: "soixante et onze"; 81: "quatre-vingt-un"; 91: "quatre-vingt-onze".
Nombre (Getal)Exemple (Voorbeeld)Grands nombres (Grote getallen)
20 : Vingt (20: twintig)25 : Vingt-cinq (25: vijfentwintig)100 : Cent (100: honderd)
30 : Trente (30: dertig)34 : Trente-quatre (34: vierendertig)200 : Deux cents (200: tweehonderd)
40 : Quarante (40: veertig)46 : Quarante-six (46: zesenveertig)500 : Cinq cents (500: vijfhonderd)
50 : Cinquante (50: vijftig)53 : Cinquante-trois (53: drieënvijftig)1000 : Mille (1000: duizend)
60 : Soixante  (60: zestig)61 : Soixante-et-un (61: eenenzestig)2000 : Deux mille (2000: tweeduizend)
70 : Soixante-dix (70: zeventig)73 : Soixante-treize (73: drieënzeventig)1 000 000 : Un million (1 000 000: één miljoen)
80 : Quatre-vingts (80: tachtig)87 : Quatre-vingt-sept (87: zevenentachtig)8 000 000 : Huit millions (8 000 000: acht miljoen)
90 : Quatre-vingt-dix (90: negentig)99 : Quatre-vingt-dix-neuf (99: negenennegentig)1 000 000 000 : Un milliard (1 000 000 000: één miljard)

Uitzonderingen!

  1. Het getal 80 "quatre-vingts" krijgt alleen een "s" op het einde wanneer er geen ander cijfer op volgt. Voorbeelden: "80": "quatre-vingts"; "81": "quatre-vingt-un".
  2. Het getal 100 "Cent" krijgt een "s" op het einde wanneer het vermenigvuldigd wordt (Deux cents, Quatre cents, Six cents, etc.) en wanneer er geen cijfer of getal op volgt (bv.: Deux cent cinquante → zonder "s").
  3. Het getal 1000 "Mille" is altijd onveranderlijk wanneer het als telwoord gebruikt wordt (geen « s »).

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Votre rendez-vous est à ________ heures.

Uw afspraak is om ________ uur.)

2. Ça fait ________ euros, s'il vous plaît.

Dat is ________ euro, alstublieft.)

3. Je pars à ________ ans à la retraite.

Ik ga met ________ jaar met pensioen.)

4. La table ________ est prête.

Tafel ________ is klaar.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin door het getal tussen haakjes voluit te schrijven (houd de koppelteken aan, gebruik "en" voor 21/31/41/51/61/71 en schrijf "quatre-vingts" met een "s" alleen voor 80).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Dans mon équipe, nous sommes (20) personnes.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dans mon équipe, nous sommes vingt personnes.
    (Dans mon équipe, nous sommes vingt personnes.)
  2. Le bus arrive dans (25) minutes.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Le bus arrive dans vingt-cinq minutes.
    (Le bus arrive dans vingt-cinq minutes.)
  3. La salle de réunion est au (31)ᵉ étage.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La salle de réunion est au trente et unième étage.
    (La salle de réunion est au trente et unième étage.)
  4. Le cours commence à (71) heures (format 24 h).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Le cours commence à soixante et onze heures (format 24 h).
    (Le cours commence à soixante et onze heures (format 24 h).)
  5. Le café coûte (80) centimes.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Le café coûte quatre-vingts centimes.
    (Le café coûte quatre-vingts centimes.)
  6. Mon numéro de bureau, c’est le (91).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mon numéro de bureau, c’est le quatre-vingt-onze.
    (Mon numéro de bureau, c’est le quatre-vingt-onze.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Ga in tweetallen, vraag en zeg de prijzen en kies vervolgens de beste aankoop.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Vous êtes au marché et comparez des prix pour le déjeuner.
(Je bent op de markt en vergelijkt prijzen voor de lunch.)

Bespreek
  • Quels sont les prix de trois produits entre vingt et quatre-vingt-dix-neuf euros ? (Wat zijn de prijzen van drie producten tussen eenentwintig en negenennegentig euro?)
  • Quel produit coûte le plus cher et lequel coûte le moins cher ? Pourquoi ?

 (Welk product is het duurst en welk het goedkoopst? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ça coûte combien ? (Hoeveel kost dat?)
  • C’est vingt-cinq euros / cinquante-trois euros. (Dat is vijfentwintig euro / drieënvijftig euro.)
  • Au total, ça fait quatre-vingt-sept euros. (In totaal is dat zevenenzeventig euro.)

Gebruik in gesprek
  • Vingt et un / trente-deux / soixante-et-un (usage de «et») (Eenentwintig / tweeëndertig / eenenzestig (gebruik van «en»))
  • Soixante-dix / quatre-vingt / quatre-vingt-un / quatre-vingt-dix (Zeventig / tachtig / eenentachtig / negentig)
  • Quatre-vingts (avec s) vs quatre-vingt‑… (sans s) (Tachtig (met -s) versus tachtig‑... (zonder -s))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 23:59