Leer de Franse voornaamwoorden 'y' en 'en' gebruiken om locaties en hoeveelheden te vervangen, zoals in 'Je vais à la cuisine. J'y vais.' en 'Nous faisons une machine. Nous en faisons une.'
  1. Het voornaamwoord "y" vervangt een plaats, wanneer het wordt voorafgegaan door "à", "dans", "chez", "sur", "en".
  2. Het voornaamwoord en vervangt een plaats waar je vandaan komt, een hoeveelheid of een partitivum voorafgegaan door de, du, de la, des.
Pronom (Voornaamwoord)Exemple
Y

Tu vas à la cuisine ? - Oui, j'y vais.

Je dois nettoyer la cuisine. Je dois y nettoyer le sol. (Ik moet de keuken schoonmaken. Ik moet daar de vloer schoonmaken.)

Je vais au frigo. J’y vais pour prendre un verre d’eau. (Ik ga naar de koelkast. Ik ga er heen om een glas water te nemen.)

En

Nous étendons le linge. Nous en étendons beaucoup.

Il passe l’aspirateur dans la chambre. Il en passe dans toute la maison. (Hij stofzuigt de kamer. Hij stofzuigt er door het hele huis.)

Elle utilise son ordinateur pour le travail. Elle en utilise pour faire des recherches. (Ze gebruikt haar computer voor het werk. Ze gebruikt er een om onderzoek te doen.)

Uitzonderingen!

  1. Als «à» of «de» over een persoon gaat, mag je niet «y» of «en» gebruiken, maar «lui» of «leur». Bijvoorbeeld: Je parle à Marie: Je lui parle.

Oefening 1: Les pronoms compléments de lieu: "y" et "en"

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

en, y

1.
Il passe l’aspirateur dans le salon. Il ... passe tous les dimanches.
(Hij stofzuigt in de woonkamer. Hij doet dat elke zondag.)
2.
Je nettoie la cuisine après le dîner. J’... nettoie aussi les fenêtres.
(Ik maak de keuken schoon na het diner. Ik maak daar ook de ramen schoon.)
3.
Il y a une assiette sur la table. Il ... en a une.
(Er ligt een bord op de tafel. Er ligt er één.)
4.
Tu apportes du pain de la boulangerie? J'... apportes deux baguettes.
(Breng jij brood van de bakkerij mee? Ik breng er twee stokbroden mee.)
5.
Vous faites une machine de linge? Nous ... faisons une chaque semaine.
(Maak je een wasmachine? Wij maken er elke week een.)
6.
Il a mis la vaisselle dans le lave-vaisselle. Il ... met souvent les assiettes après le dîner.
(Hij heeft het servies in de vaatwasser gezet. Hij doet er vaak de borden in na het avondeten.)
7.
Il y a du pain dans le four. J'... veux un morceau.
(Er ligt brood in de oven. Ik wil er een stuk van.)
8.
Tu as mis la télé à fond. Tu ... mets la télé trop fort!
(Je hebt de tv voluit gezet. Je zet de tv veel te hard aan!)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Je vais à la cuisine. J'___ vais pour prendre du pain.

(Ik ga naar de keuken. Ik ga er ___ naartoe om brood te pakken.)

2. Tu passes l'aspirateur dans le salon ? Oui, je ___ passe.

(Stofzuig je in de woonkamer? Ja, ik ___ stofzuig.)

3. Nous faisons une machine. Nous ___ faisons maintenant.

(We draaien een was. We ___ draaien er nu een.)

4. Il va au frigo. Il ___ va pour prendre une boisson.

(Hij gaat naar de koelkast. Hij ___ gaat ernaartoe om een drankje te pakken.)

5. Elle utilise son ordinateur pour le travail. Elle ___ utilise beaucoup.

(Ze gebruikt haar computer voor het werk. Ze ___ gebruikt er veel.)

6. Tu passes l'aspirateur chez Marie. Tu ___ passes ce matin.

(Je stofzuigt bij Marie. Je ___ stofzuigt er 's ochtends.)

Inleiding tot de voornaamwoorden "y" en "en"

In deze les leer je over twee belangrijke Franse plaatsvervangende voornaamwoorden: "y" en "en". Deze voornaamwoorden helpen je om herhalingen te vermijden door een zelfstandige naamwoordgroep die verwijst naar een plaats, hoeveelheid of onderdeel te vervangen.

Wat zijn "y" en "en"?

"Y" verwijst meestal naar een plaats en vervangt een zinsdeel dat begint met voorzetsels zoals à, dans, chez, sur, en.

"En" vervangt een zinsdeel dat een herkomst, hoeveelheid of deel aanduidt en begint met de, du, de la, des.

Voorbeelden van "y"

  • Tu vas à la cuisine ? - Oui, j'y vais.
  • Je vais au frigo. J'y vais pour prendre un verre d’eau.

Voorbeelden van "en"

  • Nous étendons le linge. Nous en étendons beaucoup.
  • Elle utilise son ordinateur pour le travail. Elle en utilise pour faire des recherches.

Belangrijke regels

  • "Y" vervangt altijd een plaats die wordt aangekondigd door bepaalde voorzetsels (bijv. à, dans).
  • "En" vervangt dingen of hoeveelheden die verbonden zijn aan voorzetsels van afkomst of hoeveelheid (de, du, de la, des).
  • Als à of de verwijst naar een persoon, gebruik dan lui of leur in plaats van y of en.

Verschillen tussen het Nederlands en Frans

In het Nederlands is er geen direct equivalent van de Franse voornaamwoorden "y" en "en" die zo specifiek naar plaats of hoeveelheid verwijzen. Vertalingen vereisen vaak herhaling of andere constructies zoals daar of ervan. Bijvoorbeeld:

  • Je vais à la cuisine. J'y vais.
    Ik ga naar de keuken. Ik ga daar heen.
  • Nous étendons le linge. Nous en étendons beaucoup.
    We hangen de was op. We hangen er veel op.

Het is belangrijk om deze specifieke Franse voornaamwoorden goed te begrijpen om vloeiend en natuurlijk te kunnen spreken.

Handige woorden en uitdrukkingen

  • À la cuisine: in de keuken
  • Au frigo: bij de koelkast
  • Le linge: de was
  • Passer l'aspirateur: stofzuigen
  • Prendre un verre d’eau: een glas water nemen

Door deze uitdrukkingen samen met de voornaamwoorden "y" en "en" te oefenen, kun je de constructies gemakkelijker herkennen en toepassen in je eigen Frans.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Donia Ben Salem

Toegepaste vreemde talen

Université de Lorraine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 23:54