Leer de Franse rangtelwoorden zoals premier, deuxième en dernier, en gebruik ze handig om posities en volgordes aan te geven, bijvoorbeeld in gesprekken over hotelkamers, vergaderzalen en menu's.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (12) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Sorteer deze woorden in twee categorieën volgens hun gebruik: standaard rangtelwoorden en woorden die een bijzondere positie aangeven.
Nombres ordinaux standards
Mots indiquant une position particulière
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Dixième
Tiende
2
Dernier
Laatste
3
Se rappeler
Zich herinneren
4
Huitième
Achtste
5
Quatrième
Vierde
Exercice 5: Gespreksoefening
Instruction:
- Op welke verdieping woont elke persoon? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
- Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Stevan habite au neuvième étage. Stevan woont op de negende verdieping. |
Catherine habite au dixième étage. Catherine woont op de tiende verdieping. |
Giulia habite au premier étage. Giulia woont op de eerste verdieping. |
Vous vivez dans un appartement au sixième étage. Je woont in een appartement op de zesde verdieping. |
À quel étage habitez-vous ? Op welke verdieping woon je? |
J'habite au rez-de-chaussée. Ik woon op de begane grond. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Je ___ rappelle la date de notre réunion, elle est fixée au quatrième mardi du mois.
(Ik ___ herinner me de datum van onze vergadering, die is vastgesteld op de vierde dinsdag van de maand.)2. Tu ___ rappelles souvent les événements importants du travail ?
(Jij ___ herinnert je vaak de belangrijke gebeurtenissen op het werk?)3. Il ___ rappelle que la première présentation a eu lieu au printemps.
(Hij ___ herinnert zich dat de eerste presentatie in het voorjaar plaatsvond.)4. Nous ___ rappelons le dernier jour de travail avant les vacances.
(Wij ___ herinneren ons de laatste werkdag voor de vakantie.)Oefening 8: Een belangrijke vergadering
Instructie:
Werkwoordschema's
Se rappeler - Herinneren
Présent
- Je me rappelle
- Tu te rappelles
- Il/Elle/On se rappelle
- Nous nous rappelons
- Vous vous rappelez
- Ils/Elles se rappellent
Se rappeler - Herinneren
Passé composé
- Je me suis rappelé(e)
- Tu t'es rappelé(e)
- Il/Elle/On s'est rappelé(e)
- Nous nous sommes rappelé(e)s
- Vous vous êtes rappelé(e)(s)
- Ils/Elles se sont rappelé(e)s
Oefening 9: Les nombres ordinaux: "Premier, Deuxième..."
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De rangtelwoorden: "Premier, Deuxième..."
Toon vertaling Toon antwoordenpremière, quatrième, sixième, troisième, huitième, deuxième, cinquième, septième
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.11.2 Grammaire
Les nombres ordinaux: "Premier, Deuxième..."
De rangtelwoorden: "Premier, Deuxième..."
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Se rappeler zich herinneren Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') je me rappelle / je m'rappelle | ik herinner me |
tu te rappelles | jij herinnert je |
il/elle/on se rappelle | hij/zij/men herinnert zich |
nous nous rappelons | wij herinneren ons |
vous vous rappelez | u herinnert zich |
ils/elles se rappellent | zij herinneren zich |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Inleiding tot de rangtelwoorden in het Frans
Deze les behandelt de Franse rangtelwoorden, zoals "premier", "deuxième" en "dernier". Rangtelwoorden geven de positie of volgorde aan van iets in een reeks, bijvoorbeeld "le premier étage" (de eerste verdieping) of "le dixième jour" (de tiende dag). Het beheersen van deze woorden is essentieel om over volgordes, data, verdiepingen, hoofdstukken en meer te praten.
Wat leert u in deze les?
- De standaard rangtelwoorden van "deuxième" tot "neuvième" en hun gebruik.
- Speciale woorden die een specifieke positie aanduiden, zoals "premier" (eerste) en "dernier" (laatste).
- Hoe u rangtelwoorden toepast in praktische zinnen die vaak voorkomen, zoals in hotels, kantoren en restaurants.
- De vervoeging van het wederkerende werkwoord se rappeler, vaak gebruikt om herinneringen in de juiste context te plaatsen.
Belangrijke rangtelwoorden en voorbeelden
Rangtelwoorden standaard: deuxième, troisième, quatrième, cinquième, sixième, septième, huitième, neuvième.
Specifieke aanduidingen voor posities: premier / première (eerste), dernier (laatste).
Voorbeelden van gebruik in zinnen zijn onder andere:
- Je suis le premier dans la file d'attente.
- Elle habite au troisième étage de l'immeuble.
- Le dixième jour du mois est un jour férié.
- Le dernier bus part à vingt-deux heures.
Praktische contexten en dialogen
De les bevat praktische situaties zoals:
- In het hotel: een kamer reserveren met vermelding van etage en kamernummer.
- Op kantoor: een vergaderruimte zoeken met rangtelwoorden.
- In het restaurant: gerechten bestellen op basis van hun volgorde in het menu.
Tips voor Nederlandse leerlingen
De Franse rangtelwoorden lijken op de Nederlandse, maar met verschillen in spelling en uitspraak. Bijvoorbeeld, het Franse "premier" betekent "eerste" en krijgt een vrouwelijke vorm "première", terwijl het Nederlands gewoon "eerste" is zonder geslachtsvorm.
Daarnaast gebruikt het Frans specifieke vormen zoals "dernier" voor "laatste", wat in het Nederlands "laatste" is. In zinsconstructies kunt u vaak rangtelwoorden herkennen door de uitgang "-ième" die vergelijkbaar is met het Nederlandse achtervoegsel "-de" of "-ste" in "eerste" of "tweede".
Handige woorden en uitdrukkingen:
- premier / première - eerste
- deuxième - tweede
- troisième - derde
- dernier - laatste
- au premier étage - op de eerste verdieping
- le cinquième jour - de vijfde dag