Leer de seizoenen en maanden.
Beschrijf het weer in elk seizoen en elke maand.
Geavanceerd: vertel wat je doet in welke maand van het jaar.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Vakantieplanning
Twee vrienden praten over de beste periode om te reizen volgens het weer.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!