Wanneer gebruik je de onvoltooid verleden tijd (OVT)?
- OVT gebruik je voor afgesloten situaties in het verleden.
- De tijdsaanduidingen in de tabel (gisteren, vorige week, vroeger, toen, een jaar geleden, …) maken duidelijk: het is voorbij.
- Daarom volgt er na deze woorden meestal een OVT, niet de tegenwoordige tijd en niet de toekomende tijd.
| Tijdsaanduiding |
Correct (OVT) |
Fout (niet OVT) |
| Gisteren |
Gisteren werkte ik thuis. |
Gisteren werk ik thuis. |
| Vorige week |
Vorige week ging ik naar de cursus. |
Vorige week ga ik naar de cursus. |
| Vroeger |
Vroeger studeerde hij geneeskunde. |
Vroeger studeert hij geneeskunde. |
Vuistregel: zie je een duidelijke verleden-tijd-aanduiding (gisteren, vorige week, vroeger, een jaar geleden …)? Zet het werkwoord in de OVT.
Belangrijke tijdsaanduidingen voor de OVT
Deze woorden en uitdrukkingen “trekken” bijna altijd een werkwoord in de OVT aan.
- Een precies moment of periode in het verleden
gisteren, eergisteren, vorige week, vorige maand, vorig jaar, op zondag, in 2018, een jaar geleden, destijds
- Een vroegere, langere periode
vroeger, eerder, toen (in de betekenis: in die periode), in mijn jeugd, tijdens mijn studie
Voorbeelden:
- Gisteren had ik een drukke dag.
- Vorige maand verhuisde ik naar Utrecht.
- Vroeger werkte ik in een winkel.
- Een jaar geleden begon ik aan mijn baan.
- Destijds woonde ik nog bij mijn ouders.
Let op met “toen”
Toen is voor veel cursisten lastig, omdat het twee functies heeft.
| Gebruik |
Betekenis |
Voorbeeld |
| Als tijdsaanduiding voor de OVT |
"in die periode / in dat moment in het verleden" |
Toen werkte ik nog in het ziekenhuis. |
| Als voegwoord (bijzin) |
"op het moment dat" |
Toen ik klaar was, ging ik naar huis. |
- In beide gevallen staat het hoofdwerkwoord in de OVT.
- In bijzinnen met “toen” krijg je meestal OVT + OVT:
- Toen ik studeerde, woonde ik in Leiden.
- Toen ik daar werkte, had ik weinig vrije tijd.
OVT of voltooid tegenwoordige tijd (heb/ben + ge-)?
In het boek ligt de focus op de OVT, maar misschien twijfel je soms met de voltooide tijd.
- OVT (ik werkte, ik ging)
- je vertelt over een verhaal of een periode in het verleden
- je geeft achtergrondinformatie
- past goed bij: gisteren, vorige week, vroeger, destijds, een jaar geleden …
- Voltooide tijd (ik heb gewerkt, ik ben gegaan)
- je benadrukt het resultaat nu
- of je vertelt dat iets nu klaar is
Vergelijk:
- Gisteren werkte ik tot laat. (verhaal over gisteren)
- Ik heb gisteren tot laat gewerkt. (resultaat: ik ben nu moe / het is gedaan)
In jouw cursus gaat het nu vooral om: zie je “gisteren / vorige week / vroeger / toen / …”? Gebruik OVT.
Zo vorm je de OVT: korte herinnering
De focus van dit hoofdstuk ligt op de combinatie met de tijdsaanduiding, niet op alle vervoegingsregels. Toch een korte samenvatting:
- Regelmatige werkwoorden
- stam + -te / -ten (klankgroep ‘t kofschip / ’t fokschaap)
- stam + -de / -den (alle andere medeklinkers)
| Infinitief |
Stam |
Ik-vorm OVT |
Wij-vorm OVT |
| werken |
werk |
werkte |
werkten |
| leren |
leer |
leerde |
leerden |
| wonen |
woon |
woonde |
woonden |
- Onregelmatige werkwoorden moet je leren als woordjes.
- gaan → ging, gingen
- komen → kwam, kwamen
- zijn → was, waren
- hebben → had, hadden
- doen → deed, deden
Belangrijk voor dit hoofdstuk: welke vorm je ook gebruikt, na deze tijdsaanduidingen hoort een verleden tijdsvorm (meestal OVT).
Typische fouten en hoe je ze zelf corrigeert
- 1. Verleden tijdsaanduiding + tegenwoordige tijd
Gisteren werk ik thuis.
→ Gisteren werkte ik thuis.
- 2. Verleden tijdsaanduiding + toekomende tijd
Vorige week zal ik met de cursus beginnen.
→ Vorige week begon ik met de cursus.
- 3. Verleden tijdsaanduiding + voltooide tijd, terwijl je een verhaal vertelt
Een jaar geleden heb ik in Amsterdam gewerkt en heb ik veel geleerd.
→ Een jaar geleden werkte ik in Amsterdam en leerde ik veel.
Zelfcheck: Zie je een woord als gisteren, vorige week, vroeger, toen, destijds, een jaar geleden en vertel je een verhaal? Ga terug naar je zin en zet alle hoofdwerkwoorden in de OVT.
Stap-voor-stap: zo bouw je een goede zin
- Stap 1 – Kies de tijdsaanduiding
- Bijvoorbeeld: Vroeger / Een jaar geleden / Toen
- Stap 2 – Bepaal het hoofdwerkwoord
- Wat deed je? werken, wonen, studeren, reizen, …
- Stap 3 – Zet het werkwoord in de OVT
- werken → werkte, werkten
- wonen → woonde, woonden
- gaan → ging, gingen
- Stap 4 – Maak de zin af
- Vroeger werkte ik in een groot kantoor.
- Een jaar geleden woonde ik in Den Haag.
- Toen studeerde ik nog aan de universiteit.
Wil je een bijzin met “toen”? Gebruik dan dezelfde stappen, maar in beide zinnen OVT:
- Toen ik in Groningen woonde, werkte ik in een café.
- Toen ik stageliep, leerde ik veel van mijn collega’s.
Snelle zelftest: begrijp je het?
Beantwoord deze vragen in gedachten of hardop. Verbeter jezelf waar nodig.
- Vul aan met een werkwoord in de OVT.
- Gisteren … ik tot laat op kantoor.
→ Mogelijke oplossing: Gisteren werkte ik tot laat op kantoor.
- Vorige maand … we voor het eerst samen.
→ Mogelijke oplossing: Vorige maand werkten we voor het eerst samen.
- Vroeger … hij veel in het buitenland.
→ Mogelijke oplossing: Vroeger reisde hij veel in het buitenland.
- Vind en verbeter de fout.
Een jaar geleden werk ik in Brussel.
→ Een jaar geleden werkte ik in Brussel.
Toen studeer ik nog rechten.
→ Toen studeerde ik nog rechten.
Vorige week ga ik naar een conferentie.
→ Vorige week ging ik naar een conferentie.
Kun je deze zinnen zonder nadenken verbeteren of zelf maken? Dan beheers je de combinatie tijdsaanduiding + OVT goed en ben je klaar om dit in gesprekken toe te passen.