Tijdsaanduidingen bij onvoltooid verleden tijd (gisteren, vorige week)

Tijdsaanduidingen bij onvoltooid verleden tijd (gisteren, vorige week)


Uitdrukkingen zoals gisteren, vroeger, vorige week helpen het gebruik van de onvoltooid verleden tijd aan te duiden.

Wanneer gebruik je deze tijdsaanduidingen?

Woorden zoals gisteren, vorige week, destijds en een jaar geleden plaatsen je verhaal duidelijk in het verleden.

  • Gisteren / vorige week / vorige maand / een jaar geleden = een concreet moment of periode in het verleden.
  • Toen = “op dat moment” in het verleden, vaak met een bijzin.
  • Vroeger / destijds / eerder = meer algemeen: je kijkt terug, maar zonder exacte datum.

De hoofdregel: verleden tijd (OVT) na deze woorden

Na deze tijdsaanduidingen gebruik je meestal de onvoltooid verleden tijd (OVT).

Tijdsaanduiding Werkwoord (OVT) Voorbeeld
Gisteren werkte Gisteren werkte ik thuis.
Vorige week ging Vorige week ging ik naar de cursus.
Destijds woonde Destijds woonde ik in Leiden.

Let op de woordvolgorde: tijd op plek 1 → werkwoord op plek 2

Begin je met de tijdsaanduiding? Dan komt de persoonsvorm direct daarna.

  • Correct: Vorige maand studeerde ik af.
  • Fout: Vorige maand ik studeerde af.

Begin je met het onderwerp? Dan staat de tijd later in de zin.

  • Correct: Ik studeerde vorige maand af.

“Toen” + bijzin: twee werkwoorden in het verleden

Toen gebruik je vaak met een bijzin. Beide delen staan dan meestal in het verleden.

  • Bijzin: Toen ik klein was, …
  • Hoofdzin:wilde ik leraar worden.

Let op na de bijzin:

  • Correct: Toen ik klein was, wilde ik leraar worden.
  • Fout: Toen ik klein was, ik wilde leraar worden.

Vroeger, destijds, eerder: wat is het verschil?

Woord Betekenis Natuurlijk voorbeeld
vroeger lang geleden / in het verleden (algemeen) Vroeger studeerde hij geneeskunde.
destijds in die periode (vaak formeler, professioneel) Destijds werkte ik bij een adviesbureau.
eerder voor dat moment / eerder dan iets anders Eerder leerde ik Spaans, later Nederlands.

Zelfcheck: kies snel de juiste vorm

  1. Staat er een tijdsaanduiding in het verleden? (gisteren, vorige week, toen, vroeger…)
  2. Zet het werkwoord in de OVT. (werk → werkte, gaan → ging, zijn → was)
  3. Controleer plek 2. Begin je met de tijd? Dan staat de persoonsvorm direct daarna.
  4. Bij “toen” + bijzin: na de komma komt eerst de persoonsvorm (niet eerst “ik”).
  1. Na deze uitdrukkingen volgt er meestal een werkwoord in de onvoltooid verleden tijd.
TijdsaanduidingVoorbeeld
GisterenGisteren werkte ik thuis.
Vorige weekVorige week ging ik naar de cursus.
Vorige maandVorige maand studeerde ik af.
ToenToen ik klein was, wilde ik leraar worden.
Op zondagOp zondag gingen we wandelen.
EerderEerder leerde ik Spaans.
VroegerVroeger studeerde hij geneeskunde.
DestijdsDestijds woonde ik in Leiden.
Een jaar geledenEen jaar geleden begon ik met mijn studie.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. ____ had ik een tentamen op de hogeschool.


2. Vorige week ____ ik na mijn werk naar een cursus Nederlands.


3. Toen ik stagiair was, ____ ik veel nieuwe vaardigheden.


4. Een jaar geleden ____ ik met mijn master in Rotterdam.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin met een passende tijdsaanduiding (gisteren, vorige week, vroeger, destijds, een jaar geleden, eerder). Zet het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd (OVT).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Gisteren) Ik werk vandaag thuis.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Gisteren werkte ik thuis.
  2. Hint Hint (Vorige week) Ik ga elke week naar de cursus Nederlands.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Vorige week ging ik naar de cursus Nederlands.
  3. Hint Hint (Destijds) Ik woon nu in Rotterdam.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Destijds woonde ik in Leiden.
  4. Hint Hint (Eerder) Ik leer nu Nederlands.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Eerder leerde ik Spaans.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 20:05