In deze les oefen je het praten over je studie en universiteit met handige woorden als 'studie', 'faculteit' en tijdsaanduidingen zoals 'gisteren' en 'vorige week'. Ook leer je belangrijke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd (OVT), bijvoorbeeld 'studeerde', 'zakte' en 'slaagde'.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
A2.14.1 Kort verhaal
Het zweetkamertje in universiteit Leiden
Het zweetkamertje in universiteit Leiden
Woordenschat (13) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Zakken
Zakken
2
Ontwikkelen
Ontwikkelen
3
Slagen
Slagen
4
De stagiair
De stagiair
5
De bachelor
De bachelor
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Wanneer ben je geslaagd voor de middelbare school (en de universiteit)? (Wanneer ben je geslaagd voor de middelbare school (en universiteit)?)
- Welke stages heb je gedaan tijdens je studie? (Welke stages heb je gedaan tijdens je studie?)
- Wat zijn je onderwijsplannen? (Wat zijn je onderwijsplannen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Ik ben in 2019 afgestudeerd van de middelbare school. Ik studeer momenteel nog aan de universiteit. |
Ik ben in 2012 geslaagd voor de middelbare school en heb in 2016 mijn universitaire opleiding afgerond. |
Ik heb twee maanden op een kantoor gewerkt. Ik heb over computers geleerd. |
Ik heb een zomerstage gelopen op een school. Ik hielp de leraar. |
Ik heb eerder niet gestudeerd, maar nu wil ik leren. Ik ga avondlessen volgen. |
Ik zal enkele cursussen volgen zodat ik meer verantwoordelijkheid op het werk kan nemen. |
... |
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Vorige week ___ ik helaas voor het tentamen.
2. Gisteren ___ zij voor haar masteropleiding.
3. Een jaar geleden ___ ik af aan de universiteit.
4. Vorige maand ___ ik met mijn stage bij het bedrijf.
Oefening 5: Mijn universitaire traject
Instructie:
Werkwoordschema's
Zakken - Zakken
Onvoltooid verleden tijd
- ik zakte
- jij zakte
- hij/zij/het zakte
- wij zakten
- jullie zakten
- zij zakten
Slagen - Slagen
Onvoltooid verleden tijd
- ik slaagde
- jij slaagde
- hij/zij/het slaagde
- wij slaagden
- jullie slaagden
- zij slaagden
Studeren - Studeren
Onvoltooid verleden tijd
- ik studeerde
- jij studeerde
- hij/zij/het studeerde
- wij studeerden
- jullie studeerden
- zij studeerden
Hebben - Hebben
Onvoltooid verleden tijd
- ik had
- jij had
- hij/zij/het had
- wij hadden
- jullie hadden
- zij hadden
Volgen - Volgen
Onvoltooid verleden tijd
- ik volgde
- jij volgde
- hij/zij/het volgde
- wij volgden
- jullie volgden
- zij volgden
Dromen - Dromen
Onvoltooid verleden tijd
- ik droomde
- jij droomde
- hij/zij/het droomde
- wij droomden
- jullie droomden
- zij droomden
Oefening 6: Tijdsaanduidingen bij onvoltooid verleden tijd (gisteren, vorige week)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Tijdsaanduidingen bij onvoltooid verleden tijd (gisteren, vorige week)
Toon vertaling Toon antwoordenhad, was, begon, slaagde, studeerde, volgde, droomde, zakte
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.14.2 Grammatica
Tijdsaanduidingen bij onvoltooid verleden tijd (gisteren, vorige week)
Tijdsaanduidingen bij onvoltooid verleden tijd (gisteren, vorige week)
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Zakken zakken Delen Gekopieerd!
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zakte | (ik) zakte |
(jij) zakte / zaktest | (jij) zakte / zaktest |
(hij/zij/het) zakte | (hij/zij/het) zakte |
(wij) zakten | (wij) zakten |
(jullie) zakten | (jullie) zakten |
(zij) zakten | (zij) zakten |
Slagen slagen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) slaagde | (ik) slaagde |
(jij) slaagde/slaagde | (jij) slaagde/slaagde |
(hij/zij/het) slaagde | (hij/zij/het) slaagde |
(wij) slaagden | (wij) slaagden |
(jullie) slaagden | (jullie) slaagden |
(zij) slaagden | (zij) slaagden |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Overzicht van de les "Universitaire opleiding"
Deze les richt zich op het gebruik van tijdsaanduidingen in de onvoltooid verleden tijd (OVT) zoals gisteren, vorige week en een jaar geleden. Je leert deze tijd uitdrukken in gesprekken over je studie, ervaringen op de universiteit en plannen voor de toekomst.
Wat leer je in deze les?
- Hoe je praat over je studie, opleiding en universiteitsfaculteiten met correcte tijdsaanduidingen.
- Gebruik van werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd in dagelijkse contexten, zoals studeerde, zakte, slaagde, zag, had, en droomde.
- Praktische conversaties rond kennismaking, praten over faculteiten en studiedoelen.
- Zelfs een korte verhaal om de context van de OVT beter te begrijpen en te oefenen.
Belangrijke woorden en uitdrukkingen
- Faculteit: afdeling van een universiteit, bijvoorbeeld techniek, rechten of sociale wetenschappen.
- Tentamen: examen op de universiteit.
- Scriptie: een groot onderzoeksverslag dat je moet schrijven om af te studeren.
- Stage lopen: praktijkervaring opdoen bij een bedrijf tijdens je studie.
Concreet over de onvoltooid verleden tijd
In deze les komt de onvoltooid verleden tijd regelmatig voor, bijvoorbeeld in zinnen als:
- "Vorige week zakte ik helaas voor het tentamen."
- "Gisteren slaagde zij voor haar masteropleiding."
- "Een jaar geleden studeerde ik af aan de universiteit."
- "Vorige maand begon ik met mijn stage bij het bedrijf."
Dit helpt je om gebeurtenissen in het verleden duidelijk aan te geven, vooral in de context van studie en universiteit.
Verschillen en tips voor Nederlandstalige studenten
Aangezien zowel de instructietaal als de leertaaldutch is, is er geen vertaling van woorden nodig. De focus ligt op het goed toepassen van de onvoltooid verleden tijd binnen de context van studie en universiteit. In tegenstelling tot sommige andere talen heeft het Nederlands voor werkwoorden in het verleden een overzichtelijke vorm, maar letten op onregelmatige vormen is belangrijk.
Enkele nuttige uitdrukkingen om te onthouden zijn:
- Ik studeerde (I studied)
- Ik ben begonnen (I started) – let op het verschil tussen perfectum en onvoltooid verleden tijd.
- Ik werkte (I worked)
- Ik had (I had)
Door deze vormen correct te gebruiken, kun je je studie-ervaringen en verhalen uit het verleden helder vertellen.