A2.14 - Universitair diploma
Haal je boekPraat over je universitaire studie of doelen.
Ken de woordenschat over hoger onderwijs.
Leer het hoger onderwijssysteem en de instellingen van je nieuwe land kennen.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Twee collega's maken een babbeltje op kantoor. Alexander herinnert zich dat Julie haar zus haar PhD afrondde.
Uitdrukkingen zoals gisteren, vroeger, vorige week helpen het gebruik van de onvoltooid verleden tijd aan te duiden.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.