Leer hoe je zinnen verbindt met de kernwoorden dus, omdat, want en ook. Begrijp hun gebruik voor oorzaak (omdat, want), gevolg (dus) en toevoegen van informatie (ook).
  1. 'Omdat' geeft een reden aan en staat in de bijzin.
  2. 'Want' geeft een reden aan en staat in de hoofdzin.
  3. 'Dus' geeft een gevolg aan en staat in de hoofdzin.
  4. 'Ook' voegt extra informatie toe en staat vaak in de hoofdzin.
VerbindingswoordVoorbeeld
DusIk ben moe, dus ik ga slapen.
OmdatZij willen het hotel reserveren, omdat de villa erg duur is.
WantIk blijf thuis, want ik ben ziek.
OokHij heeft een huis, en ook een auto.

Uitzonderingen!

  1. Wantotrans> en dus kunnen niet in een bijzin staan.
  2. Omdat wordt gevolgd door een bijzin met werkwoord achteraan.

Oefening 1: Zinnen verbinden met dus, omdat, want, ook

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

omdat, ook, dus, want

1.
De huisbaas is vriendelijk en ... behulpzaam.
(De huisbaas is vriendelijk en ook behulpzaam.)
2.
De kamer is ruim en ... licht.
(De kamer is ruim en ook licht.)
3.
Hij huurt een appartement, ... hij wil zelfstandig wonen.
(Hij huurt een appartement, want hij wil zelfstandig wonen.)
4.
Het hotel is vol, ... we moeten iets anders zoeken.
(Het hotel is vol, dus we moeten iets anders zoeken.)
5.
Ze leven samen, ... ze van elkaar houden.
(Ze leven samen, omdat ze van elkaar houden.)
6.
Wij kopen een huis, ... we hebben een hypotheek nodig.
(Wij kopen een huis, dus we hebben een hypotheek nodig.)
7.
Hij woont in een villa, ... hij heeft een groot gezin.
(Hij woont in een villa, want hij heeft een groot gezin.)
8.
Zij reserveren een kamer, ... ze op vakantie gaan.
(Zij reserveren een kamer, omdat ze op vakantie gaan.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik wil een appartement huren, ___ het is dichtbij mijn werk.


2. De woning is duur, ___ ik ga nog even zoeken.


3. Ik neem een kamer ___ het goedkoper is dan een huis.


4. Hij zoekt een huis en hij wil ___ een garage.


5. Ik blijf thuis, ___ ik ben ziek.


6. De advertentie is duidelijk, ___ ik bel de verhuurder.


Zinnen verbinden met dus, omdat, want, ook

In deze les leer je hoe je Nederlandse zinnen met elkaar kunt verbinden met behulp van de verbindingswoorden dus, omdat, want en ook. Deze woorden helpen je om verbanden aan te geven tussen verschillende ideeën en gebeurtenissen in een gesprek of tekst.

Betekenis en gebruik van de verbindingswoorden

  • Dus: geeft een gevolg of conclusie aan. Het woord staat altijd in de hoofdzin. Bijvoorbeeld: "Ik ben moe, dus ik ga slapen."
  • Omdat: geeft een reden aan en staat in de bijzin, met het werkwoord vaak achteraan. Bijvoorbeeld: "Zij willen het hotel reserveren, omdat de villa erg duur is."
  • Want: geeft ook een reden aan, maar staat in de hoofdzin. Bijvoorbeeld: "Ik blijf thuis, want ik ben ziek."
  • Ook: voegt extra informatie toe en staat meestal in de hoofdzin. Bijvoorbeeld: "Hij heeft een huis, en ook een auto."

Praktische voorbeelden

Hieronder vind je een overzicht van hoe je deze woorden in zinnen gebruikt om je gedachten beter te verbinden:

VerbindingswoordVoorbeeld
DusIk ben moe, dus ik ga slapen.
OmdatZij willen het hotel reserveren, omdat de villa erg duur is.
WantIk blijf thuis, want ik ben ziek.
OokHij heeft een huis, en ook een auto.

Belangrijke regels om te onthouden

  • Omdat wordt gevolgd door een bijzin met het werkwoord aan het einde.
  • Want en dus kunnen niet in een bijzin staan, ze horen in de hoofdzin.
  • Ook wordt gebruikt om extra informatie te geven en staat meestal in de hoofdzin.

Verschillen en aanvullende tips

Aangezien je Nederlands leert en de instructietaal ook Nederlands is, hoef je geen vertalingen te gebruiken. Wel is het belangrijk om te weten dat omdat en want allebei een reden aangeven, maar dat ze in de zin een andere plaats innemen. Omdat introduceert een bijzin en zet het werkwoord achteraan, terwijl want in de hoofdzin staat, net als dus en ook. Dit is een typisch kenmerk van de Nederlandse zinsvolgorde die je goed moet oefenen.

Handige woorden om te oefenen zijn: moe (tired), slapen (to sleep), reserveren (to reserve), duur (expensive), blijven (to stay), ziek (sick), huis (house), en auto (car).

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 18/07/2025 09:31