A1.35 - Huisvesting en accommodaties
Huisvesting en accommodaties
1. Taalonderdompeling
A1.35.1 Activiteit
Een lot uit de loterij
3. Grammatica
A1.35.2 Grammatica
Zinnen verbinden met dus, omdat, want, ook
Belangrijk werkwoord
Huren (huren)
Belangrijk werkwoord
Leven (leven)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Advertentie: Appartement te huur in Utrecht
Woorden om te gebruiken: toegestaan, gebouw, huisbaas, eigenaar, gebouw, huren, rustig
(Advertentie: Appartement te huur in Utrecht)
Te huur in Utrecht-Oost: licht appartement van 30 vierkante meter. Het appartement ligt op de derde verdieping en heeft een kleine woonkamer, een open keuken en een aparte slaapkamer. Er is ook een balkon met uitzicht op een rustige straat. U woont hier dicht bij winkels en het station.
De huur is 950 euro per maand, inclusief internet. De woont in hetzelfde , dus het is makkelijk om vragen te stellen. U kunt het appartement elke dag na 17.00 uur bekijken. Stuur een e-mail naar de ; hij maakt dan een afspraak met u. U kunt het appartement minimaal één jaar . Huisdieren zijn niet , omdat het heel moet blijven.
-
Waar ligt het appartement en hoe groot is het?
-
Wat is de maandelijkse huur en wat is daarbij inbegrepen?
-
Waarom zijn huisdieren niet toegestaan volgens de advertentie?
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Wij ___ een appartement in Utrecht, want wij leven nu in Nederland.
2. Ik ___ in een klein rijhuis in Den Haag, omdat ik daar werk.
3. De huisbaas ___ dit huis niet, hij woont ook in een ander appartement.
4. Wij ___ in een hotel, dus wij huren nog geen huis.
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Bellen over huurappartement Utrecht
Anna, huurder: Show Goedemiddag, ik bel over het appartement in Utrecht dat ik op de website zag.
Meneer De Vries, makelaar: Show Goedemiddag, het appartement is nog beschikbaar. Wilt u het huren voor één jaar?
Anna, huurder: Show Misschien. Hoeveel is de huur per maand?
Meneer De Vries, makelaar: Show De huur is €1.100 per maand, inclusief servicekosten.
Open vragen:
1. Welk type woning zoekt Anna?
2. Wat voor woning zou jij later willen huren en waarom?
Kamer reserveren hotel Den Haag
Mark, gast: Show Hallo, ik wil graag een kamer in uw hotel reserveren voor twee nachten.
Receptioniste Hotel Hofplein: Show Natuurlijk, meneer. Wilt u een eenpersoonskamer of een tweepersoonskamer?
Mark, gast: Show Een eenpersoonskamer graag; ik kom voor werk naar Den Haag.
Receptioniste Hotel Hofplein: Show Prima, ik reserveer de kamer op uw naam. Mag ik uw achternaam alstublieft?
Open vragen:
1. Welke kamer reserveert Mark?
2. In welke stad zou jij een hotel reserveren en waarom?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je belt een makelaar om een appartement te huren. Je zag een leuk appartement op internet en je wilt meer informatie en een afspraak maken. (Gebruik: het appartement, huren, Ik wil graag...)
Ik wil graag
Voorbeeld:
Ik wil graag informatie over het appartement en een afspraak maken voor een bezichtiging.
2. Je bent in een hotel in Amsterdam voor werk. Bij de receptie wil je een kamer reserveren voor één nacht. (Gebruik: het hotel, de kamer, reserveren)
Ik wil graag
Voorbeeld:
Ik wil graag een kamer in het hotel reserveren voor één nacht.
3. Je stuurt een sms naar je huisbaas. De verwarming in het huis werkt niet. Je legt het kort uit en vraagt om hulp. (Gebruik: de huisbaas, het huis, helpen)
Kunt u
Voorbeeld:
Kunt u mij helpen? De verwarming in het huis werkt niet.
4. Je ziet een advertentie voor een rijhuis in Utrecht. Je belt de eigenaar. Je legt kort uit wie je bent en dat je het huis wilt huren. (Gebruik: de eigenaar, het rijhuis, huren)
Ik bel omdat
Voorbeeld:
Ik bel omdat ik interesse heb. Ik wil het rijhuis graag huren en ik heb een paar vragen voor de eigenaar.
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over wat voor woning jij wilt huren in Nederland en wat voor jou belangrijk is (locatie, prijs, balkon, grootte).
Nuttige uitdrukkingen:
Ik zoek een appartement in ... / De huur mag maximaal ... euro per maand zijn. / Ik wil graag een balkon, want ... / Het is voor mij belangrijk dat ...
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Praat met de makelaar. Wat voor soort accommodatie wil je huren? (Praat met de makelaar. Wat voor soort accommodatie wil je huren?)
- Noem en beschrijf de soorten accommodaties op de foto's. Denk aan de prijzen. (Noem en beschrijf de soorten accommodaties op de foto's. Denk aan de prijzen.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Kan ik de villa voor het weekend huren? Het is heel groot met een mooi zwembad. |
|
Ik wil een kamer in dit hotel huren voor twee maanden. |
|
Ik vind de huur te duur. |
|
Ik geef de voorkeur aan het huren van een gedeelde kamer omdat het goedkoper is. |
|
Ik woon graag met meer mensen. Dus ik wil een appartement delen, maar ik wil een eigen kamer. |
|
Ik ben op zoek naar een huis om samen met mijn partner te huren. |
| ... |