Verstuur en ontvang berichten.
E-mail en internet.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Hoe schrijf je e-mails?
Grammatica: Tijd en plaats: wanneer, totdat, waar
Een bijzin geeft de omstandigheden (tijd of plaats) van de handeling in de hoofdzin aan. Vragen voor tijd zijn: wanneer?, vanaf wanneer?, hoe lang?, en voor plaats: waar?, waarheen?
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!