Leerás adjetivos demostrativos como este, ese y aquel mientras describes formas geométricas básicas como el círculo, triángulo y rectángulo, y sus características físicas como ancho y estrecho.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (16) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Classificeer de woorden in twee groepen, afhankelijk van of ze geometrische vormen vertegenwoordigen of fysieke kenmerken beschrijven.
Formas geométricas
Características físicas
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Fino
Fijn
2
El cuadrado
Het vierkant
3
Ancho
Breed
4
El círculo
De cirkel
5
El rectángulo
De rechthoek
Ejercicio 5: Gespreksoefening
Instrucción:
- Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze. (Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze.)
- Vraag de anderen wat ze liever hebben. Kleinere of grotere auto's, ... ? (Vraag de anderen wat ze liever hebben. Kleinere of grotere auto's, .... ?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Este coche es pequeño y viejo. Deze auto is klein en oud. |
Ese coche es más grande y más nuevo. Die auto is groter en nieuwer. |
Los chicos están usando pantalones más anchos. De jongens dragen bredere broeken. |
¿Qué coche prefieres? Welke auto heb je liever? |
Prefiero un coche más pequeño pero más moderno. Ik geef de voorkeur aan een kleinere maar modernere auto. |
Prefiero los coches antiguos. Ik geef de voorkeur aan oude auto's. |
La calle es muy estrecha. De straat is erg smal. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Yo ___ la forma de este círculo porque es muy grande.
(Ik ___ de vorm van deze cirkel omdat hij erg groot is.)2. Tú ___ ese triángulo estrecho que está en la mesa.
(Jij ___ die smalle driehoek die op de tafel ligt.)3. Él ___ aquel rectángulo duro que es más pequeño.
(Hij ___ die harde rechthoek die kleiner is.)4. Nosotros ___ las líneas finas en estas gafas nuevas.
(Wij ___ de fijne lijnen in deze nieuwe bril.)Oefening 8: We kijken naar de vormen in de kamer
Instructie:
Werkwoordschema's
Mirar - Kijken
Presente
- yo miro
- tú miras
- él/ella/Ud. mira
- nosotros/as miramos
- vosotros/as miráis
- ellos/ellas/Uds. miran
Oefening 9: Los adjetivos demostrativos: "Este, ese, aquel"
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De aanwijzende voornaamwoorden: "Este, ese, aquel"
Toon vertaling Toon antwoordenestas, Aquellos, Esos, Estos, Esas, Aquellas, aquella, Esa
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.27.2 Gramática
Los adjetivos demostrativos: "Este, ese, aquel"
De aanwijzende voornaamwoorden: "Este, ese, aquel"
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Mirar kijken Delen Gekopieerd!
Presente
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) miro | ik kijk |
(tú) miras | jij kijkt |
(él/ella) mira | hij/zij kijkt |
(nosotros/nosotras) miramos | wij kijken |
(vosotros/vosotras) miráis | jullie kijken |
(ellos/ellas) miran | zij kijken |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Les over vormen en demonstratieve bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans
In deze les leer je de namen van verschillende geometrische vormen en hoe je fysieke kenmerken kunt beschrijven met bijvoeglijke naamwoorden. Daarnaast ligt de focus op het gebruik van de demonstratieve bijvoeglijke naamwoorden este, ese en aquel om objecten aan te wijzen die dichtbij of verder weg staan.
Belangrijkste thema's en voorbeelden
- Vormen: el cuadrado (vierkant), el círculo (cirkel), el triángulo (driehoek), el rectángulo (rechthoek)
- Fysieke kenmerken: ancho (breed), estrecho (smal), grueso (dik), fino (dun)
- Demonstratieve bijvoeglijke naamwoorden: este (dichtbij de spreker), ese (iets verder), aquel (ver weg)
Gebruiksvoorbeelden
Je kunt aantonen hoe vormen en eigenschappen samenkomen in de volgende zinnen:
- "Este círculo es más grande que aquel triángulo." (Deze cirkel is groter dan die driehoek daar.)
- "¿Ves ese rectángulo estrecho en la pared?" (Zie je dat smalle rechthoekige vlak aan de muur?)
- "Aquellos sombreros gruesos son para el invierno." (Die dikke hoeden daar zijn voor de winter.)
Belangrijke taalkundige aandachtspunten
In het Spaans veranderen bijvoeglijke naamwoorden qua geslacht en getal, bijvoorbeeld pequeño (mannelijk enkelvoud) en pequeñas (vrouwelijk meervoud). Let ook op de verschillen in gebruik van demonstratieve bijvoeglijke naamwoorden:
- este/esta/estos/estas verwijst naar iets dicht bij de spreker;
- ese/esa/esos/esas verwijst naar iets dichtbij de luisteraar;
- aquel/aquella/aquellos/aquellas verwijst naar iets verder weg van beiden.
Verschillen met het Nederlands en nuttige woorden
In het Nederlands gebruiken we meestal de aanwijzende voornaamwoorden deze en die zonder zo'n nuance voor afstand. Spaans onderscheidt duidelijk meerdere niveaus van nabijheid met este, ese en aquel. Voorbeelden van handige woorden die je in deze les tegenkomt zijn:
- Forma – vorm
- Ancho – breed
- Estrecho – smal
- Grueso – dik
- Fino – dun/fijn
Door het oefenen met deze woorden en structuren kun je beter beschrijven hoe objecten eruitzien en ze preciezer aanwijzen in het Spaans.