1. Immersione linguistica

2. Vocabolario (16)

De berg

De berg Mostra

La montagna Mostra

Het bos

Het bos Mostra

Il bosco Mostra

Het meer

Het meer Mostra

Il lago Mostra

De rivier

De rivier Mostra

Il fiume Mostra

De waterval

De waterval Mostra

La cascata Mostra

Het natuurgebied

Het natuurgebied Mostra

L'area naturale Mostra

De route

De route Mostra

Il percorso Mostra

De top

De top Mostra

La vetta Mostra

De wandelschoenen

De wandelschoenen Mostra

Le scarpe da trekking Mostra

De wandelreis

De wandelreis Mostra

L'escursione a piedi Mostra

Stappen

Stappen Mostra

Camminare Mostra

Beschrijven

Beschrijven Mostra

Descrivere Mostra

Omhoog

Omhoog Mostra

In salita Mostra

Omlaag

Omlaag Mostra

In discesa Mostra

Gemakkelijk

Gemakkelijk Mostra

Facile Mostra

Moeilijk

Moeilijk Mostra

Difficile Mostra

4. Esercizi

Esercizio 1: Preparazione all'esame

Istruzione: Leggi il testo, riempi gli spazi con le parole mancanti e rispondi alle domande qui sotto


Zondagswandeling op de Utrechtse Heuvelrug

Parole da usare: wandelschoenen, omhoog, bos, Heuvelrug, beschrijft, meer, omlaag, route, moeilijk, berg, natuurgebied

(Passeggiata domenicale nella Utrechtse Heuvelrug)

Op zondag organiseert expatgroep “Nieuwe Buren” een rustige wandeling in Nationaal Park Utrechtse . We starten om tien uur bij het station in Driebergen en lopen samen naar het . De is ongeveer tien kilometer en gaat door het en langs een klein . Onderweg een gids het landschap en vertelt hij over de dieren in het park.

De wandeling is niet , maar goede zijn handig. Soms gaan we een beetje en daarna weer . Boven op een kleine hebben we een mooi uitzicht. Daar nemen we een korte pauze met koffie en thee. Wie mee wil, stuurt uiterlijk vrijdag een e‑mail naar de organisatie en schrijft met hoeveel vrienden of familie hij komt.
La domenica il gruppo di expat “Nuovi Vicini” organizza una passeggiata tranquilla nel Parco Nazionale Utrechtse Heuvelrug. Partiamo alle dieci dalla stazione di Driebergen e camminiamo insieme verso l'area naturale. Il percorso è di circa dieci chilometri e attraversa il bosco e costeggia un piccolo lago. Lungo il tragitto una guida descrive il paesaggio e racconta degli animali che vivono nel parco.

La passeggiata non è difficile, ma è utile indossare buone scarpe da trekking. A volte saliamo un po' e poi ridiscendiamo. Sulla cima di una piccola collina abbiamo una bella vista. Lì facciamo una breve pausa con caffè e tè. Chi vuole partecipare deve inviare un'e-mail all'organizzazione entro venerdì e specificare con quanti amici o familiari verrà.

  1. Waar en hoe laat begint de wandeling van “Nieuwe Buren”?

    (Dove e a che ora inizia la passeggiata dei “Nuovi Vicini”?)

  2. Wat doen de deelnemers onderweg tijdens de wandeling?

    (Cosa fanno i partecipanti durante la passeggiata?)

  3. Waarom zijn goede wandelschoenen belangrijk voor deze wandeling?

    (Perché sono importanti delle buone scarpe da trekking per questa passeggiata?)

  4. Zou jij je inschrijven voor deze wandeling? Waarom wel of niet?

    (Ti iscriveresti a questa passeggiata? Perché sì o perché no?)

Esercizio 2: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la soluzione corretta

1. Zondag ___ we ons in het natuurgebied, maar daarna stappen we weer naar huis.

(Domenica ___ we ons in het natuurgebied, maar daarna stappen we weer naar huis.)

2. Daarna ___ we langs de rivier en door het bos naar een gemakkelijk pad.

(Daarna ___ we langs de rivier en door het bos naar een gemakkelijk pad.)

3. Op de top van de kleine berg ___ we ons even ontspannen en wat foto’s maken.

(Op de top van de kleine berg ___ we ons even ontspannen en wat foto's maken.)

4. Gisteren ___ we eerst omlaag naar het meer en daarna omhoog terug naar de parkeerplaats.

(Gisteren ___ we eerst omlaag naar het meer en daarna omhoog terug naar de parkeerplaats.)

Esercizio 3: Carte di dialogo

Istruzione: Seleziona una situazione e pratica la conversazione con il tuo insegnante o con i compagni di classe.

Esercizio 4: Rispondere alla situazione

Istruzione: Esercitatevi in coppia o con il vostro insegnante.

1. Je wilt op zondag met een collega gaan wandelen in een natuurgebied bij jou in de buurt. Je stuurt een WhatsApp-bericht en nodigt hem of haar uit. (Gebruik: Het natuurgebied, zondag, gezellig)

(Vuoi andare a passeggiare domenica con un collega in una riserva naturale vicino a casa. Inviagli un messaggio WhatsApp per invitarlo. (Usa: Het natuurgebied, zondag, gezellig))

Zondag wil ik graag  

(Domenica vorrei ...)

Esempio:

Zondag wil ik graag in het natuurgebied bij mij in de buurt wandelen, misschien een uurtje, als jij ook tijd hebt.

(Domenica vorrei passeggiare nel parco naturale vicino a casa mia, magari per un'oretta, se hai tempo.)

2. Je bent met vrienden in Zuid-Limburg. Jij stelt voor om niet in de stad te blijven, maar een route in de bergen te lopen. Leg kort uit wat je wilt doen. (Gebruik: De berg, een mooie route, uitzicht)

(Sei con amici nel Limburgo meridionale. Proponi di non restare in città ma di fare un percorso in montagna. Spiega brevemente cosa vuoi fare. (Usa: De berg, een mooie route, uitzicht))

Ik wil graag  

(Vorrei ...)

Esempio:

Ik wil graag op de berg een route lopen, dan kunnen we rustig wandelen en van het uitzicht genieten.

(Vorrei fare un percorso sulla montagna, così possiamo camminare con calma e goderci il panorama.)

3. Je belt je zus om te vragen of ze mee wil op een wandelreis in Oostenrijk. Vertel wat jullie ongeveer gaan doen en hoe moeilijk het is. (Gebruik: De wandelreis, gemakkelijk, omhoog en omlaag)

(Chiami tua sorella per chiederle se vuole venire a un viaggio a piedi in Austria. Spiega cosa farete più o meno e quanto è difficile. (Usa: De wandelreis, gemakkelijk, omhoog en omlaag))

Op de wandelreis gaan we  

(Nel viaggio a piedi faremo ...)

Esempio:

Op de wandelreis gaan we elke dag een paar uur wandelen. Het is vrij gemakkelijk, we lopen langzaam omhoog en omlaag en we maken veel pauzes.

(Nel viaggio a piedi cammineremo ogni giorno per qualche ora. È abbastanza facile: saliamo e scendiamo lentamente e facciamo molte pause.)

4. Je staat bij de ingang van een groot bos in Nederland en praat met een andere wandelaar. Jij kent de route niet goed en vraagt naar een makkelijke weg. (Gebruik: Het bos, de route, gemakkelijk)

(Sei all'ingresso di una grande foresta nei Paesi Bassi e parli con un altro escursionista. Non conosci bene il percorso e chiedi un tragitto facile. (Usa: Het bos, de route, gemakkelijk))

Kunt u mij  

(Può indicarmi ...)

Esempio:

Kunt u mij misschien een makkelijke route in het bos uitleggen, niet te lang, want ik ben hier voor het eerst?

(Può indicarmi un percorso facile nella foresta, non troppo lungo? È la prima volta che vengo qui.)

Esercizio 5: Esercizio di scrittura

Istruzione: Scrivi 5 o 6 frasi in cui inviti un amico o un collega a una passeggiata domenicale e spieghi dove andremo a camminare e cosa si può vedere e fare lì.

Espressioni utili:

Zullen we samen gaan wandelen op zondag? / We starten om … uur bij … / De route gaat door … en langs … / Laat je me weten of je mee wilt?

Oefening 6: Esercizio di conversazione

Instructie:

  1. Beschrijf de afbeeldingen: de uitzichten, de activiteiten en de kleding. (Descrivi le immagini: le vedute, le attività e l'abbigliamento.)
  2. In welk land wil je gaan wandelen? (In quale paese vuoi fare escursioni?)

Linee guida per l'insegnamento +/- 10 minuti

Esempi di frasi:

Ik hou van wandelen omdat de natuur mooi is. Ik geniet van bergmeren en toppen met sneeuw.

Mi piace fare escursioni perché la natura è bella. Mi piacciono i laghi di montagna e le cime innevate.

Ik houd van wandelen als er een goed pad is.

Mi piace fare escursioni quando c'è un buon sentiero.

Ik houd niet van wandelen omdat wandelingen lang en vermoeiend zijn.

Non mi piace fare escursioni perché le passeggiate sono lunghe e faticose.

Het is erg belangrijk om water, een goede rugzak en goede kleding mee te nemen.

È molto importante avere acqua, uno zaino buono e vestiti adatti.

Je moet comfortabele wandelschoenen en wandelstokken hebben.

Devi avere scarpe da trekking comode e bastoncini da passeggio.

Ik ga vaak wandelen in landen met hoge bergen zoals Spanje, Frankrijk of Zwitserland.

Vado spesso a fare escursioni in paesi con montagne alte come la Spagna, la Francia o la Svizzera.

...