Elke Nederlander fietst één keer in zijn leven rond het IJsselmeer, via de Afsluitdijk natuurlijk! De video geeft je een beeld van dit fiets- en wandelpad, dat grotendeels open is.
Ogni olandese fa una volta nella vita il giro del lago IJsselmeer, passando naturalmente per la Afsluitdijk! Il video ti dà un'idea di questo percorso ciclabile e pedonale, che è per lo più aperto.

Esercizio 1: Immersione linguistica

Istruzione: Guarda il video e rispondi alle domande correlate.

Parola Traduzione
Het wandelpad Il percorso pedonale
Het pad op de dijk Il percorso sulla diga
Het pad langs de Waddenzee Il percorso lungo il Mare dei Wadden
Veilig passeren Percorrere in sicurezza
De bruggen I ponti ciclabili
Het fiets- en wandelpad op de Afsluitdijk is grotendeels open. (Il percorso ciclabile e pedonale sulla Afsluitdijk è per lo più aperto.)
Wandelen en fietsen is mogelijk over vierentwintig kilometer tussen twee spuicomplexen. (Camminare e andare in bicicletta è possibile per ventiquattro chilometri tra due complessi di scarico.)
Je kunt zowel over het bestaande fietspad langs de A7 als over het nieuwe pad langs de Waddenzee gaan. (Puoi usare sia il percorso ciclabile esistente lungo la A7 sia il nuovo percorso lungo il Mare dei Wadden.)
Je maakt gebruik van de gratis fietsbus om de spuicomplexen veilig te passeren. (Usa l'autobus gratuito per biciclette per attraversare in sicurezza i complessi di scarico.)
De fietsbruggen zijn verwijderd vanwege werkzaamheden aan de Afsluitdijk. (I ponti ciclabili sono stati rimossi a causa di lavori sulla Afsluitdijk.)
Kijk op de website voor meer informatie, de dienstregeling, de haltes en welke voertuigen zijn toegestaan in de fietsbus. (Consulta il sito web per maggiori informazioni: orari, fermate e quali veicoli sono ammessi nell'autobus per biciclette.)

1. Wat kun je doen op de Afsluitdijk?

(Cosa puoi fare sulla Afsluitdijk?)

2. Hoe lang is het deel van de Afsluitdijk waar je kunt wandelen en fietsen?

(Quanto è lungo il tratto della Afsluitdijk in cui puoi camminare e andare in bicicletta?)

3. Waarom gebruik je de gratis fietsbus?

(Perché usi l'autobus gratuito per biciclette?)

4. Waar vind je informatie over de dienstregeling en de haltes van de fietsbus?

(Dove trovi informazioni sugli orari e sulle fermate dell'autobus per biciclette?)

Esercizio 2: Dialogo

Istruzione: Leggi il dialogo e rispondi alle domande.

Wandelen of fietsen in Nederland?

Camminare o andare in bici nei Paesi Bassi?
1. Alex: Zullen we dit weekend over de Afsluitdijk fietsen? (Facciamo un giro in bici questo weekend sulla Afsluitdijk?)
2. Eva: Die route is lang. Ik wil liever op de Vaalserberg wandelen. (Quel percorso è lungo. Preferirei invece fare una camminata sul Vaalserberg.)
3. Alex: De route over de dijk is lang, maar gemakkelijk. Wandelen is vermoeiend. (La strada sulla diga è lunga, ma facile. Camminare è faticoso.)
4. Eva: Op de Vaalserberg stappen we omhoog naar een prachtig uitzicht vanaf het hoogste punt van Nederland. (Sul Vaalserberg saliamo verso una splendida vista dal punto più alto dei Paesi Bassi.)
5. Alex: Bij de Afsluitdijk zie je onderweg het meer en de rivier; dat is ook prachtig. (Sulla Afsluitdijk, lungo il percorso, si vedono il lago e il fiume; anche quello è bellissimo.)
6. Eva: In Limburg lopen we door het bos en langs een waterval. Veel groener! (In Limburg camminiamo nel bosco e lungo una cascata. Molto più verde!)
7. Alex: Fietsen gaat sneller dan wandelen, dat is handiger. (Andare in bici è più veloce che camminare; è più comodo.)
8. Eva: Maar wandelen is rustiger, en ik draag graag mijn wandelschoenen. (Ma camminare è più tranquillo, e a me piace indossare le mie scarpe da trekking.)
9. Alex: Omlaag fietsen van een brug is ook leuk en spannend! (Scendere in bici da un ponte è anche divertente ed emozionante!)
10. Eva: Ja, maar daar hebben ze geen Limburgse vlaai. Dáár heb ik zin in! (Sì, però lì non hanno la vlaai di Limburg. Quella la voglio proprio!)
11. Alex: Dan doen we eerst de fietstocht en volgende week de wandeltocht? (Allora facciamo prima il giro in bici e la prossima settimana la camminata?)
12. Eva: Nee hoor, eerst wandelen, dan pas fietsen! (No, prima camminiamo, poi solo dopo andiamo in bici!)
13. Alex: Nou, die koppigheid kende ik al toen we trouwden. Wandelen dus. (Beh, quella testardaggine la conoscevo già quando ci siamo sposati. Quindi, camminata.)

1. Wat stelt Alex voor om dit weekend te doen?

(Cosa propone Alex di fare questo weekend?)

2. Waarom wil Eva liever naar de Vaalserberg?

(Perché Eva preferisce il Vaalserberg?)