A1.1.1 - Begroeten in verschillende contexten
Begroeten in verschillende contexten
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Goedemorgen |
| Goedemiddag |
| Goedenavond |
| Goeieavond |
| Fijne avond |
| Hoi |
| Een hand geven |
| Hoi, hoe gaat het |
| Hé |
| Hey |
| Hai |
| In Nederland groet ik mensen met goedemorgen, goedemiddag of goedenavond. |
| Als het al avond is, zeg ik vaak goeieavond of fijne avond. |
| Soms geef ik iemand een hand als ik binnenkom. |
| Met sommige mensen zeg ik: lieve schat. |
| Met andere mensen zeg ik gewoon: hoi, of: hoi, hoe gaat het meneer? |
| Als het vroeg is, loop ik meestal gewoon naar binnen en zeg ik niets. |
| Dan ben ik nog niet echt aanspreekbaar. |
| In de les zeg ik meestal hai of hoi tegen de leraar. |
| Soms zeg ik niks, ik loop de les in en ga zitten. |
| Als ik een goede band met de leraar heb, zeg ik goedemiddag en maak ik een klein praatje. |
Begripsvragen:
-
Welke begroeting gebruik je in de ochtend?
(Welke begroeting gebruik je in de ochtend?)
-
Wat zeg je vaak tegen iemand in de avond als je weggaat?
(Wat zeg je vaak tegen iemand in de avond als je weggaat?)
-
Wat doe je anders als je een goede band met de leraar hebt?
(Wat doe je anders als je een goede band met de leraar hebt?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Groeten in de buurt
| 1. | Rik: | Hoi, goedemorgen! Welkom in de buurt, wat leuk om je te zien. |
| 2. | Emma: | Hallo! Dank je wel, ik ben Emma. En jij? |
| 3. | Rik: | Ik heet Rik, leuk je te ontmoeten. Hoe gaat het? |
| 4. | Emma: | Goed, dank je! Ik ben net verhuisd, ik kom uit Eindhoven. |
| 5. | Rik: | Ah, wat leuk! Ik woon al drie jaar hier in de straat. |
| 6. | Emma: | Oh, leuk. |
| 7. | Rik: | Ga je vanavond naar het buurtfeest? |
| 8. | Emma: | Ja, ik zie je daar! |
| 9. | Rik: | Ja, gezellig! Tot vanavond! |
1. Waar speelt dit gesprek waarschijnlijk?
2. Wat zegt Rik aan het begin van het gesprek?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
U komt ’s ochtends op uw werk en ziet een collega voor het eerst die dag. Wat zegt u om hem of haar te begroeten?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U ontmoet een nieuwe buurman of -vrouw in de straat. Hoe stelt u zichzelf kort voor en hoe vraagt u hoe het gaat?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U begrijpt in de les iets niet wat de docent zegt. Wat zegt u tegen de docent om om uitleg of herhaling te vragen?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U moet een (video)gesprek met een collega of klant beëindigen. Wat zegt u om het gesprek vriendelijk af te sluiten?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 4: Oefening in context
Instructie: Luister naar dit liedje, lees mee met de tekst en kijk of je woorden kunt herkennen uit de woordenlijst.
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen