Leer in deze les dagelijkse voedselwoorden zoals brood, koffie, appel, en groenten als aardappel en sla. Oefen ook verbindingswoorden als 'en', 'maar', 'of' en 'want' om dagelijkse gesprekken over eten makkelijk te maken.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (23) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Rangschik de woorden in twee categorieën: groenten en fruit.
Groenten
Fruit
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
De koffie
De koffie
2
Het avondeten
Het avondeten
3
De wortel
De wortel
4
De eieren
De eieren
5
De sla
De sla
Oefening 5: Gespreksoefening
Instructie:
- Zeg wat de mensen op de foto doen. (Zeg wat de mensen op de foto doen.)
- Noem de namen van de gerechten op de foto's. (Zeg de naam van de gerechten op de foto's.)
- Wat eet of drink je? (Wat eet of drink je?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ elke dag om zeven uur.
2. Na het ontbijt ___ ik altijd koffie en melk.
3. Mijn vriend ___ thee, maar ik drink liever water.
4. In het weekend ___ ik meestal met brood en kaas.
Oefening 8: Dagelijks eten
Instructie:
Werkwoordschema's
Ontbijten - Ontbijten
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik ontbijt
- jij ontbijt
- hij/zij/het ontbijt
- wij ontbijten
- jullie ontbijten
- zij ontbijten
Drinken - Drinken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik drink
- jij drinkt
- hij/zij/het drinkt
- wij drinken
- jullie drinken
- zij drinken
Eten - Eten
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik eet
- jij eet
- hij/zij/het eet
- wij eten
- jullie eten
- zij eten
Oefening 9: Nevenschikkende voegwoorden (en, maar, of, want)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Nevenschikkende voegwoorden (en, maar, of, want)
Toon vertaling Toon antwoordenof, maar, en, want
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.15.2 Grammatica
Nevenschikkende voegwoorden (en, maar, of, want)
Nevenschikkende voegwoorden (en, maar, of, want)
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Ontbijten ontbijten Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) ontbijt | (ik) ontbijt |
(jij) ontbijt / ontbijt | (jij) ontbijt / ontbijt |
(hij/zij/het) ontbijt | (hij/zij/het) ontbijt |
(wij) ontbijten | (wij) ontbijten |
(jullie) ontbijten | (jullie) ontbijten |
(zij) ontbijten | (zij) ontbijten |
Drinken drinken Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) drink | (ik) drink |
(jij) dronk / drinkt | (jij) dronk / drinkt |
(hij/zij/het) dronk / drinkt | (hij/zij/het) dronk / drinkt |
(wij) drinken | (wij) drinken |
(jullie) drinken | (jullie) drinken |
(zij) drinken | (zij) drinken |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Dagelijks eten
In deze les leer je hoe je eenvoudige zinnen kunt maken over dagelijkse eetgewoonten en verschillende soorten voedsel in het Nederlands. De les is geschikt voor beginners (A1-niveau) en richt zich op praktische woordenschat, verbindingswoorden en werkwoordvervoegingen die vaak gebruikt worden bij het praten over eten en drinken.
Belangrijkste leerpunten
- Woorden over voedsel: Je leert namen van groenten zoals de aardappel, de sla en de wortel én fruit zoals de appel en de banaan.
- Nevenschikkende voegwoorden: De koppelingen en, maar, of en want worden gebruikt om zinnen eenvoudig te verbinden, bijvoorbeeld: "Ik drink koffie en eet brood bij het ontbijt.".
- Werkwoorden vervoegen: De vervoegingen in de onvoltooide tegenwoordige tijd (OTT) van werkwoorden als ontbijten, drinken en eten zijn geoefend aan de hand van meerdere keuzemogelijkheden en een korte verhaaltjestekst.
Woorden en uitdrukkingen om te oefenen
Hier vind je enkele voorbeelden van nuttige woorden en zinnen met vertaling direct niet nodig, omdat de instructie en de leertaal beide Nederlands zijn:
- Voedsel: brood, koffie, appel, banaan, soep, zout, knoflook
- Zinnen met voegwoorden:
- Ik drink koffie en eet brood bij het ontbijt.
- Wil je een appel of een banaan als tussendoortje?
- Ik eet soep, maar ik voeg wel zout en knoflook toe.
- Ik drink water want het is warm buiten.
Gesprekken oefenen
De les bevat dialogen die je kunt oefenen over ontbijten thuis, lunchtijd op het werk en boodschappen doen voor het avondeten. Ze helpen je om basisvragen en -antwoorden over eten en drinken natuurlijk te oefenen, bijvoorbeeld:
- "Wat eet jij meestal 's ochtends?" - "Ik eet brood en drink altijd koffie."
- "Drink je water of koffie erbij?" - "Ik drink water, en jij?"
Verschillen en handige tips
Omdat je Nederlands leert in het Nederlands, wordt er geen vertaling gegeven. Wel is het belangrijk om te weten dat voegwoorden in het Nederlands vaak aan elkaar worden geschreven als ze 'want' of 'maar' zijn, en ze worden gebruikt om eenvoudige verbanden te leggen. In dagelijks Nederlands zijn zulke korte, voor de hand liggende verbindingen heel gebruikelijk voor het formuleren van gedachten over eten en drinken.
Enkele handige woorden en zinnen om mee te beginnen:
- Ik eet graag...
- Wil je ... of ...?
- Ik drink ... omdat ...
Werkwoorden zoals eten, drinken en ontbijten zijn regelmatig en belangrijk voor dagelijkse communicatie over maaltijden. Let op hun juiste vorm bij 'ik', 'jij', 'hij/zij/het' en de meervoudsvormen in de onvoltooide tegenwoordige tijd.