1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (12)

Het boek

Het boek Show

The book Show

De film

De film Show

The film Show

De foto

De foto Show

The photo Show

De hobby

De hobby Show

The hobby Show

De muziek

De muziek Show

The music Show

Het schilderij

Het schilderij Show

The painting Show

Het instrument

Het instrument Show

The instrument Show

Tekenen

Tekenen Show

To draw Show

Schilderen

Schilderen Show

To paint Show

Kijken

Kijken Show

To watch / to look Show

Lezen

Lezen Show

To read Show

Luisteren

Luisteren Show

To listen Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Flyer van het buurthuis: Hobby-avond

Woorden om te gebruiken: film, boek, luisteren, schilderen, kijken, tekenen, nu, hobby-avond, lezen

(Flyer van het buurthuis: hobbyavond)

In het buurthuis in mijn wijk is elke dinsdag een . Mensen komen na het werk om te , of naar muziek te . Sommige mensen rustig een in een stoel. Andere mensen samen een . Er is koffie en thee.

Ik ga daar vaak na mijn werk naartoe. Ik lees een spannend boek en ik maak soms een klein schilderij. Mijn vriendin maakt graag foto’s en zij laat de foto’s dan aan de groep zien. Nieuwe mensen zijn welkom. Je kan eerst gewoon kijken. Daarna kies je een hobby en je doet mee.

  1. Wat doe jij graag na je werk of na school in je vrije tijd?

  2. Welke hobby’s zijn er op de hobby-avond in het buurthuis? Noem er één of twee.

  3. Zou jij naar deze hobby-avond gaan? Waarom wel of niet?

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Na mijn werk lees ik graag een boek op de bank.
In het weekend kijk ik vaak een film met mijn collega’s.
Ik luister nu naar rustige muziek op kantoor.
In de avond teken ik soms foto’s na van mijn vakantie.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ nu een interessant boek over fotografie.


2. In het weekend ___ wij vaak boeken over kunst en schilderijen.


3. Na het werk ___ jij graag naar een film over muziek.


4. Vanavond ___ zij samen naar foto’s en schilderijen op de computer.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent op je werk. In de pauze vraagt een collega: 'Wat doe jij graag in je vrije tijd?' Vertel kort over jouw hobby. (Gebruik: de hobby, graag, in het weekend)

Mijn hobby is  

Voorbeeld:

Mijn hobby is lezen. Ik lees graag in het weekend.

2. Je bent bij een burenborrel. Een buurvrouw ziet een roman in je hand en vraagt: 'Lees je veel?' Vertel iets over lezen. (Gebruik: het boek, leuk, elke avond)

Ik lees  

Voorbeeld:

Ik lees elke avond een boek. Een boek vind ik leuk en rustgevend.

3. Je gaat met een collega naar de bioscoop. Hij vraagt: 'Wat voor films vind jij leuk?' Vertel wat jij graag kijkt. (Gebruik: de film, leuk vinden, kijken)

Ik vind  

Voorbeeld:

Ik vind spannende films leuk. Ik kijk graag een film na mijn werk.

4. Je bent op een Nederlandse taalcursus. De docent vraagt: 'Luister je vaak naar muziek?' Vertel kort over jouw muziek. (Gebruik: de muziek, luisteren, het instrument)

Ik luister  

Voorbeeld:

Ik luister elke dag naar muziek. Muziek op mijn telefoon helpt mij ontspannen.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over jouw hobby’s: wat je doet, wanneer je dat doet en met wie.

Nuttige uitdrukkingen:

In mijn vrije tijd … / Mijn hobby is … / Ik doe dat meestal op … / Ik vind dat leuk, omdat …

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Beschrijf de hobby op elke afbeelding. (Beschrijf de hobby in elke afbeelding.)
  2. Wat is je favoriete activiteit? (Wat is je favoriete activiteit?)
  3. Maak een dialoog waarin je naar de favoriete hobby vraagt. (Maak een dialoog waarin je naar de favoriete hobby vraagt.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

De vrouw zingt.

Ze zijn actief en doen aan sport.

Ik luister heel graag naar muziek.

Wat doe je graag?

Ik lees graag.

Ik hou van schilderen.

...