A1.41 - Hobby's beschrijven
Hobby's beschrijven
1. Taalonderdompeling
A1.41.1 Activiteit
Van Passie naar Beroep
3. Grammatica
A1.41.2 Grammatica
Bijwoorden van tijd (nu, dan, morgen...)
Belangrijk werkwoord
Lezen (lezen)
Belangrijk werkwoord
Kijken (kijken)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Flyer van het buurthuis: Hobby-avond
Woorden om te gebruiken: film, boek, luisteren, schilderen, kijken, tekenen, nu, hobby-avond, lezen
(Flyer van het buurthuis: hobbyavond)
In het buurthuis in mijn wijk is elke dinsdag een . Mensen komen na het werk om te , of naar muziek te . Sommige mensen rustig een in een stoel. Andere mensen samen een . Er is koffie en thee.
Ik ga daar vaak na mijn werk naartoe. Ik lees een spannend boek en ik maak soms een klein schilderij. Mijn vriendin maakt graag foto’s en zij laat de foto’s dan aan de groep zien. Nieuwe mensen zijn welkom. Je kan eerst gewoon kijken. Daarna kies je een hobby en je doet mee.
-
Wat doe jij graag na je werk of na school in je vrije tijd?
-
Welke hobby’s zijn er op de hobby-avond in het buurthuis? Noem er één of twee.
-
Zou jij naar deze hobby-avond gaan? Waarom wel of niet?
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ nu een interessant boek over fotografie.
2. In het weekend ___ wij vaak boeken over kunst en schilderijen.
3. Na het werk ___ jij graag naar een film over muziek.
4. Vanavond ___ zij samen naar foto’s en schilderijen op de computer.
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Nieuwe collega: hobby's bespreken
Collega Mark: Show Hoi, ik ben Mark, ik werk op IT. Wat doe jij graag na het werk?
Nieuwe collega Sara: Show Hoi, ik ben Sara. Ik lees graag een boek en ik luister veel naar muziek.
Collega Mark: Show Leuk! Ik speel gitaar als hobby en 's avonds kijk ik vaak een film.
Nieuwe collega Sara: Show Oh, gezellig. Misschien kunnen we een keer samen naar een film kijken na het werk.
Open vragen:
1. Wat is jouw hobby? Vertel kort.
2. Kijk je liever een film of lees je liever een boek? Waarom?
Weekendplannen met de buurman
Buurman Pieter: Show Hoi, heb je al plannen voor het weekend?
Jij: Show Ja, ik blijf thuis. Ik teken en ik schilder een beetje; dat vind ik fijn.
Buurman Pieter: Show Dat klinkt goed. Maak je ook foto's van je schilderijen of kijk je erbij een film?
Jij: Show Ja, ik maak foto's van mijn werk en daarna kijk ik vaak een film op de bank.
Open vragen:
1. Wat ga je dit weekend doen? Vertel twee activiteiten.
2. Maak je vaak foto's van je werk of hobby's? Leg uit.
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je bent op je werk. In de pauze vraagt een collega: 'Wat doe jij graag in je vrije tijd?' Vertel kort over jouw hobby. (Gebruik: de hobby, graag, in het weekend)
Mijn hobby is
Voorbeeld:
Mijn hobby is lezen. Ik lees graag in het weekend.
2. Je bent bij een burenborrel. Een buurvrouw ziet een roman in je hand en vraagt: 'Lees je veel?' Vertel iets over lezen. (Gebruik: het boek, leuk, elke avond)
Ik lees
Voorbeeld:
Ik lees elke avond een boek. Een boek vind ik leuk en rustgevend.
3. Je gaat met een collega naar de bioscoop. Hij vraagt: 'Wat voor films vind jij leuk?' Vertel wat jij graag kijkt. (Gebruik: de film, leuk vinden, kijken)
Ik vind
Voorbeeld:
Ik vind spannende films leuk. Ik kijk graag een film na mijn werk.
4. Je bent op een Nederlandse taalcursus. De docent vraagt: 'Luister je vaak naar muziek?' Vertel kort over jouw muziek. (Gebruik: de muziek, luisteren, het instrument)
Ik luister
Voorbeeld:
Ik luister elke dag naar muziek. Muziek op mijn telefoon helpt mij ontspannen.
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over jouw hobby’s: wat je doet, wanneer je dat doet en met wie.
Nuttige uitdrukkingen:
In mijn vrije tijd … / Mijn hobby is … / Ik doe dat meestal op … / Ik vind dat leuk, omdat …
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Beschrijf de hobby op elke afbeelding. (Beschrijf de hobby in elke afbeelding.)
- Wat is je favoriete activiteit? (Wat is je favoriete activiteit?)
- Maak een dialoog waarin je naar de favoriete hobby vraagt. (Maak een dialoog waarin je naar de favoriete hobby vraagt.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
De vrouw zingt. |
|
Ze zijn actief en doen aan sport. |
|
Ik luister heel graag naar muziek. |
|
Wat doe je graag? |
|
Ik lees graag. |
|
Ik hou van schilderen. |
| ... |