A1.40 - Sport en beweging
Leer de sporten
Praat over de sporten die je beoefent
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Twee collega's zitten in een koffietentje en praten over welke sporten ze vroeger deden en of ze samen zouden kunnen gaan sporten, in dit geval tennissen.
De bijwoorden van frequentie geven aan hoe vaak iets gebeurt. Voorbeelden zijn dikwijls, altijd, nooit, en soms.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.
Nederlands leren voor anderstaligen - Complete A1-cursus voor beginners
ISBN 979-13-88253-18-8
Deze app ondersteunt dit boek.