Woorden zoals nu, morgen, wanneer of gauw geven aan wanneer iets gebeurt.

Wat leer je hier?

  • Je herkent bijwoorden van tijd: nu, vandaag, morgen, dan, gauw, wanneer, hoelang.
  • Je weet waar ze in de zin staan.
  • Je weet wanneer je welk woord gebruikt.

1. Overzicht: welke woorden en wanneer?

Bijwoord Betekenis / gebruik Voorbeeld
nu op dit moment Ik werk nu.
vandaag op deze dag Ik sport vandaag.
morgen de volgende dag Ik bel je morgen.
dan op dat moment (daarna / later) Ik werk tot vijf uur. Dan kook ik.
gauw binnen korte tijd, snel Ik kom gauw terug.
wanneer vraag naar tijd (moment) Wanneer werk jij?
hoelang vraag naar duur Hoelang werk jij al hier?
  • wanneer → vraag naar welk moment.
  • hoelang → vraag naar duur / periode.

2. Basiswoordvolgorde met een bijwoord van tijd

In een gewone zin (dus geen vraag):

  1. Onderwerp (wie?)
  2. Persoonsvorm (het werkwoord dat meeverandert)
  3. Bijwoord van tijd (nu, vandaag, morgen, dan, gauw)
  4. De rest van de zin

Schema:

Onderwerp – werkwoord – tijd – rest

  • Ik werk nu thuis.
  • Wij komen morgen naar kantoor.
  • Hij belt dan zijn collega.
  • Ze komt gauw terug.

Let op het verschil:

  • Ik nu werk thuis. → werkwoord op plek 2 is fout.
  • Ik werk nu thuis. → goed.

3. Begin de zin met de tijd: inversie

Je kunt de tijd ook voorop zetten om die te benadrukken.

Dan krijg je inversie (onderwerp en werkwoord wisselen van plaats).

Schema:

Tijd – werkwoord – onderwerp – rest

  • Vandaag werk ik thuis.
  • Morgen ga ik naar de sportschool.
  • Dan praten we over het project.

Controleer jezelf:

  • Staat het werkwoord nog steeds op plek 2? → dan is de zin goed.
  • Vandaag ik werk thuis. → fout (werkwoord niet op plek 2).

4. Vraagwoorden: wanneer en hoelang

Bij een vraag met een vraagwoord komt de volgorde zo:

  1. Vraagwoord (wanneer / hoelang)
  2. Werkwoord
  3. Onderwerp
  4. De rest

Schema:

Wanneer/Hoelang – werkwoord – onderwerp – rest

  • Wanneer luister jij naar muziek?
  • Wanneer ga je naar huis?
  • Hoelang woon jij al in Nederland?
  • Hoelang blijf je op kantoor?

Typische fouten:

  • Wanneer jij luistert naar muziek?
  • Hoelang jij woont hier?

Maak er van:

  • Wanneer luister jij naar muziek?
  • Hoelang woon jij hier?

5. Dan, wanneer, hoelang: veelgemaakte verwarring

  • dan → verwijst naar een bekend moment: "op dat moment".
  • wanneer → vraagt naar een moment: "op welk moment?".
  • hoelang → vraagt naar een duur: "hoeveel tijd?".

Voorbeelden:

  • We hebben eerst een vergadering. Dan lunchen we samen.
  • Wanneer lunchen jullie? Om twaalf uur.
  • Hoelang lunchen jullie? Ongeveer een half uur.

Zeg dus niet:

  • Dan ga je naar huis? (je wilt vragen) → Wanneer ga je naar huis?
  • Wanneer werk jij al hier? (duur) → Hoelang werk jij al hier?

6. Nu, gauw en morgen: korte tijd vs. later

  • nu = precies op dit moment.
  • gauw = binnen korte tijd, maar niet precies nu.
  • morgen = de volgende dag, concreet moment.

Voorbeelden in context:

  • Ik kan nu niet bellen. Ik zit in een meeting.
  • Ik bel je gauw. (binnenkort, maar onbekend moment)
  • Ik bel je morgen om tien uur. (duidelijk moment)

7. Snelle zelfcheck: kan ik dit al?

Beantwoord voor jezelf deze vragen:

  1. Kun je een zin maken met:
    Ik – werk – nu – thuis?
    Ik werk nu thuis.
  2. Kun je de tijd vooraan zetten?
    Vandaag – ga – ik – sporten?
    Vandaag ga ik sporten.
  3. Kun je een vraag maken met wanneer?
    Bijvoorbeeld over je hobby:
    Wanneer lees jij?
  4. Kun je een vraag maken met hoelang?
    Bijvoorbeeld over werk of studie:
    Hoelang werk jij al in dit team?

Kun je dit allemaal? Dan ben je klaar om deze bijwoorden in een gesprek actief te gebruiken.

  1. De bijwoorden staan meestal achter het werkwoord.
  2. Hoelang en wanneer zijn vraagwoorden die zich aan het begin van de zin bevinden.
BijwoordVoorbeeld
nuIk lees nu een boek.
vandaagWe maken een schilderij vandaag.
morgenIk ga morgen naar de film.
danWe luisteren dan naar muziek.
wanneerWanneer luister jij naar muziek?
gauwHij komt gauw weer schilderen.
hoelangHoelang speel jij al een instrument?

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ik lees ___ een boek over fotografie in de trein naar mijn werk.


2. We kijken ___ een film over kunst na de Nederlandse les.


3. ___ maak ik thuis een schilderij, want ik heb geen afspraken op kantoor.


4. ___ luister jij elke dag naar muziek als je de foto’s van je vakantie bekijkt?


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin met het juiste bijwoord van tijd (nu, vandaag, morgen, dan, wanneer, gauw, hoelang).

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (morgen) Ik ga naar de Nederlandse les.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Morgen ga ik naar de Nederlandse les.
  2. Hint Hint (Wanneer) We drinken koffie na de pauze.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wanneer drinken we koffie?
  3. Hint Hint (nu) Ik wacht op de bus.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik wacht nu op de bus.
  4. Hint Hint (vandaag) Wij maken het huiswerk.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wij maken vandaag het huiswerk.
  5. Hint Hint (gauw) Hij komt terug naar kantoor.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij komt gauw terug naar kantoor.
  6. Hint Hint (Hoelang) Je werkt in deze stad.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hoelang werk je in deze stad?

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Vertel kort over je hobby en zeg wanneer je dat doet.

Situatie
Je praat na het werk met een collega over jullie hobby's.

Bespreek
  • Wat is jouw hobby en wanneer doe je dat?
  • Doe je het nu, vandaag of morgen? Vertel wanneer en hoelang.





























































































Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik lees nu een boek.
  • Ik ga morgen naar de film.
  • Wanneer teken jij? Ik teken vandaag na het werk.

Gebruik in gesprek
  • nu
  • wanneer
  • hoelang

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 16:56