A2.15 - De overheid en verkiezingen
De overheid en verkiezingen
1. Taalonderdompeling
A2.15.1 Activiteit
Een democratische koning
3. Grammatica
A2.15.2 Grammatica
Voltooid tegenwoordige tijd of onvoltooid verleden tijd?
Belangrijk werkwoord
Stemmen (stemmen)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Nieuwsbrief van de gemeente: Tweede Kamerverkiezingen
Woorden om te gebruiken: stempas, identiteitsbewijs, minister-president, verkiezingen, regeert, periode, stemmen, parlement, stemmen, regering
(Nieuwsbrief van de gemeente: Tweede Kamerverkiezingen)
Volgende maand zijn er voor de Tweede Kamer. In Nederland kiest het volk het . U kunt op verschillende politieke partijen. De partij met de meeste vormt meestal samen met andere partijen de . De regering het land, met de als leider.
U heeft een van de gemeente gekregen. Neem uw stempas en mee naar het stembureau. Op de stempas staat het adres van uw stembureau en de waarin u kunt stemmen. In het stemhokje vult u één vakje rood in. U heeft dan gestemd. De uitslag wordt dezelfde avond op televisie en op internet bekendgemaakt.
-
Waarom gaat u naar het stembureau in deze tekst?
-
Welke documenten moet u meenemen om te kunnen stemmen?
-
Wat doet de regering in Nederland volgens de tekst?
-
Hoe en wanneer hoort u de uitslag van de verkiezingen in deze tekst?
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Gisteren ___ ik voor het eerst voor de gemeenteraad.
2. Toen ik in België woonde, ___ ik niet voor de Tweede Kamer.
3. Tijdens de laatste verkiezingen ___ veel jongeren op een nieuwe partij.
4. Vroeger ___ mijn ouders altijd op dezelfde politieke partij.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Stemmen bij het buurthuis
Collega Sara: Show Ga jij straks ook stemmen bij het buurthuis voor de verkiezingen?
Jij: Show Ja, ik ga na het werk, want ik vind het belangrijk wie ons land regeert.
Collega Sara: Show Ik twijfel nog, ik ken de politieke partijen niet zo goed en de regering vind ik best ingewikkeld.
Jij: Show In Nederland kiest het parlement de minister-president, misschien helpt de stemwijzer op internet je om een partij te kiezen.
Open vragen:
1. Waarom vind jij stemmen wel of niet belangrijk in Nederland?
2. Ken jij een politieke partij in Nederland? Wat weet je over die partij?
Discussie over de Europese Unie op het werk
Collega Ahmed: Show Tijdens de verkiezingen ging het veel over de Europese Unie, volg jij dat een beetje?
Jij: Show Ja, een beetje, ik lees het nieuws omdat de EU ook regels maakt voor Nederland.
Collega Ahmed: Show Soms hoor ik over oorlog en het leger op het nieuws en dan vraag ik me af wat de EU precies doet.
Jij: Show Ik weet niet alles, maar ik denk dat de EU vooral wil samenwerken, zodat er in deze periode meer vrede en minder oorlog in Europa is.
Open vragen:
1. Wat vind jij goed of lastig aan de Europese Unie voor Nederland?
2. Praat jij op je werk of thuis soms over politiek of verkiezingen? Waarover dan?.
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je collega vraagt of jij al gaat stemmen bij de verkiezingen. Leg kort uit wat je gaat doen. (Gebruik: de verkiezingen, stemmen, belangrijk)
Bij de verkiezingen
Voorbeeld:
Bij de verkiezingen ga ik stemmen, want ik vind het belangrijk om mee te beslissen.
2. Je krijgt een brief over gemeenteraadsverkiezingen, maar je snapt het niet goed. Je belt de gemeente en vraagt om uitleg. (Gebruik: stemmen, informatie, uitleg graag)
Ik wil graag
Voorbeeld:
Ik wil graag weten waar en wanneer ik kan stemmen, kunt u mij daar wat uitleg over geven?
3. Je kijkt nieuws met een Nederlandse vriend. Hij vraagt: ‘Wie is de leider van de regering in Nederland?’ Leg het kort uit. (Gebruik: de regering, de Minister-President, leiding geven)
In Nederland is
Voorbeeld:
In Nederland is de Minister-President de baas van de regering en hij geeft leiding aan de ministers.
4. Op je werk praten collega’s over de Europese Unie. Je legt kort uit wat jij daarvan vindt. (Gebruik: de Europese Unie, samenwerken, landen)
Ik vind de Europese Unie
Voorbeeld:
Ik vind de Europese Unie goed, want landen kunnen zo beter samenwerken en problemen samen oplossen.
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen over een verkiezing in uw land of in Nederland: hoe gaat stemmen, wat doet u op die dag en waarom vindt u dat (niet) belangrijk?
Nuttige uitdrukkingen:
In mijn land is het zo dat … / Op de dag van de verkiezingen ga ik … / Ik vind stemmen (niet) belangrijk, omdat … / Meestal stem ik op een partij die …
Oefening 6: Gespreksoefening
Instructie:
- Kijk naar de afbeelding en leg het stemproces uit. (Kijk naar de afbeelding en leg het stemproces uit.)
- Hoe is de overheid van jouw land georganiseerd? (Hoe is de overheid van jouw land georganiseerd?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Op 7 juli hebben we gestemd voor een nieuwe president en regering. |
|
Ik laat mijn identiteitsbewijs zien zodat ze mijn naam op de lijst kunnen controleren. |
|
De laatste regering bestond uit 3 politieke partijen. |
|
Iedereen wacht zijn of haar beurt om te stemmen. |
|
Hij doet zijn stembiljet nu in de bus. |
|
De nieuwe burgemeester houdt een korte toespraak na zijn overwinning. |
|
Mijn land maakt deel uit van de Europese Unie en we hebben een democratisch bestuur. |
| ... |