1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (18)

De politiek

De politiek Show

Politiek Show

De regering

De regering Show

Regering Show

Het parlement

Het parlement Show

Parlement Show

De Minister President (de Premier)

De Minister President (de Premier) Show

Minister-president (premier) Show

De president

De president Show

President Show

De koning

De koning Show

Koning Show

De koningin

De koningin Show

Koningin Show

De prins

De prins Show

Prins Show

De prinses

De prinses Show

Prinses Show

De rechter

De rechter Show

Rechter Show

De politieke partij

De politieke partij Show

Politieke partij Show

De Europese Unie

De Europese Unie Show

Europese Unie Show

Het leger

Het leger Show

Leger Show

De oorlog

De oorlog Show

Oorlog Show

De periode

De periode Show

Periode Show

De verkiezingen

De verkiezingen Show

Verkiezingen Show

Stemmen

Stemmen Show

Stemmen Show

Regeren

Regeren Show

Regeren Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Nieuwsbrief van de gemeente: Tweede Kamerverkiezingen

Woorden om te gebruiken: stempas, identiteitsbewijs, minister-president, verkiezingen, regeert, periode, stemmen, parlement, stemmen, regering

(Nieuwsbrief van de gemeente: Tweede Kamerverkiezingen)

Volgende maand zijn er voor de Tweede Kamer. In Nederland kiest het volk het . U kunt op verschillende politieke partijen. De partij met de meeste vormt meestal samen met andere partijen de . De regering het land, met de als leider.

U heeft een van de gemeente gekregen. Neem uw stempas en mee naar het stembureau. Op de stempas staat het adres van uw stembureau en de waarin u kunt stemmen. In het stemhokje vult u één vakje rood in. U heeft dan gestemd. De uitslag wordt dezelfde avond op televisie en op internet bekendgemaakt.

  1. Waarom gaat u naar het stembureau in deze tekst?

  2. Welke documenten moet u meenemen om te kunnen stemmen?

  3. Wat doet de regering in Nederland volgens de tekst?

  4. Hoe en wanneer hoort u de uitslag van de verkiezingen in deze tekst?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Gisteren ___ ik voor het eerst voor de gemeenteraad.


2. Toen ik in België woonde, ___ ik niet voor de Tweede Kamer.


3. Tijdens de laatste verkiezingen ___ veel jongeren op een nieuwe partij.


4. Vroeger ___ mijn ouders altijd op dezelfde politieke partij.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je collega vraagt of jij al gaat stemmen bij de verkiezingen. Leg kort uit wat je gaat doen. (Gebruik: de verkiezingen, stemmen, belangrijk)

Bij de verkiezingen  

Voorbeeld:

Bij de verkiezingen ga ik stemmen, want ik vind het belangrijk om mee te beslissen.

2. Je krijgt een brief over gemeenteraadsverkiezingen, maar je snapt het niet goed. Je belt de gemeente en vraagt om uitleg. (Gebruik: stemmen, informatie, uitleg graag)

Ik wil graag  

Voorbeeld:

Ik wil graag weten waar en wanneer ik kan stemmen, kunt u mij daar wat uitleg over geven?

3. Je kijkt nieuws met een Nederlandse vriend. Hij vraagt: ‘Wie is de leider van de regering in Nederland?’ Leg het kort uit. (Gebruik: de regering, de Minister-President, leiding geven)

In Nederland is  

Voorbeeld:

In Nederland is de Minister-President de baas van de regering en hij geeft leiding aan de ministers.

4. Op je werk praten collega’s over de Europese Unie. Je legt kort uit wat jij daarvan vindt. (Gebruik: de Europese Unie, samenwerken, landen)

Ik vind de Europese Unie  

Voorbeeld:

Ik vind de Europese Unie goed, want landen kunnen zo beter samenwerken en problemen samen oplossen.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen over een verkiezing in uw land of in Nederland: hoe gaat stemmen, wat doet u op die dag en waarom vindt u dat (niet) belangrijk?

Nuttige uitdrukkingen:

In mijn land is het zo dat … / Op de dag van de verkiezingen ga ik … / Ik vind stemmen (niet) belangrijk, omdat … / Meestal stem ik op een partij die …

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Kijk naar de afbeelding en leg het stemproces uit. (Kijk naar de afbeelding en leg het stemproces uit.)
  2. Hoe is de overheid van jouw land georganiseerd? (Hoe is de overheid van jouw land georganiseerd?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Op 7 juli hebben we gestemd voor een nieuwe president en regering.

Ik laat mijn identiteitsbewijs zien zodat ze mijn naam op de lijst kunnen controleren.

De laatste regering bestond uit 3 politieke partijen.

Iedereen wacht zijn of haar beurt om te stemmen.

Hij doet zijn stembiljet nu in de bus.

De nieuwe burgemeester houdt een korte toespraak na zijn overwinning.

Mijn land maakt deel uit van de Europese Unie en we hebben een democratisch bestuur.

...