Leer hoe je in de toekomende tijd praat met werkwoorden zoals 'zullen' en 'gaan', bijvoorbeeld in zinnen als 'Ik zal tickets kopen' of 'Wij gaan naar het concert.' Ontdek ook handige woorden over muziek en festivals.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (14) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
De piano
De piano
2
De gitaar
De gitaar
3
De opera
De opera
4
De muzikant
De muzikant
5
De popmuziek
De popmuziek
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Wanneer ben je voor het laatst naar een concert geweest? Welk concert was het? Wanneer ga je weer? (Wanneer ben je voor het laatst naar een concert geweest? Welk concert was dat? Wanneer ga je weer?)
- Hou je van dansen? Welke soort dans vind je het leukst? (Hou je van dansen? Welke soort dans vind je het leukst?)
- Bespeel je een instrument? Zo ja, welke en wanneer ben je begonnen? (Speel je een instrument? Zo ja, welk instrument en wanneer ben je begonnen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Naar mijn laatste concert ging ik vorig jaar. Het was een popconcert van Ed Sheeran in Londen. Over twee maanden ga ik naar een concert van PINK. |
Ik ben nog nooit naar een concert geweest, maar ik ga binnenkort naar een concert om Lady Gaga te zien. |
Ik dans niet. |
Ik houd van de tango dansen. Dat doe ik al 2 jaar. |
Ik begon met viool spelen toen ik 5 jaar oud was. |
In mijn familie bespeelt niemand een instrument, maar iedereen doet aan een soort sport. |
... |
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ morgen tickets voor het muziekfestival kopen.
2. Jij ___ vanavond naar het rockconcert.
3. Wij ___ na het festival samen gitaar leren spelen.
4. Zij ___ morgen een musical in het theater bezoeken.
Oefening 5: Naar een concert gaan
Instructie:
Werkwoordschema's
Zullen - Zullen
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal
- jij zult
- hij/zij/het zal
- wij zullen
- jullie zullen
- zij zullen
Gaan - Gaan
Onvoltooid toekomende tijd
- ik ga
- jij gaat
- hij/zij/het gaat
- wij gaan
- jullie gaan
- zij gaan
Oefening 6: Toekomende tijd (zullen, gaan)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Toekomende tijd (zullen, gaan)
Toon vertaling Toon antwoordengaat, zullen, Zullen, ga
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Dansen dansen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal dansen | (ik) zal dansen |
(jij) zal dansen / zult dansen | (jij) zal dansen / zult dansen |
(hij/zij/het) zal dansen | (hij/zij/het) zal dansen |
(wij) zullen dansen | (wij) zullen dansen |
(jullie) zullen dansen | (jullie) zullen dansen |
(zij) zullen dansen | (zij) zullen dansen |
Zingen zingen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
ik zal zingen | ik zal zingen |
jij zult zingen / zal jij zingen | jij zult zingen / zal jij zingen |
(hij/zij/het) hij zal zingen | (hij/zij/het) hij zal zingen |
wij zullen zingen | wij zullen zingen |
jullie zullen zingen | jullie zullen zingen |
zij zullen zingen | zij zullen zingen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Introductie: Naar een concert gaan
In deze les leer je hoe je in het Nederlands praat over het bezoeken van een concert of festival. Het thema is gericht op situaties zoals het kopen van tickets, het spreken over muziekgenres en instrumenten, en het bespreken van populaire festivals in Nederland. De taal is aangepast aan niveau A2: eenvoudig, maar praktisch en relevant voor dagelijkse gesprekken.
Belangrijke grammatica: Toekomende tijd met zullen en gaan
Een kernpunt in deze les is het gebruik van de toekomende tijd met zullen en gaan. Deze woorden helpen je plannen en intenties aan te geven, bijvoorbeeld: Ik zal morgen tickets kopen of Wij gaan volgende week naar het festival. Het is belangrijk te begrijpen hoe je deze hulpwerkwoorden correct vervoegt en inzet in zinnen.
Vervoegingen van zullen en gaan
- Zullen: ik zal, jij zult, hij/zij/het zal, wij zullen, jullie zullen, zij zullen
- Gaan: ik ga, jij gaat, hij/zij/het gaat, wij gaan, jullie gaan, zij gaan
Praktische woordenschat en uitdrukkingen
Hieronder vind je enkele nuttige woorden en uitdrukkingen die aansluiten bij het thema:
- Concert: een muzikale voorstelling
- Festival: een evenement met muziek, vaak meerdere dagen
- Tickets kopen: kaartjes aanschaffen voor een evenement
- Zitplaatsen / staanplaatsen: opties voor plaats tijdens een concert
- Muziekgenres: rock, jazz, pop, klassiek, elektronisch
- Instrumenten: gitaar, piano, drums
Dialogen en gesprekken
De les bevat voorbeelden van gesprekken, zoals het online kopen van tickets en het praten over favoriete muziek en instrumenten. Deze dialogen helpen je de taal in natuurlijke situaties te oefenen.
Handige uitdrukkingen om te onthouden
- Hallo, ik wil graag twee tickets kopen voor het concert volgende maand.
- Zijn er nog tickets beschikbaar?
- Wij gaan zaterdag, want dan speelt onze favoriete band.
- Speel je een instrument?
- Ik ga binnenkort piano leren.
- Ken je Nederlandse festivals?
Verschillen met het Engels en nuttige tips
In het Nederlands gebruik je vaak zullen om toekomstige handelingen uit te drukken, waar in het Engels simpelweg 'will' wordt gebruikt. Gaan kan ook een toekomstige handeling uitdrukken, vooral in informele situaties, vergelijkbaar met 'going to' in het Engels. Bijvoorbeeld:
- Ik zal morgen tickets kopen. (I will buy tickets tomorrow.)
- Ik ga morgen naar het festival. (I am going to the festival tomorrow.)
Het is handig te oefenen met beide vormen om ze goed te begrijpen en te kunnen gebruiken.