Om naar het verleden te verwijzen, gebruiken we meestal de onvoltooid verleden tijd of de voltooid tegenwoordige tijd.
- De onvoltooid verleden tijd wordt gebruikt voor beschrijvingen van gebeurtenissen die achter elkaar in het verleden plaatsvonden.
- De onvoltooid verleden tijd wordt ook gebruikt voor gewoonten, langdurige handelingen of terugkerende gebeurtenissen uit het verleden.
- De voltooid tegenwoordige tijdwordt gebruikt bij acties die zijn afgerond.
| Gebruiksmoment | Tijdsvorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Gewoonte | ovt | Als kind woonde ik in Brussel. |
| Beschrijving | ovt | Het was koud en donker. |
| Gebeurtenis op een specifiek moment in het verleden | ovt | Gisteren stemde hij voor de eerste keer. |
| Twee handelingen vlak na elkaar | ovt | Hij kwam binnen en bracht het nieuws. |
| Afgeronde actie | vtt | Ze heeft gestemd en wacht op de uitslag. |
| Verandering of beweging | vtt | Hij is verhuisd naar Gent. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Vroeger ____ ik altijd op dezelfde politieke partij.
2. Gisteren ____ mijn buurman voor het eerst bij de verkiezingen.
3. De minister-president ____ net het nieuws gebracht en nu wacht iedereen op het debat.
4. Vorige maand ____ mijn collega naar Den Haag verhuisd om bij de regering te werken.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen: kies de juiste verleden tijd (ovt of vtt) die past bij de situatie (gewoonte/beschrijving/moment/2 acties/afgeronde actie/verandering).
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon/verberg hints-
Elke maandag na het werk ga ik met mijn collega naar de sportschool.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldElke maandag na het werk ging ik met mijn collega naar de sportschool.
-
Het is stil op kantoor en de lichten zijn uit.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHet was stil op kantoor en de lichten waren uit.
-
Gisteren om 10 uur heb ik een klant gebeld.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldGisteren om 10 uur belde ik een klant.
-
Ik open de deur en ik zeg meteen hallo.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk opende de deur en zei meteen hallo.