Voltooid tegenwoordige tijd of onvoltooid verleden tijd?

Voltooid tegenwoordige tijd of onvoltooid verleden tijd?


Om naar het verleden te verwijzen, gebruiken we meestal de onvoltooid verleden tijd of de voltooid tegenwoordige tijd.

Ovt of vtt: wat is het verschil?

Ovt (onvoltooid verleden tijd) gebruik je als je terugkijkt naar het verleden als verhaal: je beschrijft wat er toen gebeurde.

Vtt (voltooid tegenwoordige tijd) gebruik je als een actie af is en het resultaat nu belangrijk is (of je zegt: “dit is al gebeurd”).

Snelle keuzehulp (in 3 stappen)

  1. Is het een gewoonte of achtergrond/beschrijving in het verleden?

    → Kies ovt.

  2. Vertel je gebeurtenissen in volgorde (actie 1, daarna actie 2) of een specifiek moment (gisteren, om 10 uur)?

    → Kies ovt.

  3. Is de actie afgerond en is dat afgeronde resultaat nu relevant (nu/ al/ net/ inmiddels)?

    → Kies vtt.

Wanneer is ovt bijna altijd logisch?

  • Gewoonten / herhaling in het verleden

    Vroeger liep ik elke dag naar het station.

  • Beschrijving (situatie, weer, sfeer, context)

    Het was druk en iedereen praatte door elkaar.

  • Specifiek moment in het verleden (met duidelijke tijdsbepaling)

    Gisteren om 10.00 uur belde ik een klant.

  • Twee (of meer) acties vlak na elkaar in een verhaal

    Hij kwam binnen en legde meteen het probleem uit.

Wanneer kies je vtt?

  • Afgeronde actie met focus op het resultaat/nu

    Ik heb de presentatie afgemaakt. Nu kan ik hem versturen.

  • Verandering of beweging (iets is anders geworden)

    Zij is naar een andere afdeling overgestapt.

Signaalwoorden: waar let je op?

Zie je dit? Dan denk je eerst aan Voorbeeld
vroeger, altijd, vaak, elke week ovt (gewoonte) Vroeger werkte ik veel vanuit huis.
gisteren, vorige week, om 10 uur, toen ovt (moment/verhaal) Vorige week besprak ik dit met HR.
al, net, inmiddels, nog niet vtt (afgerond + nu relevant) Ik heb het al doorgestuurd.
nu (met gevolg) vtt We zijn verhuisd, dus nu is de reistijd korter.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Fout 1: ovt en vtt door elkaar in één korte gebeurtenissenreeks

    Hij is binnengekomen en bracht het nieuws.

    Goed: Hij kwam binnen en bracht het nieuws.

  • Fout 2: vtt met een duidelijk “verhaal-moment”

    Gisteren heeft hij voor het eerst gestemd.

    Goed: Gisteren stemde hij voor het eerst.

  • Fout 3: ovt terwijl je juist het resultaat in het heden bedoelt

    Ik maakte het rapport af. Nu stuur ik het naar mijn manager.

    Goed: Ik heb het rapport afgemaakt. Nu stuur ik het naar mijn manager.

Zelfcheck: welke vraag past bij jouw zin?

  • Ovt-vraag: “Wat gebeurde er toen?” / “Hoe was het daar?” / “Wat deed je vroeger?”

  • Vtt-vraag: “Is het al gebeurd?” / “Is het nu klaar?” / “Wat is het resultaat nu?”

Tip: Kies één focus per zin: verhaal toen (ovt) of resultaat nu (vtt).

  1. De onvoltooid verleden tijd wordt gebruikt voor beschrijvingen van gebeurtenissen die achter elkaar in het verleden plaatsvonden.
  2. De onvoltooid verleden tijd wordt ook gebruikt voor gewoonten, langdurige handelingen of terugkerende gebeurtenissen uit het verleden.
  3. De voltooid tegenwoordige tijdwordt gebruikt bij acties die zijn afgerond.
GebruiksmomentTijdsvormVoorbeeld
GewoonteovtAls kind woonde ik in Brussel.
BeschrijvingovtHet was koud en donker.
Gebeurtenis op een specifiek moment in het verledenovtGisteren stemde hij voor de eerste keer.
Twee handelingen vlak na elkaarovtHij kwam binnen en bracht het nieuws.
Afgeronde actievttZe heeft gestemd en wacht op de uitslag.
Verandering of bewegingvttHij is verhuisd naar Gent.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Vroeger ____ ik altijd op dezelfde politieke partij.


2. Gisteren ____ mijn buurman voor het eerst bij de verkiezingen.


3. De minister-president ____ net het nieuws gebracht en nu wacht iedereen op het debat.


4. Vorige maand ____ mijn collega naar Den Haag verhuisd om bij de regering te werken.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen: kies de juiste verleden tijd (ovt of vtt) die past bij de situatie (gewoonte/beschrijving/moment/2 acties/afgeronde actie/verandering).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Elke maandag na het werk ga ik met mijn collega naar de sportschool.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Elke maandag na het werk ging ik met mijn collega naar de sportschool.
  2. Het is stil op kantoor en de lichten zijn uit.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Het was stil op kantoor en de lichten waren uit.
  3. Gisteren om 10 uur heb ik een klant gebeld.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Gisteren om 10 uur belde ik een klant.
  4. Ik open de deur en ik zeg meteen hallo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik opende de deur en zei meteen hallo.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 09:49