A2.7 - Como turista en la ciudad
Als toerist in de stad
1. Inmersión lingüística
A2.7.1 Actividad
Aspectos destacados de las vacaciones
3. Gramática
verbo clave
Houden (mantener)
verbo clave
Staan (estar de pie)
4. Ejercicios
Ejercicio 1: Preparación del examen
Instrucción: Lee el texto, rellena los huecos con las palabras que faltan y responde a las preguntas que aparecen a continuación
Weekendgids: 1 dag als toerist in Utrecht
Words to use: plattegrond, ontdekken, kerk, foto’s, toeristenpunt, wandeling, taxi, monument
(Guía de fin de semana: 1 día como turista en Utrecht)
Heb je één dag vrij en wil je Utrecht ? Begin dan op het Stationsplein. In de hal staat een groot . Daar kun je gratis een nemen en de medewerker om tips vragen. Op de kaart zie je waar de Domtoren staat en waar je een mooie langs de gracht kunt maken.
Loop daarna via de winkels naar de oude . Onderweg kom je langs een groot op het plein. Veel mensen blijven hier even staan om te maken. Heb je geen zin om alles te voet te doen? Je kunt ook een nemen bij het station. Aan het einde van de dag heb je zo een groot deel van de stad gezien en voel je je echt toerist in eigen land.¿Tienes un día libre y quieres descubrir Utrecht? Empieza en Stationsplein. En el vestíbulo hay una gran oficina de turismo. Allí puedes coger gratis un mapa y pedir consejos al empleado. En el mapa ves dónde está la Torre de la Catedral (Domtoren) y dónde puedes dar un bonito paseo junto al canal.
Después camina por las tiendas hasta la antigua iglesia . De camino pasarás por un gran monumento en la plaza. Mucha gente se detiene un momento aquí para hacer fotos . ¿No te apetece hacer todo andando? También puedes coger un taxi en la estación. Al final del día habrás visto gran parte de la ciudad y te sentirás realmente turista en tu propio país.
-
Waarom begint de schrijver de dag op het Stationsplein?
(¿Por qué empieza el autor el día en Stationsplein?)
-
Welke plekken kun je bezoeken met behulp van de plattegrond?
(¿Qué lugares puedes visitar con la ayuda del mapa?)
-
Wat doen veel mensen bij het monument op het plein?
(¿Qué hace mucha gente junto al monumento en la plaza?)
-
Hoe verplaats jij je het liefst in een onbekende stad, en waarom?
(¿Cómo te desplazas preferentemente en una ciudad desconocida y por qué?)
Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige la solución correcta
1. We hebben gisteren een lange wandeling door de stad ______ en veel nieuwe plekjes ontdekt.
(Ayer hicimos una larga caminata por la ciudad ______ y descubrimos muchos sitios nuevos.)2. Bij het toeristenbureau hebben we een plattegrond ______ en de medewerkster heeft ons de belangrijkste monumenten aangewezen.
(En la oficina de turismo nos dieron un plano ______ y la empleada nos señaló los monumentos más importantes.)3. We hebben foto’s van de oude kerk ______ en we hebben daarna nog een kop koffie op het plein gedronken.
(Hicimos fotos de la iglesia antigua ______ y luego tomamos otra taza de café en la plaza.)4. Aan het eind van de dag hebben we een taxi ______, omdat we de hele dag in de stad hebben gestaan en we erg moe waren.
(Al final del día cogimos un taxi ______, porque habíamos estado todo el día en la ciudad y estábamos muy cansados.)Ejercicio 3: Tarjetas de diálogo
Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.
Informatie vragen in het toeristenbureau
Toerist: Mostrar Goedemorgen, ik ben een dag in Utrecht; heeft u een plattegrond van de stad?
(Buenos días, estaré un día en Utrecht; ¿tiene usted un plano de la ciudad?)
Medewerker VVV: Mostrar Natuurlijk, hier is een plattegrond, en hier staan de belangrijkste monumenten en de Domkerk.
(Por supuesto, aquí tiene un plano; en él aparecen los principales monumentos y la catedral Dom.)
Toerist: Mostrar Dank u, kunt u een mooie wandeling raden om het centrum te ontdekken en foto’s te maken?
(Gracias, ¿me puede recomendar un buen paseo para descubrir el centro y hacer fotos?)
Medewerker VVV: Mostrar Ja, deze route is twee uur, u loopt langs de gracht, de kerk en het oude stadhuis; veel mensen houden van deze wandeling.
(Sí, esta ruta tarda dos horas; recorre el canal, la iglesia y el antiguo ayuntamiento. A mucha gente le gusta este paseo.)
Preguntas abiertas:
1. Welke informatie vraag jij meestal in een toeristenbureau?
¿Qué información sueles pedir en una oficina de turismo?
2. Wat voor monumenten vind jij leuk om te bezoeken in een nieuwe stad?
¿Qué tipo de monumentos te gusta visitar en una ciudad nueva?
Een taxi nemen naar een kerkmonument
Toerist: Mostrar Goedemiddag, kunt u mij met de taxi naar de Westerkerk brengen?
(Buenas tardes, ¿puede llevarme en taxi a la Westerkerk?)
Taxichauffeur: Mostrar Ja hoor, stap maar in; het staat ook op deze kaart, het is een bekend monument.
(Claro, suba; también aparece en este mapa, es un monumento muy conocido.)
Toerist: Mostrar Prima, ik wil daar even rondlopen en foto’s maken voor ik verder ga met mijn wandeling door de stad.
(Perfecto, quiero dar un paseo allí y hacer fotos antes de continuar con mi recorrido por la ciudad.)
Taxichauffeur: Mostrar Geen probleem, veel toeristen houden van die buurt; het is ongeveer tien minuten rijden.
(No hay problema; a muchos turistas les gusta esa zona. Está a unos diez minutos en coche.)
Preguntas abiertas:
1. Hoe ga jij meestal naar het centrum in een onbekende stad?
¿Cómo sueles llegar al centro en una ciudad desconocida?
2. Wat vraag jij aan de chauffeur als je in een taxi stapt?
¿Qué le pides al conductor cuando subes a un taxi?
Ejercicio 4: Responde a la situación
Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.
1. Je bent in Amsterdam op vakantie. Je gaat naar het VVV-kantoor om tips te vragen voor leuke plekken in de buurt. Vraag naar een mooie kerk om te bezoeken en wat je daar kunt zien. (Gebruik: de kerk, informatie, toerist)
(Estás de vacaciones en Ámsterdam. Vas a la oficina de turismo (VVV) para pedir consejos sobre lugares interesantes en los alrededores. Pregunta por una iglesia bonita para visitar y qué puedes ver allí. (Usa: de kerk, informatie, toerist))Ik wil graag
(Quisiera ...)Ejemplo:
Ik wil graag informatie over de kerk in de buurt. Wat kan ik daar als toerist zien?
(Quisiera información sobre la iglesia del barrio. ¿Qué puedo ver allí como turista?)2. Je loopt met een collega door de stad in je lunchpauze. Jullie zien een groot beeld op een plein. Leg kort uit wat jij van het monument vindt. (Gebruik: het monument, mooi vinden, belangrijk)
(Vas caminando con un compañero por la ciudad durante la pausa de mediodía. Veis una gran estatua en una plaza. Explica brevemente qué te parece el monumento. (Usa: het monument, mooi vinden, belangrijk))Ik vind het monument
(Me parece el monumento ...)Ejemplo:
Ik vind het monument heel bijzonder, omdat het belangrijk is voor de geschiedenis van de stad.
(Me parece el monumento muy especial, porque es importante para la historia de la ciudad.)3. Je bent voor een training in een andere stad. Na de training wil je de stad een beetje ontdekken. Je vraagt bij de receptie van je hotel om een plattegrond en advies voor een korte wandeling. (Gebruik: de plattegrond, een wandeling maken, ontdekken)
(Estás en otra ciudad por una formación. Después de la formación quieres descubrir un poco la ciudad. Pides en la recepción de tu hotel un plano y consejo para una caminata corta. (Usa: de plattegrond, een wandeling maken, ontdekken))Met de plattegrond wil ik
(Con el plano quiero ...)Ejemplo:
Met de plattegrond wil ik een korte wandeling maken, zodat ik de stad een beetje kan ontdekken na de training.
(Con el plano quiero hacer una caminata corta para poder descubrir un poco la ciudad después de la formación.)4. Je hebt een dag vrij tijdens een zakenreis. Je wilt naar een ander deel van de stad, maar je weet niet goed waar het is. Vraag de receptionist om een taxi te bestellen en leg uit waar je ongeveer naartoe wilt. (Gebruik: een taxi nemen, het adres, de stad)
(Tienes un día libre durante un viaje de trabajo. Quieres ir a otra zona de la ciudad, pero no sabes bien dónde está. Pide al recepcionista que solicite un taxi y explica aproximadamente adónde quieres ir. (Usa: een taxi nemen, het adres, de stad))Ik wil graag
(Quisiera ...)Ejemplo:
Ik wil graag een taxi nemen naar dit adres, want ik ken de stad nog niet zo goed.
(Quisiera tomar un taxi a esta dirección, porque no conozco bien la ciudad.)Ejercicio 5: Ejercicio de escritura
Instrucción: Escribe 5 o 7 frases sobre una ciudad que te guste visitar y cuenta qué te gusta hacer allí y cómo te desplazas por la ciudad.
Expresiones útiles:
Ik ga meestal eerst naar… / Op de plattegrond zie ik dat… / Ik houd ervan om… te doen in de stad. / Meestal neem ik een… om naar het centrum te gaan.
Oefening 6: Ejercicio de conversación
Instructie:
- Beschrijf wat deze toerist doet op de foto's. (Describe lo que está haciendo este turista en las imágenes.)
- Stel je een dialoog voor tussen de toerist en het personeel van het toeristenbureau. (Imagina un diálogo entre el turista y el personal de la oficina de turismo.)
- Stuur je nog steeds ansichtkaarten vanaf je vakanties? Naar wie stuur je ze? (¿Sigues enviando postales desde tus vacaciones? ¿A quién se las envías?)
Pautas docentes +/- 10 minutos
Instrucciones didácticas
- Lee las frases de ejemplo en voz alta.
- Responde a las preguntas sobre la imagen.
- Los estudiantes también pueden preparar este ejercicio como un texto escrito para la próxima clase.
Frases de ejemplo:
|
De vrouw neemt een taxi. La mujer toma un taxi. |
|
Ik heb de route op de kaart opgezocht. Consulté las indicaciones en el mapa. |
|
Kunt u mij vertellen hoe ik bij het monument kom? ¿Me puede decir cómo llegar al monumento? |
|
Hebt u een studenten korting? ¿Tienes descuento para estudiantes? |
|
Ik gebruik mijn telefoon om naar het museum te navigeren. Uso mi teléfono para llegar al museo. |
|
Kun je een foto van mij maken? ¿Puedes hacerme una foto? |
|
Ik moet een ansichtkaart naar mijn familie sturen. Tengo que enviar una postal a mi familia. |
| ... |