1. Immersione linguistica

2. Vocabolario (11)

Het toerisme

Het toerisme Mostra

Il turismo Mostra

De kerk

De kerk Mostra

La chiesa Mostra

De plattegrond

De plattegrond Mostra

La piantina Mostra

Het monument

Het monument Mostra

Il monumento Mostra

Een wandeling maken

Een wandeling maken Mostra

Fare una passeggiata Mostra

Een kaart raadplegen

Een kaart raadplegen Mostra

Guardare una mappa Mostra

Een taxi nemen

Een taxi nemen Mostra

Prendere un taxi Mostra

Foto's maken

Foto's maken Mostra

Scattare foto Mostra

Ontdekken

Ontdekken Mostra

Scoprire Mostra

Houden

Houden Mostra

Tenere / piacere (a seconda del contesto) Mostra

Staan

Staan Mostra

Stare in piedi Mostra

4. Esercizi

Esercizio 1: Preparazione all'esame

Istruzione: Leggi il testo, riempi gli spazi con le parole mancanti e rispondi alle domande qui sotto


Weekendgids: 1 dag als toerist in Utrecht

Parole da usare: toeristenpunt, plattegrond, ontdekken, wandeling, foto’s, kerk, monument, taxi

(Guida del weekend: 1 giorno da turista a Utrecht)

Heb je één dag vrij en wil je Utrecht ? Begin dan op het Stationsplein. In de hal staat een groot . Daar kun je gratis een nemen en de medewerker om tips vragen. Op de kaart zie je waar de Domtoren staat en waar je een mooie langs de gracht kunt maken.

Loop daarna via de winkels naar de oude . Onderweg kom je langs een groot op het plein. Veel mensen blijven hier even staan om te maken. Heb je geen zin om alles te voet te doen? Je kunt ook een nemen bij het station. Aan het einde van de dag heb je zo een groot deel van de stad gezien en voel je je echt toerist in eigen land.
Hai un giorno libero e vuoi scoprire Utrecht? Inizia allora alla Stationsplein. Nella hall della stazione c'è un grande punto informazioni per i turisti. Lì puoi prendere gratuitamente una mappa e chiedere consigli al personale. Sulla mappa vedi dove si trova la Torre del Duomo e dove puoi fare una bella passeggiata lungo il canale.

Prosegui poi tra i negozi fino alla vecchia chiesa . Lungo il percorso passerai davanti a un grande monumento sulla piazza. Molte persone si fermano qui un attimo per scattare foto . Non hai voglia di fare tutto a piedi? Puoi anche prendere un taxi alla stazione. Alla fine della giornata avrai così visto gran parte della città e ti sentirai davvero turista nel tuo paese.

  1. Waarom begint de schrijver de dag op het Stationsplein?

    (Perché l'autore inizia la giornata alla Stationsplein?)

  2. Welke plekken kun je bezoeken met behulp van de plattegrond?

    (Quali luoghi puoi visitare con l'aiuto della mappa?)

  3. Wat doen veel mensen bij het monument op het plein?

    (Cosa fanno molte persone al monumento sulla piazza?)

  4. Hoe verplaats jij je het liefst in een onbekende stad, en waarom?

    (Come ti muovi preferibilmente in una città che non conosci e perché?)

Esercizio 2: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la soluzione corretta

1. We hebben gisteren een lange wandeling door de stad ______ en veel nieuwe plekjes ontdekt.

(Ieri abbiamo fatto una lunga passeggiata per la città ______ e scoperto molti posti nuovi.)

2. Bij het toeristenbureau hebben we een plattegrond ______ en de medewerkster heeft ons de belangrijkste monumenten aangewezen.

(All'ufficio turistico ci hanno ______ una mappa e l'impiegata ci ha indicato i monumenti principali.)

3. We hebben foto’s van de oude kerk ______ en we hebben daarna nog een kop koffie op het plein gedronken.

(Abbiamo scattato delle foto della chiesa antica ______ e poi abbiamo bevuto un caffè in piazza.)

4. Aan het eind van de dag hebben we een taxi ______, omdat we de hele dag in de stad hebben gestaan en we erg moe waren.

(Alla fine della giornata abbiamo ______ un taxi, perché siamo stati in città tutto il giorno e eravamo molto stanchi.)

Esercizio 3: Carte di dialogo

Istruzione: Seleziona una situazione e pratica la conversazione con il tuo insegnante o con i compagni di classe.

Esercizio 4: Rispondere alla situazione

Istruzione: Esercitatevi in coppia o con il vostro insegnante.

1. Je bent in Amsterdam op vakantie. Je gaat naar het VVV-kantoor om tips te vragen voor leuke plekken in de buurt. Vraag naar een mooie kerk om te bezoeken en wat je daar kunt zien. (Gebruik: de kerk, informatie, toerist)

(Sei in vacanza ad Amsterdam. Vai all'ufficio informazioni turistiche per chiedere consigli su posti interessanti nei dintorni. Chiedi di una bella chiesa da visitare e cosa si può vedere lì. (Usa: de kerk, informatie, toerist))

Ik wil graag  

(Ik wil graag ...)

Esempio:

Ik wil graag informatie over de kerk in de buurt. Wat kan ik daar als toerist zien?

(Ik wil graag informatie over de kerk in de buurt. Wat kan ik daar als toerist zien?)

2. Je loopt met een collega door de stad in je lunchpauze. Jullie zien een groot beeld op een plein. Leg kort uit wat jij van het monument vindt. (Gebruik: het monument, mooi vinden, belangrijk)

(Passeggi con un collega per la città durante la pausa pranzo. Vedete una grande statua in una piazza. Spiega brevemente cosa pensi del monumento. (Usa: het monument, mooi vinden, belangrijk))

Ik vind het monument  

(Ik vind het monument ...)

Esempio:

Ik vind het monument heel bijzonder, omdat het belangrijk is voor de geschiedenis van de stad.

(Ik vind het monument heel bijzonder, omdat het belangrijk is voor de geschiedenis van de stad.)

3. Je bent voor een training in een andere stad. Na de training wil je de stad een beetje ontdekken. Je vraagt bij de receptie van je hotel om een plattegrond en advies voor een korte wandeling. (Gebruik: de plattegrond, een wandeling maken, ontdekken)

(Sei in un'altra città per una formazione. Dopo l'incontro vuoi esplorare un po' la città. Chiedi alla reception dell'hotel una mappa e un consiglio per una breve passeggiata. (Usa: de plattegrond, een wandeling maken, ontdekken))

Met de plattegrond wil ik  

(Met de plattegrond wil ik ...)

Esempio:

Met de plattegrond wil ik een korte wandeling maken, zodat ik de stad een beetje kan ontdekken na de training.

(Met de plattegrond wil ik een korte wandeling maken, zodat ik de stad een beetje kan ontdekken na de training.)

4. Je hebt een dag vrij tijdens een zakenreis. Je wilt naar een ander deel van de stad, maar je weet niet goed waar het is. Vraag de receptionist om een taxi te bestellen en leg uit waar je ongeveer naartoe wilt. (Gebruik: een taxi nemen, het adres, de stad)

(Hai un giorno libero durante un viaggio di lavoro. Vuoi andare in un'altra zona della città, ma non sai esattamente dove sia. Chiedi al receptionist di chiamare un taxi e spiega più o meno dove vuoi andare. (Usa: een taxi nemen, het adres, de stad))

Ik wil graag  

(Ik wil graag ...)

Esempio:

Ik wil graag een taxi nemen naar dit adres, want ik ken de stad nog niet zo goed.

(Ik wil graag een taxi nemen naar dit adres, want ik ken de stad nog niet zo goed.)

Esercizio 5: Esercizio di scrittura

Istruzione: Scrivi 5 o 7 frasi su una città che ti piace visitare e racconta cosa ti piace fare lì e come ti muovi in città.

Espressioni utili:

Ik ga meestal eerst naar… / Op de plattegrond zie ik dat… / Ik houd ervan om… te doen in de stad. / Meestal neem ik een… om naar het centrum te gaan.

Oefening 6: Esercizio di conversazione

Instructie:

  1. Beschrijf wat deze toerist doet op de foto's. (Descrivi cosa sta facendo questo turista nelle foto.)
  2. Stel je een dialoog voor tussen de toerist en het personeel van het toeristenbureau. (Immagina un dialogo tra il turista e il personale dell'ufficio turistico.)
  3. Stuur je nog steeds ansichtkaarten vanaf je vakanties? Naar wie stuur je ze? (Spedisci ancora cartoline dalle tue vacanze? A chi le spedisci?)

Linee guida per l'insegnamento +/- 10 minuti

Esempi di frasi:

De vrouw neemt een taxi.

La donna prende un taxi.

Ik heb de route op de kaart opgezocht.

Ho cercato le indicazioni sulla mappa.

Kunt u mij vertellen hoe ik bij het monument kom?

Puoi dirmi come arrivare al monumento?

Hebt u een studenten korting?

Hai uno sconto per studenti?

Ik gebruik mijn telefoon om naar het museum te navigeren.

Uso il mio telefono per arrivare al museo.

Kun je een foto van mij maken?

Puoi farmi una foto?

Ik moet een ansichtkaart naar mijn familie sturen.

Devo mandare una cartolina alla mia famiglia.

...