1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (12)

De ambassade

De ambassade Show

De ambassade Show

De politie

De politie Show

De politie Show

Het politiebureau

Het politiebureau Show

Het politiebureau Show

De reisverzekering

De reisverzekering Show

De reisverzekering Show

De website

De website Show

De website Show

De ramp

De ramp Show

De ramp Show

Het ongeluk

Het ongeluk Show

Het ongeluk Show

Kwijt

Kwijt Show

Kwijt Show

Verdwaald

Verdwaald Show

Verdwaald Show

Stelen

Stelen Show

Stelen Show

Om hulp vragen

Om hulp vragen Show

Om hulp vragen Show

Denken

Denken Show

Denken Show

3. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Stelen (stelen)

Belangrijk werkwoord

Denken (denken)

4. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

Email: Je krijgt een e-mail van de Nederlandse ambassade in Spanje over je gestolen tas; reageer en leg je situatie uit en stel je vragen.


Onderwerp: Uw gestolen paspoort

Geachte heer/mevrouw,

De politie in Barcelona heeft ons bericht dat uw paspoort is gestolen. U kunt bij onze ambassade een noodpaspoort aanvragen.

Neemt u alstublieft mee:

  • het proces-verbaal van de politie
  • één pasfoto
  • uw reisverzekering, als u die heeft

Kunt u ons per e-mail kort schrijven wat er is gebeurd en wanneer u naar de ambassade kunt komen?

Met vriendelijke groet,
Marieke Jansen
Consulair medewerker
Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden


Onderwerp: Uw gestolen paspoort

Geachte heer/mevrouw,

De politie in Barcelona heeft ons gemeld dat uw paspoort is gestolen. U kunt bij onze ambassade een noodpaspoort aanvragen.

Neemt u alstublieft mee:

  • het proces-verbaal van de politie
  • één pasfoto
  • uw reisverzekering, als u die heeft

Kunt u ons per e-mail kort schrijven wat er is gebeurd en aangeven wanneer u naar de ambassade kunt komen?

Met vriendelijke groet,
Marieke Jansen
Consulair medewerker
Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden


Begrijp de tekst:

  1. Wat moet de reiziger meenemen naar de ambassade? Noem minimaal twee dingen.

  2. Wat wil de ambassade precies weten in de e-mail van de reiziger?

Nuttige zinnen:

  1. Ik schrijf u omdat mijn paspoort is gestolen op…

  2. Ik kan op … naar de ambassade komen.

  3. Kunt u mij vertellen of … mogelijk is?

Geachte mevrouw Jansen,

Dank u voor uw e-mail. Mijn tas is gisterenavond in Barcelona gestolen in de metro. In de tas zaten mijn paspoort, mijn portemonnee en mijn telefoon. Ik heb al aangifte gedaan bij de politie en ik krijg morgen het proces-verbaal.

Ik kan vrijdag om 10.00 uur naar de ambassade komen. Kunt u mij vertellen hoeveel een noodpaspoort kost? Ik heb wel een reisverzekering.

Met vriendelijke groet,

[Je naam]

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Toen ik het paspoort kwijt was, ___ ik eerst ___ dat ik het in het hotel had laten liggen.


2. Bij het politiebureau vertelde ik dat iemand mijn tas ___ ___ toen ik op het strand lag.


3. De agent vroeg of ik meteen ___ ___ aan het nummer van mijn reisverzekering.


4. Bij de ambassade zei ik dat ik eerst ___ ___ dat de politie mijn telefoon al ___ teruggevonden.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent op vakantie en je tas is gestolen op een terras. Je gaat naar het politiebureau om het te melden. Zeg wat er is gebeurd en wat je nodig hebt. (Gebruik: De politie, stelen, aangifte doen)

Ik ben bij de politie en  

Voorbeeld:

Ik ben bij de politie en ik wil melden dat iemand mijn tas heeft gestolen. Ik wil graag aangifte doen, want mijn paspoort en mijn portemonnee zijn weg.

2. Je bent in een drukke stad in Nederland en je bent verdwaald. Je ziet een politiebusje. Vraag de politie om hulp om de weg te vinden naar je hotel. (Gebruik: Verdwaald, om hulp vragen, het politiebureau)

Ik ben verdwaald en  

Voorbeeld:

Ik ben verdwaald en ik wil graag om hulp vragen. Kunt u mij alstublieft zeggen waar ik ben en hoe ik naar mijn hotel kan lopen, of naar het politiebureau als dat makkelijker is?

3. Je bent in het buitenland en je bent je paspoort kwijt. Je belt de Nederlandse ambassade. Leg kort uit wat er is gebeurd en wat je nodig hebt. (Gebruik: De ambassade, kwijt, een nieuw paspoort)

Ik bel de ambassade omdat  

Voorbeeld:

Ik bel de ambassade omdat ik mijn paspoort kwijt ben. Ik ben op vakantie hier en ik heb een nieuw paspoort of een nooddocument nodig om terug naar Nederland te reizen.

4. Je fietst naar je werk en je ziet een ongeluk met een auto en een fietser. Je pakt je telefoon en belt 112. Vertel rustig wat er is gebeurd en waar je bent. (Gebruik: Het ongeluk, om hulp vragen, de rampendienst / 112 bellen)

Ik bel 112 over het ongeluk en  

Voorbeeld:

Ik bel 112 over het ongeluk en ik zeg dat er een fietser op de grond ligt naast een auto. Ik leg uit waar ik ben, op welke straat, en ik vraag snel om hulp van een ambulance en misschien de politie.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf vijf of zes zinnen over een probleem op vakantie (bijvoorbeeld iets kwijt of gestolen) en leg uit wat je hebt gedaan om hulp te krijgen.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik heb een probleem, want … / Ik heb meteen contact opgenomen met … / Daarna heb ik het formulier ingevuld op … / Uiteindelijk kon ik toch …

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren? (Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren?)
  2. Wat kun je doen als het jou overkomt? (Wat kun je doen als het jou overkomt?)
  3. Is een van die situaties ooit bij u gebeurd? (Is een van die situaties ooit bij jou gebeurd?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Je geld kan gestolen worden.

Iemand kan je tas stelen.

Je kunt verdwalen tijdens een wandeltocht.

Je kunt altijd mensen om hulp vragen.

Het is belangrijk om een reisverzekering te hebben.

Ik ben mijn telefoon al eens kwijtgeraakt.

...