Deze les behandelt gesprekken op het politiebureau, consulaat en bij hulpdiensten. Leer onregelmatige voltooid deelwoorden zoals 'gestolen', 'verloren' en 'gedacht' en nuttige uitdrukkingen voor noodsituaties en aangifte doen.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (12) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Het ongeluk
Het ongeluk
2
Denken
Denken
3
Kwijt
Kwijt
4
De website
De website
5
Stelen
Stelen
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren? (Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren?)
- Wat kun je doen als het jou overkomt? (Wat kun je doen als het jou overkomt?)
- Is een van die situaties ooit bij u gebeurd? (Is een van die situaties ooit bij jou gebeurd?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik heb mijn portemonnee ______ tijdens de reis.
2. De politie heeft mijn verhaal goed ______.
3. Ik heb ______ dat het document op de ambassade ligt.
4. Mijn rugzak is ______ toen ik in het hotel was.
Oefening 5: Vakantieramp?
Instructie:
Werkwoordschema's
Stelen - Stelen
Voltooid verleden tijd (VVT)
- Ik heb gestolen
- Jij hebt gestolen
- Hij/zij/het heeft gestolen
- Wij hebben gestolen
- Jullie hebben gestolen
- Zij hebben gestolen
Denken - Denken
Voltooid verleden tijd (VVT)
- Ik heb gedacht
- Jij hebt gedacht
- Hij/zij/het heeft gedacht
- Wij hebben gedacht
- Jullie hebben gedacht
- Zij hebben gedacht
Hebben - Hebben
Voltooid verleden tijd (VVT)
- Ik heb gehad
- Jij hebt gehad
- Hij/zij/het heeft gehad
- Wij hebben gehad
- Jullie hebben gehad
- Zij hebben gehad
Zijn - Zijn
Voltooid verleden tijd (VVT)
- Ik ben geweest
- Jij bent geweest
- Hij/zij/het is geweest
- Wij zijn geweest
- Jullie zijn geweest
- Zij zijn geweest
Wachten - Wachten
Tegenwoordige tijd
- Ik wacht
- Jij wacht
- Hij/zij/het wacht
- Wij wachten
- Jullie wachten
- Zij wachten
Oefening 6: Onregelmatige voltooid deelwoorden
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Onregelmatige voltooid deelwoorden
Toon vertaling Toon antwoordenpolitie, gedaan, gebracht, gegaan, gevonden, gehad, geweest, gedacht
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Stelen stelen Delen Gekopieerd!
Voltooid verleden tijd (VVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
ik heb gestolen | ik heb gestolen |
jij hebt gestolen / heb je gestolen | jij hebt gestolen / heb je gestolen |
(hij/zij/het) hij heeft gestolen | (hij/zij/het) hij heeft gestolen |
wij hebben gestolen | wij hebben gestolen |
jullie hebben gestolen | jullie hebben gestolen |
zij hebben gestolen | zij hebben gestolen |
Denken denken Delen Gekopieerd!
Voltooid verleden tijd (VVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
ik had gedacht | ik had gedacht |
jij had gedacht / had jij gedacht | jij had gedacht / had jij gedacht |
hij/zij/het had gedacht | hij/zij/het had gedacht |
wij hadden gedacht | wij hadden gedacht |
jullie hadden gedacht | jullie hadden gedacht |
zij hadden gedacht | zij hadden gedacht |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Vakantieramp? Dialoog en onregelmatige voltooid deelwoorden
In deze les leer je hoe je belangrijke gesprekken voert in noodsituaties tijdens je vakantie, zoals het doen van aangifte bij het politiebureau, hulp vragen bij het consulaat en het melden van een noodgeval bij de hulpdiensten. Hierbij ligt de nadruk op het gebruik van onregelmatige voltooid deelwoorden in het Nederlands, wat essentieel is om correct te communiceren over gebeurtenissen uit het verleden.
Belangrijke gesprekssituaties
- Diefstal melden bij het politiebureau: Je oefent hoe je een gestolen rugzak of tas meldt. Belangrijke zinnen zijn bijvoorbeeld: "Ik wil aangifte doen" en "Mijn rugzak is gisteren gestolen in het park."
- Hulp vragen bij het consulaat: Leer hoe je problemen met verloren reisdocumenten bespreekt, bijvoorbeeld: "Ik ben mijn paspoort verloren" en "We kunnen een tijdelijk document voor u regelen."
- Noodoproep doen bij de hulpdiensten: Oefen kalm en duidelijk een ongeluk of brand melden. Zinnen zoals "Er ligt iemand op de grond en hij beweegt niet" en "Ik stuur direct een ambulance en de politie" komen aan bod.
Onregelmatige voltooid deelwoorden
De les besteedt uitgebreide aandacht aan onregelmatige voltooid deelwoorden, die vaak voorkomen in dagelijkse gesprekken over onverwachte gebeurtenissen zoals diefstal of verliezen. Enkele voorbeelden:
- Verloren (verliezen) — "Ik heb mijn portemonnee verloren."
- Begrepen (begrijpen) — "De politie heeft mijn verhaal goed begrepen."
- Gedacht (denken) — "Ik heb gedacht dat het document op de ambassade ligt."
- Gestolen (stelen) — "Mijn rugzak is gestolen."
Mini-verhaal: Vakantieramp?
Met een kort verhaal over een gestolen koffer wordt de toepassing van deze werkwoorden in context getoond, bijvoorbeeld: "Vorige week hebben ze mijn koffer gestolen op het vliegveld." Hierin zie je het gebruik van de voltooid verleden tijd (VVT) en de tegenwoordige tijd.
Werkwoordtabellen
De les bevat duidelijke vervoegingen van onregelmatige werkwoorden in de voltooid verleden tijd en tegenwoordige tijd om de patronen te leren herkennen, zoals:
- Stelen: Ik heb gestolen, Jij hebt gestolen, etc.
- Denken: Ik heb gedacht, Jij hebt gedacht, etc.
- Hebben: Ik heb gehad, Jij hebt gehad, etc.
- Zijn: Ik ben geweest, Jij bent geweest, etc.
- Wachten: Ik wacht, Jij wacht, etc.
Vergelijking met het instructietaalgebruik
Omdat de les Nederlands gebruikt als instructietaal voor het leren van Nederlands, zijn er geen vertalingen toegevoegd. Voor anderstaligen kan het nuttig zijn om specifieke uitdrukkingen gelijk te trekken met hun moedertaal, maar hier ligt de focus op de taal zelf. Woorden als "aangifte", "politie", "consulaat" en "noodoproep" zijn praktisch en direct toepasbaar in dagelijkse situaties.
Enkele nuttige uitdrukkingen die je leert zijn:
- Aangifte doen: melding maken van een misdrijf bij de politie.
- Verloren paspoort/documenten: belangrijke formuleringen om hulp te vragen bij het consulaat.
- Noodgeval melden: beschrijven wat er gebeurd is en waar je bent.
Let op het correcte gebruik van onregelmatige voltooid deelwoorden om duidelijk aan te geven wanneer iets is gebeurd, bijvoorbeeld "ik heb gezocht", "mijn rugzak is gestolen" en "ik heb aangifte gedaan". Dit maakt je communicatie natuurlijk en effectief.