A1.11 - Numeri ordinali
Rangtelwoorden
1. Immersione linguistica
A1.11.1 Attività
Oro per i Paesi Bassi
3. Grammatica
A1.11.2 Grammatica
Numeri ordinali
verbo chiave
Herinneren (ricordare)
4. Esercizi
Esercizio 1: Preparazione all'esame
Istruzione: Leggi il testo, riempi gli spazi con le parole mancanti e rispondi alle domande qui sotto
Afspraak bij de huisarts
Parole da usare: tiende, herinneren, laatste, eerste, derde, derde, eerste, derde, tweede
(Appuntamento dal medico di base)
Meneer Chen heeft een afspraak bij de huisarts. Hij komt vandaag voor de eerste keer in de praktijk. Bij de balie leest hij een bord: “Wachtkamer op de verdieping.” Hij neemt de lift. In de lift staan de knoppen: 0, 1, 2, 3. Hij moet op de knop “3” drukken.
In de wachtkamer zit al één vrouw. Zij is de patiënt. Meneer Chen is de . De assistente zegt: “De dokter roept nu de patiënt. U bent de , u bent dus nog niet aan de beurt.” Meneer Chen kijkt op zijn telefoon en probeert de datum te . Zijn afspraak is op de september. Het is zijn bezoek aan deze huisarts, maar zeker niet zijn .Il signor Chen ha un appuntamento dal medico di base. Oggi viene in studio per la prima volta. Al banco legge un cartello: “Sala d’attesa al terzo piano.” Prende l’ascensore. Nell’ascensore ci sono i pulsanti: 0, 1, 2, 3. Deve premere il pulsante “3”.
In sala d’attesa è già seduta una donna. Lei è la seconda paziente. Il signor Chen è il terzo. L’assistente dice: “Il medico chiama ora la prima paziente. Lei è la terza, quindi non è ancora il suo turno.” Il signor Chen guarda il suo telefono e cerca di ricordare la data. Il suo appuntamento è il dieci settembre. È la sua prima visita da questo medico di base, ma sicuramente non l’ultima.
-
Waarom gaat meneer Chen naar de derde verdieping?
(Perché il signor Chen va al terzo piano?)
-
Hoeveel patiënten zitten er in de wachtkamer vóór meneer Chen?
(Quanti pazienti ci sono nella sala d’attesa prima del signor Chen?)
-
Wanneer heb jij een afspraak, ben je dan vaak eerste, tweede of derde in de rij?
(Quando hai un appuntamento, sei spesso il primo, il secondo o il terzo in fila?)
Esercizio 2: Abbaia
Istruzione: Abbina ogni inizio con la sua corretta conclusione.
Esercizio 3: Scelta multipla
Istruzione: Scegli la soluzione corretta
1. Ik ___ mij dat mijn afspraak op de derde verdieping is.
(Io ___ mi ricordo che il mio appuntamento è al terzo piano.)2. Hij ___ zich dat de cursus op de vijfde verdieping begint.
(Lui ___ si ricorda che il corso inizia al quinto piano.)3. Wij ___ ons dat de borrel op de tiende etage is.
(Noi ___ ricordiamo che l'aperitivo è al decimo piano.)4. Ik ___ mij niet meer of mijn huisarts op de eerste of de tweede verdieping zit.
(Io ___ non ricordo più se il mio medico di base è al primo o al secondo piano.)Esercizio 4: Carte di dialogo
Istruzione: Seleziona una situazione e pratica la conversazione con il tuo insegnante o con i compagni di classe.
Vragen naar de etage bij de huisarts
Patiënt: Mostra Goedemorgen, mijn afspraak is om tien uur, bij dokter De Vries, welke etage is dat?
(Buongiorno, ho un appuntamento alle dieci dal dottor De Vries: a che piano è?)
Receptioniste: Mostra Goedemorgen, dokter De Vries zit op de derde etage.
(Buongiorno, il dottor De Vries è al terzo piano.)
Patiënt: Mostra Is dat de derde of de vierde deur rechts?
(È la terza o la quarta porta a destra?)
Receptioniste: Mostra De derde etage, de tweede deur rechts, ik schrijf het even op zodat u het kunt herinneren.
(Il terzo piano, seconda porta a destra. Te lo scrivo così puoi ricordartelo.)
Domande aperte:
1. Op welke etage is jouw huisarts?
A quale piano si trova il tuo medico?
2. Op welke etage woon jij?
A quale piano abiti?
Een hotelkamer kiezen met een collega
Collega Mark: Mostra Anna, zullen we een kamer op de eerste of de zesde etage nemen?
(Anna, prendiamo una stanza al primo o al sesto piano?)
Collega Anna: Mostra Lieber niet de eerste, ik hoor dan alle mensen, doe maar de vierde etage.
(Meglio non il primo, sento troppo rumore; prendiamo il quarto piano.)
Collega Mark: Mostra Oké, ik kies dan kamer 408, dat is de vierde etage, de achtste kamer.
(Ok, scelgo la stanza 408: è al quarto piano, ottava stanza.)
Collega Anna: Mostra Goed, dank je, wil je het in de mail zetten, dan kan ik het beter herinneren.
(Perfetto, grazie. Puoi metterlo nella mail così me lo ricordo meglio?)
Domande aperte:
1. Op welke etage slaap jij graag in een hotel?
A quale piano ti piace dormire in un hotel?
2. Wie is bij jou thuis de eerste in de badkamer in de ochtend?
Chi è il primo ad andare in bagno a casa tua la mattina?
Esercizio 5: Rispondere alla situazione
Istruzione: Esercitatevi in coppia o con il vostro insegnante.
1. Je hebt een afspraak bij een bedrijf in Amsterdam. Je komt bij de receptie en je weet niet op welke verdieping je moet zijn. Vraag op welke verdieping jouw afspraak is. (Gebruik: de eerste, de tweede, de derde)
(Hai un appuntamento in un'azienda ad Amsterdam. Arrivi alla reception e non sai a quale piano devi andare. Chiedi a quale piano si trova il tuo appuntamento. (Usa: il primo, il secondo, il terzo))Is de afspraak op
(L'appuntamento è al ...)Esempio:
Is de afspraak op de derde verdieping?
(L'appuntamento è al terzo piano?)2. Je bent in een flat in Utrecht. Je zoekt het appartement van een collega voor een etentje. Iemand komt de hal in. Vraag op welke verdieping jouw collega woont. (Gebruik: de vierde, de vijfde, waar woont)
(Sei in un condominio a Utrecht. Stai cercando l'appartamento di un collega per una cena. Qualcuno entra nell'androne. Chiedi a quale piano vive il tuo collega. (Usa: il quarto, il quinto, dove vive))Woont mijn collega op
(Il mio collega vive al ...)Esempio:
Woont mijn collega op de vierde verdieping?
(Il mio collega vive al quarto piano?)3. Je organiseert een kleine training op je werk. Er zijn tien deelnemers. Jij maakt de volgorde van korte presentaties. Zeg wanneer jij wilt spreken in de rij. (Gebruik: de eerste, de tweede, de derde)
(Organizzi una piccola formazione al lavoro. Ci sono dieci partecipanti. Sei tu a decidere l'ordine delle brevi presentazioni. Di' quando vuoi parlare nella fila. (Usa: il primo, il secondo, il terzo))Ik spreek graag als
(Vorrei parlare come ...)Esempio:
Ik spreek graag als de tweede.
(Vorrei parlare come il secondo.)4. Je bent bij de huisarts. Er zijn veel mensen in de wachtkamer. De assistent zegt jouw naam en vraagt: ‘Bent u de zesde?’ Antwoord en zeg op welke plaats je zit in de rij. (Gebruik: de zesde, wachten, de beurt)
(Sei dal medico di base. Ci sono molte persone nella sala d'attesa. L'assistente chiama il tuo nome e chiede: «Sei il sesto?» Rispondi e dì in quale posizione sei nella fila. (Usa: il sesto, aspettare, il turno))Ja, ik ben
(Sì, sono ...)Esempio:
Ja, ik ben de zesde, ik wacht op mijn beurt.
(Sì, sono il sesto, sto aspettando il mio turno.)Esercizio 6: Esercizio di scrittura
Istruzione: Scrivi 4 o 5 frasi su un appuntamento reale o immaginario da un dottore o un altro professionista e usa almeno tre numeri ordinali (per esempio primo, secondo, terzo, decimo).
Espressioni utili:
Ik heb een afspraak op de … verdieping. / Ik ben de eerste/tweede/derde in de rij. / Mijn afspraak is op de … (datum). / Ik moet mij de tijd en dag goed herinneren.
Oefening 7: Esercizio di conversazione
Instructie:
- Op welke verdieping woont elke persoon? (A quale piano vive ciascuna persona?)
- Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je? (Vivi in un appartamento? A quale piano abiti?)
Linee guida per l'insegnamento +/- 10 minuti
Istruzioni per l'insegnante
- Leggi ad alta voce le frasi di esempio.
- Rispondi alle domande riguardanti l'immagine.
- Gli studenti possono anche preparare questo esercizio come testo scritto per la prossima lezione.
Esempi di frasi:
|
Stevan woont op de negende verdieping. Stevan vive al nono piano. |
|
Catherine woont op de tiende verdieping. Catherine vive al decimo piano. |
|
Giulia woont op de eerste verdieping. Giulia vive al primo piano. |
|
Je woont in een appartement op de zesde verdieping. Vivi in un appartamento al sesto piano. |
|
Op welke verdieping woon je? A che piano abiti? |
|
Ik woon op de begane grond. Vivo al piano terra. |
| ... |