A1.11.1 - Goud voor Nederland
Goud voor Nederland
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Derde |
| Vierde |
| Eerste |
| Tweede |
| Nederland vaart rond de boei. Zweden vaart door. |
| Nederland lijkt derde te worden. Zien ze het op tijd? |
| Ze gaan als vierde over de finish. |
| Volgens de cijfers is Zweden eerste, Italië tweede en Nederland derde. |
| Dat betekent dat Nederland misschien een medaille heeft gehaald. |
| De sporters kijken teleurgesteld, alsof ze geen medaille hebben. |
| Volgens de nieuwe cijfers staat Nederland toch op nummer één. |
| Zweden en Frankrijk hebben zeker een medaille. |
| Iedereen wacht op het bericht van de jury: heeft Nederland een fout gemaakt, ja of nee? |
| Dan komt het nieuws: Annette Duetz en Odile van Aanholt zijn olympisch kampioen. |
Begripsvragen:
-
Welke landen zijn volgens de cijfers eerste, tweede en derde?
(Welke landen staan volgens de cijfers op de eerste, tweede en derde plaats?)
-
Als het team van Nederland als vierde over de finish gaat, welke plaats denken de sporters dat ze hebben?
(Als het team van Nederland als vierde over de finish gaat, welke plaats denken de sporters dat ze hebben?)
-
Wat is het laatste nieuws over de uitslag voor Annette Duetz en Odile van Aanholt?
(Wat is het laatste nieuws over de uitslag voor Annette Duetz en Odile van Aanholt?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Rangtelwoorden bij het zeilen
| 1. | Jan: | Hé, weet je wie er eerste staat bij het zeilen? |
| 2. | Maura: | Ja! Van Aanholt en Duetz staan eerste, echt fantastisch! |
| 3. | Jan: | Wat een spannende tweede helft zeg! Kijk deze video. |
| 4. | Maura: | Klopt, bij de derde boei denken ze even dat ze al bij de finish zijn. |
| 5. | Jan: | Hier staat Nederland nog vierde. |
| 6. | Maura: | Oei, stel je voor dat je als vierde eindigt, net geen medaille. Dat is zwaar. |
| 7. | Jan: | Ik dacht eerst dat Zweden vierde zou zijn en Italië vijfde. Wat zijn ze goed. |
| 8. | Maura: | Nou, Zweden is tweede, Frankrijk derde, en de vierde en vijfde boot komen ook snel. |
| 9. | Jan: | Wat mooi, Nederland als eerste over de finish! |
| 10. | Maura: | Wist je dat deze gouden medaille ook de honderdste van Nederland ooit is? |
| 11. | Jan: | Ongelooflijk! Dat maakt het echt een historische overwinning in de sport! |
1. Wie staat eerste bij het zeilen?
2. Welke plaats heeft Nederland bij de boei in het midden van de race?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
U heeft een afspraak in het ziekenhuis op de vierde verdieping. Hoe vraagt u bij de balie waar u naartoe moet?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U geeft een presentatie op een congres en u bent de derde spreker. Hoe vertelt u dat kort aan een collega?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U woont in een flat. Op welke verdieping woont u en op welke verdieping woont uw buurman of buurvrouw?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Vertel kort over een wedstrijd (sport of werk): wie werd eerste, tweede en derde?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen