1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (10)

Eerlijk

Eerlijk Show

Eerlijk Show

Gesloten

Gesloten Show

Gesloten Show

Vriendelijk

Vriendelijk Show

Vriendelijk Show

Onvriendelijk

Onvriendelijk Show

Onvriendelijk Show

Verlegen

Verlegen Show

Verlegen Show

Open

Open Show

Open Show

Slim

Slim Show

Slim Show

Ontmoeten

Ontmoeten Show

Ontmoeten Show

3. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Ontmoeten (ontmoeten)

4. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

E-mail: Je krijgt een e-mail van je teamleider over het zoeken naar een nieuwe collega. Reageer met jouw mening: welk type persoon past goed in ons team?


Beste collega,

Zoals je weet stopt Tim deze maand bij ons team. We zoeken nu een nieuwe collega.

Ik hoor graag jouw mening: wat voor karakter past goed in ons team?
Moet de persoon heel open zijn, of maakt dat niet uit?
Vind je een vriendelijke collega belangrijk?
Wat werkt beter: iemand rustig en een beetje verlegen, of iemand heel actief?

Schrijf alsjeblieft kort wat jij belangrijk vindt.

Met vriendelijke groet,
Sanne
Teamleider


Beste collega,

Zoals je weet stopt Tim deze maand bij ons team. We zoeken nu een nieuwe collega.

Ik hoor graag jouw mening: wat voor karakter past goed in ons team?
Moet de persoon heel open zijn, of maakt dat niet uit?
Vind je een vriendelijke collega belangrijk?
Wat werkt beter: iemand rustig en een beetje verlegen, of iemand heel actief?

Schrijf alsjeblieft kort wat jij belangrijk vindt.

Met vriendelijke groet,
Sanne
Teamleider


Begrijp de tekst:

  1. Waarom schrijft Sanne deze e-mail aan jou?

  2. Welke vragen stelt Sanne over het karakter van de nieuwe collega?

Nuttige zinnen:

  1. Ik vind een collega belangrijk die …

  2. De persoon moet … zijn, maar niet …

  3. Een goede collega is … en niet …

Beste Sanne,

Dank je voor je e-mail. Voor mij is een vriendelijke collega heel belangrijk. De nieuwe collega moet eerlijk en open zijn. Ik wil graag iemand die actief werkt en niet lui is. Een beetje verlegen is oké, maar niet gesloten of onvriendelijk.

Met vriendelijke groet,
[voornaam]

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Mijn collega is heel vriendelijk en altijd behulpzaam.
De nieuwe manager is erg open over zijn plannen.
Ik ben niet lui, ik ben gewoon erg moe.
We ontmoeten morgen een hele eerlijke kandidaat.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ mijn nieuwe, heel vriendelijke collega vandaag.


2. Morgen ___ wij de manager, hij is niet erg open.


3. ___ jij vaak nieuwe mensen op je werk, of ben je geen open persoon?


4. Mijn collega’s zijn heel vriendelijk, maar ik ___ geen nieuwe mensen op andere afdelingen.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je hebt een nieuwe collega op het werk. Je manager vraagt: "Hoe is hij als persoon?" Beschrijf hem kort. (Gebruik: eerlijk, op het werk, ik vind hem...)

Ik vind hem  

Voorbeeld:

Ik vind hem eerlijk. Hij zegt altijd wat hij denkt op het werk.

2. Je buren organiseren een buurtborrel. Jij stelt een nieuwe buurvrouw voor aan de groep. Zeg kort hoe zij is. (Gebruik: vriendelijk, hallo zeggen, lachen)

Zij is heel  

Voorbeeld:

Zij is heel vriendelijk. Ze zegt altijd hallo en lacht veel.

3. Je hebt een korte online vergadering met een klant. Na de meeting vraagt een collega: "Hoe is de klant?" Beschrijf de klant kort. (Gebruik: open, praten, vragen stellen)

De klant is  

Voorbeeld:

De klant is heel open. Hij praat veel en stelt veel vragen.

4. Je zit in een sollicitatiegesprek voor een nieuwe baan. De werkgever vraagt: "Hoe ben jij als persoon op het werk?" Leg kort uit. (Gebruik: slim, leren, problemen oplossen)

Ik ben  

Voorbeeld:

Ik ben slim. Ik leer snel en ik los problemen goed op.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over jezelf als collega: wat voor karakter heb je op je werk?

Nuttige uitdrukkingen:

Ik ben een betrouwbare collega. / Op mijn werk ben ik meestal vriendelijk. / Ik ben niet verlegen, maar wel rustig. / Mijn collega1s zeggen dat ik goed samenwerk.

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Beschrijf en vergelijk de mensen. (Beschrijf en vergelijk de mensen.)
  2. Beschrijf je eigen karakter. (Beschrijf je eigen karakter.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Juliette en Lukas zijn een liefdevol stel.

Raúl is de meest gesloten persoon. Hij is introvert.

Caitlin is niet sportief; ze is de minst actieve persoon.

Paula en Giulia zijn erg extravert.

Charlotte is verlegen.

Peter is de meest actieve persoon.

Ik kan verlegen zijn als ik de mensen niet ken.

...