2. Woordenschat (10)

De dorst

De dorst Show

Dorst Show

De honger

De honger Show

Honger Show

De pijn

De pijn Show

Pijn Show

Geblesseerd

Geblesseerd Show

Geblesseerd Show

Uitgeput

Uitgeput Show

Uitgeput Show

Bezweet

Bezweet Show

Bezweet Show

Zich ontspannen

Zich ontspannen Show

Zich ontspannen Show

Rusten

Rusten Show

Rusten Show

Mediteren

Mediteren Show

Mediteren Show

3. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Rusten (rusten)

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Flyer van een yogastudio na het werk

Woorden om te gebruiken: gestrest, fris, rusten, ontspannen, matje, bezweet, voelen, moe, pijn, schouders

(Flyer van een yogastudio voor na het werk)

Na een lange werkdag doen je rug en hoofd vaak . Je bent en je hebt last van je . In onze kleine yogastudio in het centrum kun je na het werk rustig ademen en je lichaam . De zaal is warm, maar niet te heet; soms word je een beetje en daarna voel je je weer .

In de les doen we lichte oefeningen op een . Je hoeft niet sportief te zijn. We zitten, rekken en samen. Aan het einde van de les lig je stil en kun je even . Veel mensen zeggen: ik ben niet meer , maar rustig en ontspannen. Na de les drink je een kopje thee en ga je met een goed gevoel naar huis.

  1. Waarom komt iemand na het werk naar deze yogastudio?

  2. Wat gebeurt er aan het einde van de les?

  3. Wat doe jij om te ontspannen na een lange dag?

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Na die lange werkdag ben ik helemaal uitgeput.
Ik heb veel honger, maar ik sla dat koekje toch over.
Mijn rug doet pijn, dus ik ga even op de bank zitten.
Ik ben erg bezweet, en ik moet echt even rusten.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ even op het bankje, want ik ben heel moe na mijn werk.


2. In de pauze ___ jij vijf minuutjes in de stiltezolder.


3. Na de training ___ hij eerst op een stoeltje en drinkt hij een flesje water.


4. Wij ___ een halfuurtje, omdat we uitgeput zijn na de lange vergadering.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je zit op kantoor. Een collega vraagt: “Wil je koffie?” Jij hebt dorst en wil liever water. Zeg wat je nodig hebt en hoe je je voelt. (Gebruik: de dorst, water, graag)

Ik heb  

Voorbeeld:

Ik heb dorst, ik wil graag een glas water.

2. Je bent ’s avonds thuis bij een vriend. Jullie willen samen koken en jij hebt veel trek. Zeg hoe je je voelt en wat je wilt eten. (Gebruik: de honger, ik wil, eten)

Ik heb  

Voorbeeld:

Ik heb honger, ik wil iets te eten.

3. Je loopt hard in het park na het werk. Je partner belt en vraagt: “Hoe gaat het?” Je bent buiten adem en erg moe. Leg kort uit hoe je lichaam voelt. (Gebruik: moe, de benen, zwaar)

Ik ben  

Voorbeeld:

Ik ben moe, mijn benen zijn zwaar.

4. Je zit de hele dag achter de computer. Je nek doet pijn. Een collega vraagt: “Hoe gaat het?” Vertel kort hoe je je voelt en wat je doet om te ontspannen. (Gebruik: de pijn, in mijn nek, even rusten)

Ik heb  

Voorbeeld:

Ik heb pijn in mijn nek, ik ga even rusten.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over hoe jouw lichaam zich voelt na een werkdag en wat jij doet om te rusten of te ontspannen.

Nuttige uitdrukkingen:

Na een lange dag voel ik mij… / Ik heb vaak pijn in mijn… / Om te ontspannen, doe ik… / Daarna voel ik mij…

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Hoe voelen de mensen zich in die situaties? (Hoe voelen de mensen zich in die situaties?)
  2. Vertel hoe je je voelt met behulp van de woordenschat. (Vertel hoe je je voelt met behulp van de woordenschat.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Hij is uitgeput.

Ik voel me moe in de ochtend.

Ik voel me uitgeput na werk.

Ik moet iets drinken.

Ik heb dorst.

Ik heb honger.

Zij heeft het koud.

Ik voel me warm.

...