A1.29 - Fysieke toestanden en sensaties
Fysieke toestanden en sensaties
1. Taalonderdompeling
A1.29.1 Activiteit
Laat de Stress Los: Een Stap-voor-Stap Ademhaling
3. Grammatica
A1.29.2 Grammatica
Verkleinwoorden
Belangrijk werkwoord
Rusten (rusten)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Flyer van een yogastudio na het werk
Woorden om te gebruiken: gestrest, fris, rusten, ontspannen, matje, bezweet, voelen, moe, pijn, schouders
(Flyer van een yogastudio voor na het werk)
Na een lange werkdag doen je rug en hoofd vaak . Je bent en je hebt last van je . In onze kleine yogastudio in het centrum kun je na het werk rustig ademen en je lichaam . De zaal is warm, maar niet te heet; soms word je een beetje en daarna voel je je weer .
In de les doen we lichte oefeningen op een . Je hoeft niet sportief te zijn. We zitten, rekken en samen. Aan het einde van de les lig je stil en kun je even . Veel mensen zeggen: ik ben niet meer , maar rustig en ontspannen. Na de les drink je een kopje thee en ga je met een goed gevoel naar huis.
-
Waarom komt iemand na het werk naar deze yogastudio?
-
Wat gebeurt er aan het einde van de les?
-
Wat doe jij om te ontspannen na een lange dag?
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ even op het bankje, want ik ben heel moe na mijn werk.
2. In de pauze ___ jij vijf minuutjes in de stiltezolder.
3. Na de training ___ hij eerst op een stoeltje en drinkt hij een flesje water.
4. Wij ___ een halfuurtje, omdat we uitgeput zijn na de lange vergadering.
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Te moe na lange werkdag
Collega Emma: Show Je ziet er moe uit. Gaat het wel?
Jij: Show Ik ben echt uitgeput en mijn rug doet pijn.
Collega Emma: Show Wil je even zitten en rustig ademhalen? Ik zet thee voor je.
Jij: Show Graag, ik heb dorst en honger en ik wil even ontspannen.
Open vragen:
1. Hoe voel jij je meestal na een lange werkdag? Gebruik woorden als moe, pijn of uitgeput.
2. Wat doe jij om te ontspannen en te rusten na het werk?
Blessure in de sportschool
Vriend Karim: Show Je bent helemaal bezweet. Voel je je goed?
Jij: Show Nee, mijn knie doet pijn, ik denk dat ik geblesseerd ben.
Vriend Karim: Show We stoppen even. Ga zitten en rust; misschien moet je later naar de fysio.
Jij: Show Ja, goed idee. Thuis ga ik douchen en rustig mediteren.
Open vragen:
1. Wat zeg je als je pijn hebt tijdens het sporten?
2. Wat doe je om te rusten en je lichaam te verzorgen na een blessure?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je zit op kantoor. Een collega vraagt: “Wil je koffie?” Jij hebt dorst en wil liever water. Zeg wat je nodig hebt en hoe je je voelt. (Gebruik: de dorst, water, graag)
Ik heb
Voorbeeld:
Ik heb dorst, ik wil graag een glas water.
2. Je bent ’s avonds thuis bij een vriend. Jullie willen samen koken en jij hebt veel trek. Zeg hoe je je voelt en wat je wilt eten. (Gebruik: de honger, ik wil, eten)
Ik heb
Voorbeeld:
Ik heb honger, ik wil iets te eten.
3. Je loopt hard in het park na het werk. Je partner belt en vraagt: “Hoe gaat het?” Je bent buiten adem en erg moe. Leg kort uit hoe je lichaam voelt. (Gebruik: moe, de benen, zwaar)
Ik ben
Voorbeeld:
Ik ben moe, mijn benen zijn zwaar.
4. Je zit de hele dag achter de computer. Je nek doet pijn. Een collega vraagt: “Hoe gaat het?” Vertel kort hoe je je voelt en wat je doet om te ontspannen. (Gebruik: de pijn, in mijn nek, even rusten)
Ik heb
Voorbeeld:
Ik heb pijn in mijn nek, ik ga even rusten.
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over hoe jouw lichaam zich voelt na een werkdag en wat jij doet om te rusten of te ontspannen.
Nuttige uitdrukkingen:
Na een lange dag voel ik mij… / Ik heb vaak pijn in mijn… / Om te ontspannen, doe ik… / Daarna voel ik mij…
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Hoe voelen de mensen zich in die situaties? (Hoe voelen de mensen zich in die situaties?)
- Vertel hoe je je voelt met behulp van de woordenschat. (Vertel hoe je je voelt met behulp van de woordenschat.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Hij is uitgeput. |
|
Ik voel me moe in de ochtend. |
|
Ik voel me uitgeput na werk. |
|
Ik moet iets drinken. |
|
Ik heb dorst. |
|
Ik heb honger. |
|
Zij heeft het koud. |
|
Ik voel me warm. |
| ... |