Deze video toont enkele veelvoorkomende ziektes bij kinderen en hoe je ze kunt verhelpen.
Deze video toont enkele veelvoorkomende ziektes bij kinderen en hoe je ze kunt verhelpen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord
De ziektes
De verkoudheid
De symptomen
De loopneus
Hoesten
De koorts
De verstopte neus
De oorontsteking
De huisarts
De buikgriep
De diarree
De oogontsteking
Vandaag vertel ik over de meest voorkomende ziektes bij kinderen.
Ik leg uit wat de symptomen zijn en wat je kunt doen zodat je kind zich beter voelt.
Bij een verkoudheid heeft een kind vaak een loopneus, het hoest en soms heeft het koorts.
Zorg ervoor dat je kind veel rust krijgt en genoeg water of thee drinkt.
Bij een verstopte neus kan het kind moeilijk ademen door de neus.
Daarna kijk ik naar oorontsteking, die komt vaak voor bij jongere kinderen.
Een kind met oorontsteking trekt aan zijn oor, huilt veel en slaapt slecht.
Ga met het kind naar de huisarts of kinderarts, soms is er antibiotica nodig.
Bij buikgriep moet het kind overgeven of heeft het diarree en buikkrampen, geef dan kleine slokjes water en geen vast eten.
Een oogontsteking is besmettelijk, de ogen zijn rood en jeukerig, laat je kind vaak de handen wassen.

Begripsvragen:

  1. Welke symptomen heeft een kind meestal bij een verkoudheid?

    (Welke symptomen heeft een kind meestal bij een verkoudheid?)

  2. Wat moet je doen als je kind veel huilt, aan zijn oor trekt en slecht slaapt?

    (Wat moet je doen als je kind veel huilt, aan zijn oor trekt en slecht slaapt?)

  3. Wat mag een kind met buikgriep wel en niet eten of drinken?

    (Wat mag een kind met buikgriep wel en niet eten of drinken?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Ziekmelden bij de baas

1. Medewerker: Goedemorgen, u spreekt met Jan.
2. Baas: Hallo Jan. Waarom bel je mij? Je moet al op je werk zijn.
3. Medewerker: Ik voel me niet goed. Ik hoest veel en ik heb een beetje koorts.
4. Baas: Heb je misschien griep? Heb je al een doktersverklaring?
5. Medewerker: Ik kan niet naar de dokter gaan. Ik voel me slecht en ik ben erg misselijk.
6. Baas: Je hebt echt een doktersverklaring nodig. En is het niet de Elfstedentocht volgende week?
7. Medewerker: Eh… ja, dat klopt.
8. Baas: Sta jij niet ingeschreven voor de tocht? Is er vandaag ook training?
9. Medewerker: Ja, klopt. Weet je wat… ik voel me eigenlijk al een beetje beter.
10. Baas: Als je beter bent en kunt gaan schaatsen, kun je ook komen werken.
11. Medewerker: Oké. Om tien uur ben ik op het werk.
12. Baas: Jan, jouw collega’s zijn bijna nooit ziek. Dit moet anders.

1. Lees de dialoog. Waarom belt Jan zijn baas?


2. Welke klachten heeft Jan?


Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. U belt uw huisarts. Wat zegt u kort als u griep heeft en al twee dagen hoge koorts?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. U bent op uw werk en voelt zich erg ziek en misselijk. Wat zegt u in één zin tegen uw leidinggevende aan de telefoon?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. U staat bij de apotheek. Hoe vraagt u beleefd om iets tegen hoesten in het Nederlands?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. U heeft vaak rugpijn door computerwerk. Hoe legt u in één of twee zinnen uit wat het probleem is aan de dokter?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 4: Oefening in context

Instructie: Kijktip: bekijk de prachtige landschappen uit de elfstedentocht.

  1. https://www.youtube.com/watch?v=_Jp6V41pkNk