Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord |
|---|
| De ziektes |
| De verkoudheid |
| De symptomen |
| De loopneus |
| Hoesten |
| De koorts |
| De verstopte neus |
| De oorontsteking |
| De huisarts |
| De buikgriep |
| De diarree |
| De oogontsteking |
1. Welke klachten passen bij verkoudheid?
2. Wat is een goede tip als een kind verkouden is?
3. Wat kun je doen als een kind aan zijn oor trekt en veel huilt?
4. Wat is belangrijk bij een oogontsteking?
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Een medewerker meldt zich ziek tijdens een drukke werkperiode
| 1. | Medewerker: | Goedemorgen, met Jan. |
| 2. | Baas: | Hallo Jan. Waarom bel je? Je had al moeten beginnen op je werk. |
| 3. | Medewerker: | Ik voel me niet goed. Ik hoest veel en ik heb een lichte koorts. |
| 4. | Baas: | Heb je misschien de griep? Heb je al een doktersverklaring? |
| 5. | Medewerker: | Ik kan nu niet naar de dokter. Ik voel me erg misselijk. |
| 6. | Baas: | Je hebt een doktersverklaring nodig. En is het niet de Elfstedentocht volgende week? |
| 7. | Medewerker: | Eh… ja, dat klopt. |
| 8. | Baas: | Sta je niet ingeschreven voor de tocht? Heb je vandaag ook training? |
| 9. | Medewerker: | Ja, klopt. Weet je wat? Ik voel me eigenlijk al wat beter. |
| 10. | Baas: | Als je beter bent en kunt komen, kun je ook werken. |
| 11. | Medewerker: | Om tien uur ben ik op het werk. |
| 12. | Baas: | Jan, jouw collega’s zijn bijna nooit ziek. Dit moet anders. |
1. Waarom belt Jan zijn baas?
2. Wat zegt Jan aan het einde van het gesprek?