Stel jezelf voor en vertel over je familie.
Vraag iemand naar zijn of haar familie. (grootte, structuur, ... )
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Familie verhaal
Een gesprek in de basketclub tussen twee spelers.
Grammatica: De bezittelijke voornaamwoorden (mijn, jouw, zijn,...)
Bezittelijke voornaamwoorden geven bezit of relatie aan, zoals mijn, jouw, zijn.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!