Beschrijf je beroep
Vraag naar iemands beroep
Praat over studies
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Wat voor werk doe je?
Vertel wat voor werk je doet.
Grammatica: Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))
Gebruik "wie" voor personen, "wat" voor dieren of zaken en "welk(e)" bij zelfstandige naamwoorden.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!