A1.7.2 - Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))
Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))
Gebruik "wie" voor personen, "wat" voor dieren of zaken en "welk(e)" bij zelfstandige naamwoorden.
- "Wie" vraagt naar één of meer personen.
- "Wat"vraagt naar dieren of zaken.
- "Welk(e)" gebruik je bij zelfstandige naamwoorden.
| Vraagwoord | Gebruik | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| Wie | Personen | Wie werkt als dokter? (Wie werkt als dokter?) |
| Wat | Dieren of zaken | Wat is je favoriete studie? (Wat is je favoriete studie?) |
| Welk(e) | Zelfstandige naamwoorden | Welk cadeau wil je? (Welk cadeau wil je?) |
Uitzonderingen!
- "Welk" gebruik je bij het-woorden.
- "Welke" gebruik je bij de-woorden en meervoud.
Oefening 1: Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))
Instructie: Vul het juiste woord in.
Wat, Welk, Welke, Wie
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ___ ben jij op kantoor, de manager of de ingenieur?
2. ___ studie doe jij aan de universiteit?
3. ___ beroep heb je nu: ben je kok, leraar of ingenieur?
4. ___ van deze studenten wil later dokter worden?
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen als vraagzin en gebruik het juiste vraagwoord: wie, wat of welk(e).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWelke studie kies jij aan de universiteit?
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage