A1.8.1 - In het postkantoor
In het postkantoor
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| De straatnaam |
| Het huisnummer |
| De postcode |
| Het versturen van post |
| Het adres |
| De woonplaats |
| De post |
| De online tool |
| De adreschecker |
| Het buitenland |
| De internationale adreschecker |
| De adresstructuur |
| Ik ben Cheima en ik leg uit hoe je via PostNL een postcode of een adres vindt. |
| Soms weet je alleen een straatnaam en een huisnummer, maar niet de postcode. |
| Voor het versturen van post heb je altijd een postcode en een huisnummer nodig. |
| Zonder deze informatie komt de post later of soms helemaal niet aan. |
| Met de online tool van PostNL kun je snel een postcode of een adres zoeken. |
| Je vult de straatnaam, het huisnummer en de woonplaats in. |
| Maak je een fout? De adreschecker verbetert het automatisch. |
| Voor een adres controleren vul je alleen de postcode en het huisnummer in. |
| Voor het buitenland gelden andere regels voor het adres. |
| De internationale adreschecker van PostNL houdt automatisch rekening met de adresstructuur van elk land. |
Begripsvragen:
-
Welke gegevens heb je altijd nodig om post te versturen?
(Welke gegevens heb je altijd nodig om post te kunnen versturen?)
-
Wat vul je in als je een postcode wilt zoeken met de online tool van PostNL?
(Wat vul je in als je met de online tool van PostNL een postcode zoekt?)
-
Wat doet de adreschecker als je een fout maakt in het adres?
(Wat doet de adreschecker als je een fout in het adres maakt?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Adres en contactgegevens
| 1. | Bediende: | Goedendag, waarmee kan ik u helpen? |
| 2. | Klant: | Ik wil graag een pakketje en een brief versturen. |
| 3. | Bediende: | Mag ik het adres? Straat, huisnummer, postcode en plaats. |
| 4. | Klant: | Even kijken… Ik denk dat de postcode 1013 AB is en het huisnummer 409. |
| 5. | Bediende: | Oké, dat is de Kerkstraat in Rotterdam. Klopt dat? |
| 6. | Klant: | Ja, dat klopt. Kan ik de zending volgen? |
| 7. | Bediende: | Ja, natuurlijk. Geeft u mij uw contactgegevens: uw e-mailadres en telefoonnummer. |
| 8. | Klant: | Mijn e-mailadres is erika@schneider.com. Ik heb een Duits nummer. De landcode is +49 en mijn nummer is 0049613264594. |
| 9. | Bediende: | Oké, graag ook nog uw naam, geboortedatum en geboorteplaats. |
| 10. | Klant: | Mijn naam is Erika Schneider, geboren in Dresden op vier november 1989. |
| 11. | Bediende: | Prima, dank u. U krijgt van ons een code en u kunt uw zending volgen via de website. |
1. Wat wil de klant doen?
2. Wat is het huisnummer van het adres?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
U bent bij de gemeente om u in te schrijven. De medewerker vraagt naar uw adres. Wat zegt u? (Noem straat, huisnummer, postcode en woonplaats.)
__________________________________________________________________________________________________________
-
Een collega wil u een document sturen. Hoe geeft u uw e-mailadres en telefoonnummer aan hem of haar?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U belt het ziekenhuis voor een afspraak. Ze vragen om uw geboortedatum en geboorteplaats. Wat zegt u?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U bent op het postkantoor en wilt een pakket versturen. De medewerker vraagt: ‘Kunt u uw gegevens geven?’ Noem kort uw naam en één contactgegeven (telefoonnummer of e-mailadres).
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen