1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (13)

Het compromis

Het compromis Show

Een compromis Show

De onderhandeling

De onderhandeling Show

De onderhandeling Show

Het debat

Het debat Show

Het debat Show

Het argument

Het argument Show

Het argument Show

Het tegenargument

Het tegenargument Show

Het tegenargument Show

De mening

De mening Show

De mening Show

Je mening geven

Je mening geven Show

Je mening geven Show

Zonder twijfel

Zonder twijfel Show

Zonder twijfel Show

Geloven

Geloven Show

Geloven Show

Positief

Positief Show

Positief Show

Negatief

Negatief Show

Negatief Show

Juist

Juist Show

Juist Show

Fout

Fout Show

Fout Show

3. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Antwoorden (antwoorden)

Belangrijk werkwoord

Geloven (geloven)

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Teamvergadering over thuiswerken

Woorden om te gebruiken: debat, compromis, positief, mening, argumenten, negatief, argument

(Teamvergadering over thuiswerken)

In onze bedrijfskantine is er een intern over meer thuiswerken. Het management vraagt de medewerkers om hun over een nieuw werkrooster. Sommige collega’s zijn , want zij geloven dat thuiswerken rustig en efficiënt is. Anderen zijn : zij vinden dat samenwerking op kantoor beter is.

Volgens de projectleider is een mogelijk: twee dagen thuiswerken en drie dagen op kantoor. Hij zegt dat dit plan eerlijk is, omdat iedereen dan dezelfde kans krijgt. Een paar medewerkers geven een sterk tegen dit voorstel: zij hebben kleine kinderen en willen meer thuiswerken. De directie luistert naar alle en probeert een besluit te nemen dat voor iedereen goed voelt.

  1. Wat is jouw eigen mening over thuiswerken en waarom?

  2. Waarom vinden sommige collega’s het voorstel van de projectleider niet genoeg?

  3. Hoe probeert de directie in de tekst een besluit te nemen?

  4. Welke voordelen en nadelen van thuiswerken worden in de tekst genoemd?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Gisteren vroeg de manager naar mijn mening en ik ___ dat dit compromis voor iedereen eerlijk was.


2. Volgens mij ___ de directie vroeger niet dat zo’n debat nuttig was.


3. Tijdens de onderhandeling ___ hij rustig op elk tegenargument.


4. Naar mijn mening ___ veel collega’s vroeger zonder twijfel dat dit plan fout was.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je team moet kiezen: werken jullie volgende week één dag thuis of alle dagen op kantoor? Je manager vraagt naar jouw mening in het overleg. Geef je mening en leg kort uit waarom. (Gebruik: de mening, ik vind dat…, een argument geven)

Mijn mening is dat  

Voorbeeld:

Mijn mening is dat we één dag thuis werken. Ik vind dat we dan rust hebben om goed te concentreren.

2. Je collega wil een vergadering om 8.00 uur plannen, maar jij brengt dan de kinderen naar school. Stel een compromis voor over de tijd van de vergadering. (Gebruik: het compromis, misschien kunnen we…, akkoord gaan)

Misschien kunnen we  

Voorbeeld:

Misschien kunnen we een compromis maken en de vergadering om 9.00 uur doen. Dan ben ik op tijd klaar met de kinderen en kan ik goed meedoen.

3. Je vriendin denkt dat een dure sportschool altijd beter is. Jij gelooft dat dat niet klopt. Reageer vriendelijk, zeg wat jij gelooft, met één positief en één negatief argument. (Gebruik: geloven, positief, negatief)

Ik geloof dat  

Voorbeeld:

Ik geloof dat een dure sportschool niet altijd beter is. Positief is dat het misschien mooier is, maar negatief is dat je veel geld betaalt en soms toch weinig gaat.

4. Je krijgt een contractvoorstel van een nieuwe klant. Eén punt is volgens jou fout. Je belt de klant en zegt rustig dat dit punt niet juist is en waarom. (Gebruik: fout, juist, ik denk dat…, het tegenargument)

Ik denk dat  

Voorbeeld:

Ik denk dat er één punt fout is in het contract. Het bedrag per uur klopt niet; het juiste bedrag is hoger dan in het voorstel staat.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen over een situatie op jouw werk (of studie) waarin jij het niet eens was met een voorstel en leg jouw mening en argumenten uit.

Nuttige uitdrukkingen:

Volgens mij is het een goed idee, omdat … / Ik ben het niet eens met dit voorstel, want … / Naar mijn mening is het beter om … / Een belangrijk argument is dat …

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Kijk naar de afbeelding en stel je voor dat je een belangrijke deal aan het onderhandelen bent. Gebruik de zinnen om de voorwaarden te bespreken. (Kijk naar de afbeelding en stel je voor dat je onderhandelt over een belangrijke deal. Gebruik de zinnen om de voorwaarden te bespreken.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ik geloof dat dit aanbod eerlijk is, en ik ben blij het te accepteren.

Zonder twijfel lijkt dit voorstel aan al onze behoeften te voldoen.

Ik ben ervan overtuigd dat dit een goed uitgangspunt is voor ons om verder te gaan.

Ik ga akkoord met het aanbod, maar ik zou graag de definitieve details willen bekijken voordat ik teken.

Ik ga niet akkoord met deze voorwaarden; ze zijn niet helemaal wat we hadden verwacht.

Ik denk dat het tegenvoorstel nog wat aanpassingen nodig heeft voordat we verder kunnen gaan.

Naar mijn mening zijn de voorgestelde voorwaarden te beperkend en moeten ze worden herzien.

Ik ben er niet van overtuigd dat dit aanbod op dit moment de beste optie voor ons is.

...