A2.42 - Organisatie en delegatie
Organisatie en delegatie
1. Taalonderdompeling
A2.42.1 Activiteit
Projectmanager
3. Grammatica
A2.42.2 Grammatica
Indirecte rede
Belangrijk werkwoord
Veranderen (veranderen)
Belangrijk werkwoord
Organiseren (organiseren)
4. Oefeningen
Oefening 1: Writing correspondence
Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation
E-mail: Je krijgt een e-mail van je projectleider over de organisatie van een project en je moet schriftelijk reageren met een korte update en voorstellen wie welke taak doet.
Onderwerp: Overzicht taken project X
Hoi,
Ik wil graag beter overzicht in het project. Kun jij vandaag in het systeem zetten:
- welke taken al voltooid zijn
- welke taken nog dringend zijn
Informeer mij ook als er een probleem is. Kun jij het deel met de klanten doen, en Lisa het deel met de planning?
Laat me voor 17.00 uur weten hoe ver je bent.
Groet,
Rens
Projectleider
Onderwerp: Overzicht taken project X
Hoi,
Ik wil graag meer overzicht in het project. Kun jij vandaag in het systeem zetten:
- welke taken al voltooid zijn
- welke taken nog dringend zijn
Informeer me ook als er een probleem is. Kun jij het klantgedeelte doen, en Lisa het planningsgedeelte?
Laat me voor 17.00 uur weten hoe ver je bent.
Groet,
Rens
Projectleider
Begrijp de tekst:
-
Welke informatie moet de projectleider in het systeem zien over de taken?
-
Welke verdeling van de taken tussen jou en Lisa stelt Rens voor?
Nuttige zinnen:
-
Ik laat u weten dat...
-
Ik kan de taak ... voltooien.
-
Lisa kan de taak ... doen, omdat...
Dank je voor je e-mail. Ik zet vanmiddag alle taken in het systeem. Ik markeer welke taken al voltooid zijn en welke nog dringend zijn.
Ik kan het deel met de klanten doen. Ik mail hen vandaag en controleer de afspraken. Lisa kan de planning doen, want zij heeft daar een goed overzicht van.
Als er een probleem is, informeer ik je meteen. Ik stuur je voor 17.00 uur een korte update.
Groet,
[Je naam]
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. De teamleider ___ het systeem gisteren ___ omdat er te veel fouten waren.
2. In de vergadering zegt hij dat hij het proces al ___ ___.
3. Volgende maand ___ de manager het hele project ___.
4. Hij zegt dat hij volgende week een nieuw systeem ___ organiseren voor de meldingen.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Taken verdelen op klein project
Collega Mark (projectleider): Show Kun jij dit deel van het project organiseren en de klant informeren, want het is best dringend?
Jij: Show Ja hoor, ik neem de taak over en ik stuur straks een melding naar de klant.
Collega Mark (projectleider): Show Fijn, dan kan ik het andere systeem afmaken en kijken wat al voltooid is.
Jij: Show Geen probleem, ik probeer alles vandaag nog te voltooien.
Open vragen:
1. Welke taak neem jij in dit gesprek over en waarom?
2. Hoe informeer jij normaal je collega’s als iets dringend is op je werk?
Nieuwe collega krijgt duidelijke instructies
Teamleider Sara: Show Welkom, ik ben de teamleider en ik wil je eerst kort informeren over het systeem.
Nieuwe collega (jij): Show Dank je, kun je mij zeggen welke taak vandaag het belangrijkst is?
Teamleider Sara: Show Ja, maak eerst deze meldingen af, die zijn dringend, daarna kijk je wat al voltooid is.
Nieuwe collega (jij): Show Helder, ik organiseer mijn werk zo en laat je weten als alles voltooid is.
Open vragen:
1. Welke instructies geeft Sara in dit gesprek?
2. Hoe vraag jij zelf om hulp als een taak niet duidelijk is op je werk?
3. content:[{
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je teamleider is ziek. Jij moet vandaag de werkdag organiseren voor jouw kleine team. Zeg wat jij gaat doen met de taken en hoe je het werk wilt verdelen. (Gebruik: de organisatie, de taak, verdelen)
Voor de organisatie
Voorbeeld:
Voor de organisatie maak ik eerst een lijst met alle taken. Daarna verdeel ik de taken in het team, zodat iedereen weet wat hij doet.
2. Je werkt aan een project met een collega. Jij bent projectleider. Je wilt je collega duidelijk een taak geven voor deze week. Zeg wat de taak is en wanneer het klaar moet zijn. (Gebruik: de leider, het project, de taak)
Als leider van
Voorbeeld:
Als leider van het project vraag ik jou om de planning voor deze week te maken. Deze taak moet vrijdag klaar zijn.
3. Je ziet op je werk dat het computersysteem niet goed werkt. Je belt de ICT-afdeling en doet een melding. Leg kort uit wat er mis is en hoe dringend het is. (Gebruik: de melding, het systeem, dringend)
Ik wil een melding
Voorbeeld:
Ik wil een melding doen over het systeem. Het systeem is heel langzaam en soms valt het uit. Het is dringend, want we kunnen nu niet goed werken.
4. Je hebt samen met je team een belangrijk rapport afgemaakt. Je informeert je manager kort dat het werk voltooid is en wat de volgende stap is. (Gebruik: informeren, voltooien, voltooid)
Het rapport is
Voorbeeld:
Het rapport is voltooid. Ik informeerd mijn manager dat we klaar zijn en dat we het rapport morgen kunnen bespreken in een korte meeting.
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf vijf of zes zinnen over hoe taken in jouw werk of studie worden georganiseerd en aan wie jij iets moet melden als er een dringende taak is.
Nuttige uitdrukkingen:
In mijn werk is de leider verantwoordelijk voor… / Wij gebruiken een systeem om… te organiseren. / Ik moet mijn collega informeren als… / Als iets dringend is, dan…
Oefening 6: Gespreksoefening
Instructie:
- Stel je voor dat je de manager bent in deze situatie. Geef duidelijke instructies aan je team met behulp van de gegeven zinnen. Denk na over hoe je taken zou delegeren op basis van de afbeelding. (Stel je voor dat je de manager bent in deze situatie. Geef duidelijke instructies aan je team met behulp van de gegeven zinnen. Denk na over hoe je taken zou delegeren op basis van de afbeelding.)
- Stel je nu voor dat je een van de teamleden bent. Reageer op de instructies, door akkoord te gaan, om een toelichting te vragen of door een bezwaar te uiten. Gebruik de zinnen om je mening te uiten. (Stel je nu voor dat je een van de teamleden bent. Reageer op de instructies, door het ermee eens te zijn, om verduidelijking te vragen, of door een meningsverschil te uiten. Gebruik de zinnen om je mening te geven.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Ik heb je nodig om het project voor vrijdag af te ronden. |
|
Kun je alsjeblieft de vergadering voor volgende week organiseren? |
|
Zorg ervoor dat het rapport vóór het einde van de dag naar de klant wordt gestuurd. |
|
Bereid alstublieft het materiaal voor de presentatie van morgen voor. |
|
Ik ga akkoord met het plan, maar ik denk dat we meer middelen moeten toewijzen. |
|
Ik denk dat de deadlines te krap zijn; ik zou voorstellen ze te verlengen. |
|
Ik ben het ermee eens dat we de belangrijke taken eerst moeten prioriteren. |
|
Ik weet niet zeker of ik die taak kan oppakken, maar ik help wel met de andere opdrachten. |
| ... |