In deze les leer je Spaanse uitdrukkingen voor het geven van meningen en onderhandelen, met focus op indirecte rede in pretérito imperfecto, bijvoorbeeld: "él dijo que" en "creía que".
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
A2.41.2 Cultura
¿Existen jerarquías dentro de las empresas españolas?
Bestaan er hiërarchieën binnen Spaanse bedrijven?
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Verdadero
Waar
2
La negociación
De onderhandeling
3
Falso
Vals
4
Sin duda
Zonder twijfel
5
Negociar
Onderhandelen
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ana me dijo que _____ que la oferta era adecuada para todos.
(Ana vertelde me dat ze _____ dat het aanbod geschikt was voor iedereen.)2. Pedro preguntó si _____ a aceptar las condiciones propuestas.
(Pedro vroeg of we _____ de voorgestelde voorwaarden zouden accepteren.)3. La directora me dijo que el compromiso _____ fundamental para el equipo.
(De directeur vertelde me dat de inzet _____ fundamenteel was voor het team.)4. Juan dijo que _____ la contraoferta porque las condiciones eran negativas.
(Juan zei dat hij _____ het tegenbod omdat de voorwaarden negatief waren.)Oefening 4: Een werkvergadering over de onderhandeling
Instructie:
Werkwoordschema's
Ser - Zijn
Pretérito imperfecto
- yo era
- tú eras
- él/ella/Ud. era
- nosotros/as éramos
- vosotros/as erais
- ellos/ellas/Uds. eran
Creer - Geloven
Pretérito imperfecto
- yo creía
- tú creías
- él/ella/Ud. creía
- nosotros/as creíamos
- vosotros/as creíais
- ellos/ellas/Uds. creían
Responder - Antwoorden
Pretérito imperfecto
- yo respondía
- tú respondías
- él/ella/Ud. respondía
- nosotros/as respondíamos
- vosotros/as respondíais
- ellos/ellas/Uds. respondían
Ir - Gaan
Pretérito imperfecto
- yo iba
- tú ibas
- él/ella/Ud. iba
- nosotros/as íbamos
- vosotros/as ibais
- ellos/ellas/Uds. iban
Oefening 5: Estilo indirecto con pretéritos simples
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Indirecte stijl met onvoltooid verleden tijd
Toon vertaling Toon antwoordendijo que, iba a rechazar, tenía, preguntó, negociaban, era, es
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.41.3 Gramática
Estilo indirecto con pretéritos simples
Indirecte stijl met onvoltooid verleden tijd
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Ser zijn Delen Gekopieerd!
Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) era | ik was |
(tú) eras | jij was |
(él/ella) era | hij/zij was |
(nosotros/nosotras) éramos | wij waren |
(vosotros/vosotras) erais | jullie waren |
(ellos/ellas) eran | zij waren |
Creer geloven Delen Gekopieerd!
Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) creía | ik geloofde |
(tú) creías | jij geloofde |
(él/ella) creía | hij geloofde/zij geloofde |
(nosotros/nosotras) creíamos | wij geloofden |
(vosotros/vosotras) creíais | jullie geloofden |
(ellos/ellas) creían | zij geloofden |
Responder antwoorden Delen Gekopieerd!
Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) respondía | ik antwoordde |
(tú) respondías | jij antwoordde |
(él/ella) respondía | hij/zij antwoordde |
(nosotros/nosotras) respondíamos | wij antwoordden |
(vosotros/vosotras) respondíais | jullie antwoordden |
(ellos/ellas) respondían | zij antwoordden |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Opinies en Onderhandelingen in het Spaans
Deze les behandelt het geven van meningen en het voeren van onderhandelingen, een belangrijk onderdeel van zakelijk en dagelijks Spaans op A2-niveau. Het centrale grammaticale thema is het gebruik van de stijl van de indirecte rede (estilo indirecto) met verleden tijdsvormen, voornamelijk de pretérito imperfecto en pretérito indefinido, die essentieel zijn om wat anderen gezegd hebben correct door te geven.
Inhoud van de les
- Onderhandelen over een aanbieding: Leer hoe je een contractvoorstel bespreekt en kan reageren op meningen binnen een bedrijf.
- Structuren voor indirecte rede met verleden tijden: Vooral de pretérito imperfecto (zoals creía, era) en de pretérito indefinido (dijo, preguntó) worden gebruikt om statements en vragen van anderen correct door te geven in het verleden.
- Zaken-specifieke woordenschat: Termen als oferta (aanbieding), salario (salaris), contrato (contract), gerente (manager), recursos humanos (HR) en presupuesto (budget) komen veelvuldig voor.
- Dialoogvaardigheden: Door scenario's als het bespreken van contracten, voorstellen in vergaderingen en het debatteren over werkaanbiedingen oefenen studenten om hun mening te uiten en andermans standpunten te herformuleren.
Belangrijke aspecten en nuttige voorbeeldzinnen
De les benadrukt het gebruik van de indirecte rede in verleden tijd bij het rapporteren van meningen of uitspraken, bijvoorbeeld:
- "Me dijo que la oferta era un poco baja." (Hij/zij zei mij dat de aanbieding iets laag was.)
- "El jefe dijo que la decisión era urgente." (De baas zei dat de beslissing dringend was.)
- "Creo que debemos aceptar o buscar otra opción." (Ik denk dat we moeten accepteren of een andere optie zoeken.)
Grammaticale verschillen en vergelijking met het Nederlands
In tegenstelling tot het Spaans wordt in het Nederlands indirect taalgebruik minder frequent gevormd via specifieke tijdsveranderingen. De Nederlandse indirecte rede houdt vaak de originele tijd aan of gebruikt de verleden tijd zonder grote aanpassingen in de werkwoordstijd. Spaanse werkwoorden in de indirecte rede veranderen meestal van tegenwoordige naar verleden tijd (bijvoorbeeld creo wordt creía). In het Spaans is het ook gebruikelijk om que te gebruiken na het werkwoord van zeggen of denken, wat het begin van de bijzin markeert.
Enkele handige Spaanse uitdrukkingen die ook nuttig zijn om te oefenen:
- Me dijo que... – Hij/zij zei mij dat...
- Creo que... – Ik denk dat...
- Según él/ella... – Volgens hem/haar...
- Recordó que... – Hij/zij herinnerde eraan dat...