1. Language immersion

2. Vocabulary (13)

De bankrekening

De bankrekening Show

The bank account Show

De betaling

De betaling Show

The payment Show

De creditcard

De creditcard Show

The credit card Show

De cheque

De cheque Show

The cheque Show

Het biljet

Het biljet Show

The banknote Show

Het muntgeld

Het muntgeld Show

Coin(s) / change Show

De pinpas

De pinpas Show

The debit card Show

De geldautomaat

De geldautomaat Show

The ATM Show

Geld afhalen

Geld afhalen Show

To withdraw money Show

Contant betalen

Contant betalen Show

To pay in cash Show

Toevoegen

Toevoegen Show

To add Show

Een rekening openen

Een rekening openen Show

To open an account Show

Sparen

Sparen Show

To save (money) Show

4. Exercises

Exercise 1: Exam preparation

Instruction: Read the text, fill in the gaps with the missing words, and answer the questions below


Nieuwe rekening openen bij een Nederlandse bank

Words to use: sparen, betalingen, geld afhalen, geldautomaat, pinpas, contant, bankrekening, rekening openen

(Opening a new account at a Dutch bank)

Veel expats openen in Nederland een bij ING, Rabobank of ABN AMRO. Met een Nederlandse rekening kunt u uw salaris krijgen, huur betalen en makkelijk online winkelen. U kunt een in een kantoor, of via internetbankieren op uw laptop. Vaak heeft u een identiteitsbewijs en een adres in Nederland nodig.

Bij uw nieuwe rekening krijgt u meestal een . Daarmee kunt u in de winkel betalen en bij een . U kiest zelf of u betaalt of met pin. Steeds meer mensen ook online. Ze bekijken hun via internetbankieren of mobiel bankieren in de app. Zo hebben ze altijd snel overzicht over hun geld.
Many expats open a bank account in the Netherlands at ING, Rabobank or ABN AMRO. With a Dutch account you can receive your salary, pay rent and easily shop online. You can open an account at a branch or via online banking on your laptop. Often you need an identity document and an address in the Netherlands.

When you open a new account you usually receive a debit card . With it you can pay in shops and withdraw cash at a cash machine . You can choose whether to pay cash or with your card. More and more people also save online. They check their transactions through online or mobile banking in the app. That way they always have a clear overview of their money.

  1. Waarom is het handig om in Nederland een bankrekening te hebben?

    (Why is it useful to have a bank account in the Netherlands?)

  2. Hoe kunt u een nieuwe rekening openen volgens de tekst?

    (How can you open a new account according to the text?)

  3. Wat kunt u allemaal doen met een pinpas?

    (What can you do with a debit card?)

  4. Geeft u de voorkeur aan contant betalen of pinnen, en waarom?

    (Do you prefer to pay in cash or with a card, and why?)

Exercise 2: Multiple Choice

Instruction: Choose the correct solution

1. ___ gisteren al een bankrekening, dan had ik meteen mijn loon kunnen laten storten.

(___ a bank account yesterday, I could have had my salary deposited right away.)

2. ___ meer contant geld ___, dan hoefde ik nu niet naar de geldautomaat te lopen.

(___ more cash ___, I wouldn't have to walk to the ATM now.)

3. ___ beter gespaard, dan had ik nu genoeg geld voor een nieuwe laptop.

(___ saved more, I'd have enough money for a new laptop now.)

4. ___ eerder informatie ___ bij de bank, dan had ik de kosten van de creditcard beter geweten.

(___ gotten information ___ from the bank earlier, I would have known more about the credit card fees.)

Exercise 3: Dialogue Cards

Instruction: Select a situation and practice the conversation with your teacher or fellow students.

Exercise 4: Respond to the situation

Instruction: Practice in pairs or with your teacher.

1. Je gaat naar een bankkantoor om een nieuwe bankrekening te openen. De medewerker vraagt waarom je een rekening wilt. Leg kort uit waarvoor je de rekening gebruikt. (Gebruik: de bankrekening, salaris, huur betalen)

(You go to a bank branch to open a new bank account. The staff member asks why you want an account. Briefly explain what you will use the account for. (Use: de bankrekening, salaris, huur betalen))

Ik gebruik de bankrekening  

(Ik gebruik de bankrekening ...)

Example:

Ik gebruik de bankrekening voor mijn salaris, en om elke maand de huur te betalen.

(Ik gebruik de bankrekening voor mijn salaris en om iedere maand de huur te betalen.)

2. Je bent in een kleine winkel waar je alleen contant kunt betalen. Je hebt bijna geen muntgeld meer. Zeg hoe je wilt betalen en dat je weinig kleingeld hebt. (Gebruik: contant betalen, het biljet, het muntgeld)

(You are in a small shop where you can only pay in cash. You have almost no coins left. Say how you want to pay and that you have little change. (Use: contant betalen, het biljet, het muntgeld))

Ik wil graag  

(Ik wil graag ...)

Example:

Ik wil graag contant betalen met een biljet, want ik heb bijna geen muntgeld meer.

(Ik wil graag contant betalen met een biljet, want ik heb bijna geen muntgeld meer.)

3. Je collega bestelt iets online voor het werk en vraagt hoe jij meestal betaalt op internet. Leg uit welke kaart je normaal gebruikt. (Gebruik: de creditcard, de pinpas, online bestellen)

(Your colleague orders something online for work and asks how you usually pay on the internet. Explain which card you normally use. (Use: de creditcard, de pinpas, online bestellen))

Meestal betaal ik  

(Meestal betaal ik ...)

Example:

Meestal betaal ik met mijn pinpas als ik online bestel, en soms met mijn creditcard.

(Meestal betaal ik met mijn pinpas als ik online bestel, en soms met mijn creditcard.)

4. Je staat bij de geldautomaat en je vriend vraagt waarom je nu geld wilt afhalen. Leg kort uit waarvoor je spaargeld of contant geld nodig hebt. (Gebruik: de geldautomaat, geld afhalen, sparen)

(You are at the cash machine and your friend asks why you want to withdraw money now. Briefly explain what you need the savings or cash for. (Use: de geldautomaat, geld afhalen, sparen))

Ik haal nu geld  

(Ik haal nu geld ...)

Example:

Ik haal nu geld bij de geldautomaat, want ik spaar contant geld voor mijn vakantie.

(Ik haal nu geld bij de geldautomaat omdat ik contant geld spaar voor mijn vakantie.)

Exercise 5: Writing exercise

Instruction: Write 5 or 6 sentences about how you currently pay in the Netherlands and what you would like to be able to do with online or mobile banking.

Useful expressions:

Ik betaal meestal met … / Ik zou graag … / Met mijn bankrekening kan ik … / In mijn land is het normaal om …

Oefening 6: Conversation exercise

Instructie:

  1. Creëer een gesprek tussen de bankmedewerker en de klant op basis van de afbeeldingen. (Create a conversation between the bank employer and the client based on the images.)
  2. Wat heb je de laatste tijd gedaan: een bankrekening openen, een online aankoop doen, een bankoverschrijving uitvoeren. (What have you done recently: opening a bank account, making an online purchase, doing a bank transfer.)

Teaching guidelines +/- 10 minutes

Example phrases:

Ik wil geld opnemen bij de geldautomaat.

I want to withdraw money from the ATM.

Ik had vorige week geld overgemaakt om mijn rekeningen te betalen.

I had transferred money last week to pay my bills.

Ik heb twee dagen geleden een lening van de bank ontvangen.

I’ve received a loan from the bank two days ago.

Ze had geld gestort toen ik bij de bank aankwam.

She had deposited money when I arrived at the bank.

Ik ben mijn pincode vergeten; kan ik die bij de geldautomaat resetten?

I forgot my PIN; can I reset it at the ATM?

Wat zijn de kosten van de bank voor internationale overboekingen?

What are the bank's fees for international transfers?

Ik zou graag een creditcard willen om online te winkelen.

I would like a credit card to do online shopping.

Ik moet een bankrekening openen.

I need to open a bank account.

...