1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (13)

Bang

Bang Show

Bang Show

Boos

Boos Show

Boos Show

Blij

Blij Show

Blij Show

Gelukkig

Gelukkig Show

Gelukkig Show

Goed

Goed Show

Goed Show

Rustig

Rustig Show

Rustig Show

Saai

Saai Show

Saai Show

Slecht

Slecht Show

Slecht Show

Verdrietig

Verdrietig Show

Verdrietig Show

Zenuwachtig

Zenuwachtig Show

Zenuwachtig Show

Glimlachen

Glimlachen Show

Glimlachen Show

Lachen

Lachen Show

Lachen Show

Zich voelen

Zich voelen Show

Zich voelen Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Medewerkerstevredenheid bij kantoor BrightMind

Woorden om te gebruiken: slecht, goed, rustig, voelen, bang, boos, blij, zenuwachtig, gelukkig, verdrietig

(Medewerkerstevredenheid bij kantoor BrightMind)

Bij kantoor BrightMind is er elke maand een korte online vragenlijst. De directie wil weten hoe de medewerkers zich op het werk. In de vragenlijst staat: “Voel je je vaak of op kantoor? Ben je soms om deadlines? Ben je voor vergaderingen? Voel je je na de lunchpauze?” De medewerkers kunnen ook extra opmerkingen schrijven.

Na de laatste vragenlijst schrijft de directie een korte e-mail. Daarin staat: “Veel collega’s voelen zich , maar een paar mensen voelen zich en zijn voor fouten. We willen dat iedereen zich veilig voelt. Praat met je teamleider als je niet bent. Samen zoeken we een oplossing. Je werk is belangrijk, maar jij bent belangrijker.”

  1. Hoe voelen veel collega’s zich volgens de e-mail, en hoe voelt een klein deel van de collega’s zich?

  2. Wanneer ben jij op je werk blij of rustig, en wanneer misschien boos of zenuwachtig?

  3. Met wie kun je praten als jij je niet goed voelt op je werk, en waarom is dat belangrijk?

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik voel me vandaag door al die stress op werk.
Voor de presentatie ben ik erg zenuwachtig over de vragen.
Mijn collega lacht om een grappige mail van de baas.
Na het gesprek met mijn coach voel ik me weer rustig.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ om de grap van mijn collega, want ik ben blij.


2. Op mijn eerste werkdag ___ ik me zenuwachtig door de nieuwe mensen.


3. Mijn manager ___ zich rustig door de goede voorbereiding van de vergadering.


4. In de pauze ___ we met elkaar om een grappige video.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je hebt een belangrijke presentatie op je werk. Een collega vraagt: “Hoe gaat het met je? Ben je klaar?” Antwoord eerlijk en zeg dat je een beetje bang bent. (Gebruik: bang, een beetje, presentatie)

Ik ben  

Voorbeeld:

Ik ben een beetje bang voor de presentatie.

2. Je zit op een terras met vrienden na het werk. Het is mooi weer en je hebt net goed nieuws gekregen. Een vriend vraagt: “Hoe voel je je?” Vertel dat je blij bent. (Gebruik: blij, vandaag, goed nieuws)

Ik voel me  

Voorbeeld:

Ik voel me heel blij vandaag, ik heb goed nieuws.

3. Je collega kijkt stil en praat weinig in de pauze. Een andere collega vraagt jou: “Hoe is het met haar?” Zeg dat je denkt dat zij verdrietig is. (Gebruik: verdrietig, ik denk, pauze)

Ik denk dat  

Voorbeeld:

Ik denk dat zij verdrietig is in de pauze.

4. Je komt thuis na een drukke werkdag. Je partner vraagt: “Hoe voel je je nu?” Leg uit dat je je rustig voelt. (Gebruik: rustig, thuis, nu)

Nu voel ik me  

Voorbeeld:

Nu voel ik me rustig thuis.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over hoe jij je meestal voelt op je werk of op school en wat jou blij, boos, bang of rustig maakt.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik voel me (vaak / soms / vandaag) ... / Op mijn werk ben ik blij als ... / Ik ben zenuwachtig voor ... / Ik word boos om ...

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Wat is de emotie in elke afbeelding? (Wat is de emotie in elke afbeelding?)
  2. Beschrijf drie emoties die je deze week hebt gevoeld en waarom. (Beschrijf drie emoties die je deze week hebt gevoeld en waarom.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

De jongen op de eerste foto is blij.

Het meisje voelt zich moe.

Zij is erg boos.

Hoe voel je je?

Ik ben rustig en gelukkig.

Ik ben een beetje moe.

...