Leer kleuren benoemen en uitdrukken wat je leuk vindt of juist niet, met kernwoorden als blauw, oranje, groen, zwart en rood, en werkwoorden als houden van, vinden en haten.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (14) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Verdeel de woorden in de categorieën 'Kleuren die je vaak in kleding ziet' en 'Kleuren die je vaak in de natuur ziet'.
Kleuren die je vaak in kleding ziet
Kleuren die je vaak in de natuur ziet
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Roze
Roze
2
Zwart
Zwart
3
Grijs
Grijs
4
De kleur
De kleur
5
Geel
Geel
Oefening 5: Gespreksoefening
Instructie:
- Beschrijf de kleuren van de kleding. (Beschrijf de kleuren van de kleding.)
- Beschrijf de haarkleur van elke persoon. (Beschrijf de haarkleur van elke persoon.)
- Beschrijf je eigen uiterlijk. (Beschrijf je eigen uiterlijk.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ... van de blauwe jas die aan de kapstok hangt.
2. Jij ... de groene stoel heel comfortabel.
3. Wij ... de zwarte vlek op de muur.
4. Hij ... de oranje bal leuk om mee te spelen.
Oefening 8: Kleuren in het Huis
Instructie:
Werkwoordschema's
Vinden - Vinden
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- Ik vind
- Jij vindt
- Hij/Zij/Het vindt
- Wij vinden
- Jullie vinden
- Zij vinden
Houden van - Houden van
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- Ik houd van
- Jij houdt van
- Hij/Zij/Het houdt van
- Wij houden van
- Jullie houden van
- Zij houden van
Haten - Haten
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- Ik haat
- Jij haat
- Hij/Zij/Het haat
- Wij haten
- Jullie haten
- Zij haten
Zien - Zien
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- Ik zie
- Jij ziet
- Hij/Zij/Het ziet
- Wij zien
- Jullie zien
- Zij zien
Oefening 9: Het uitdrukken van voorkeuren en afkeuren
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Het uitdrukken van voorkeuren en afkeuren
Toon vertaling Toon antwoordenhoud, haten, zijn, houdt, vindt
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.24.2 Grammatica
Het uitdrukken van voorkeuren en afkeuren
Het uitdrukken van voorkeuren en afkeuren
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Vinden vinden Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) vind | (ik) vind |
(jij) vindt/vind | (jij) vindt/vind |
(hij/zij/het) vindt | (hij/zij/het) vindt |
(wij) vinden | (wij) vinden |
(jullie) vinden | (jullie) vinden |
(zij) vinden | (zij) vinden |
Haten haten Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) haat | (ik) haat |
(jij) haat/haat | (jij) haat/haat |
(hij/zij/het) haat | (hij/zij/het) haat |
(wij) haten | (wij) haten |
(jullie) haten | (jullie) haten |
(zij) haten | (zij) haten |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Kleuren en voorkeuren uitdrukken
Deze les richt zich op het leren benoemen van kleuren en het uitdrukken van persoonlijke voorkeuren en afkeuren in het Nederlands. Het niveau is A1, wat betekent dat het geschikt is voor beginners die zich willen voorstellen en eenvoudige gesprekken over dagelijkse onderwerpen willen voeren.
Belangrijkste woorden en uitdrukkingen
- Kleuren: rood, blauw, zwart, wit, groen, geel, oranje, paars
- Voorkeuren uitdrukken: ik houd van, ik ben dol op, ik vind leuk, ik vind niet leuk, ik haat
- Redenen geven: omdat, want (bijvoorbeeld: Ik houd van blauwe auto’s omdat ze mooi zijn.)
Discussie over kleuren
Je leert hoe je kunt zeggen welke kleuren je mooi vindt en welke niet. Bijvoorbeeld:
- Ik houd van blauwe auto’s omdat ze mooi zijn.
- Ik houd niet van zwarte kleding, dat vind ik somber.
Dit helpt je om je mening te geven in gesprekken, zoals tijdens het winkelen of bij het beschrijven van voorwerpen.
Werkwoorden in de tegenwoordige tijd
Er wordt aandacht besteed aan werkwoorden die vaak samen met voorkeuren worden gebruikt:
- Vinden: ik vind, jij vindt, hij vindt...
- Houden van: ik houd van, jij houdt van, hij houdt van...
- Haten: ik haat, wij haten...
- Zien: ik zie, jij ziet...
Deze werkwoorden zijn essentieel om gevoelens en meningen duidelijk te maken.
Praktische dialogen
De les bevat voorbeeldgesprekken waarin je kunt oefenen hoe je over kleuren praat, bijvoorbeeld:
- Kledingwinkel: Welke kleur trui vind jij leuk?
- Kleur van fruit: Welke kleur heeft deze appel?
- Haar en favorieten kleuren bespreken
Woordenschat indelen
Om de woorden beter te onthouden, kun je ze categoriseren naar waar je ze vaak ziet:
- Kleuren die je vaak in kleding ziet: rood, blauw, zwart, wit, de kleur
- Kleuren die je vaak in de natuur ziet: groen, geel, oranje, paars
Mini-verhaal om te oefenen
Een kort verhaaltje helpt je de werkwoorden in context te zien:
"In ons nieuwe huis vind ik de woonkamer erg gezellig. Mijn vrouw houdt van blauwe muren, maar ik haat de gele gordijnen. Onze kinderen vinden de groene stoelen leuk, terwijl ik liever grijze meubels zie. Mijn partner houdt van rood, dus we hebben een rode lamp gekocht."
Verschillen en nuttige tips
In het Nederlands is het gebruikelijk om de voorkeur uit te drukken met 'houden van', maar soms werkt 'vinden' ook om een mening te geven over iets. Let op de vervoeging van werkwoorden bij het onderwerp: bijvoorbeeld 'ik vind' maar 'jij vindt'. Het is belangrijk om deze kleine verschillen goed te leren om natuurlijk te spreken.
Nuttige uitdrukkingen:
- Ik houd van... (I like/love...)
- Ik vind ... leuk/niet leuk. (I like/don't like...)
- Ik haat... (I hate...)