A1.25.2 - Voorzetsels Om, door, aan, naar, met,...
Voorzetsels Om, door, aan, naar, met,...
Voorzetsels zoals 'om', 'door', en 'met' geven een reden, oorzaak, doel of middel aan.
| Type | Voorzetsel | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Reden | om | Hij lachte om die goede grap. |
| Oorzaak | door | Door de regen wordt het meisje helemaal nat. |
| Doel | aan | Ik geef eten aan de honden. |
| Doel | naar | Ik ga met vakantie naar Italië. |
| Doel | om | Een pen gebruik je om te schrijven. |
| Middel | met | Het meisje gaat met de bus naar school. |
| Middel | op | Hij gaat op de fiets naar muziekles. |
Uitzonderingen!
- 'Om' wordt gebruikt voor zowel reden als doel.
Oefening 1: Voorzetsels Om, door, aan, naar, met,...
Instructie: Vul het juiste woord in.
aan, Door, om, door, naar
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ik lach ___ de grap van mijn collega, want hij is zo blij vandaag.
2. Ik ben zenuwachtig ___ het belangrijke sollicitatiegesprek vanmiddag.
3. Ik ga ___ de coach ___ over mijn stress op het werk te praten.
4. Ik bel je ___ mijn mobiele telefoon ___ te vragen hoe je je voelt na de vergadering.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen. Voeg een reden, oorzaak, doel of middel toe met het juiste voorzetsel: om, door, aan, naar of met. Kijk naar het woord in de haakjes.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage