A1.29.2 - Verkleinwoorden
Verkleinwoorden
Verkleinwoorden worden gevormd door een achtervoegsel toe te voegen aan een zelfstandig naamwoord, zoals jasje, deurtje, armpje.
- Verkleinwoorden eindigen op -je, -tje, -etje, -kje, -pje.
- De spelling verandert soms: woning → woninkje.
- Bepaald lidwoord: Verkleinwoorden krijgen altijd 'het' als lidwoord.
| Zelfstandig naamwoord | Verkleinwoord |
|---|---|
| de jas (de jas) | het jasje (het jasje) |
| de deur (de deur) | het deurtje (het deurtje) |
| de weg (de weg) | het weggetje (het weggetje) |
| de woning (de woning) | het woninkje (het woninkje) |
| de arm (de arm) | het armpje (het armpje) |
| de boom (de boom) | het boompje (het boompje) |
Oefening 1: Verkleinwoorden
Instructie: Vul het juiste woord in.
deurtje, boompje, knoopje, weggetje, zus, cadeautje, jasje, woninkje
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ik doe snel mijn ___ uit, ik ben helemaal bezweet na de fietstocht naar kantoor.
2. De dokter kijkt naar mijn ___, want ik ben daar geblesseerd.
3. Ik ga even op het ___ bij de boom zitten om te rusten en te mediteren.
4. Hij woont in een klein ___ naast een druk weggetje; hij is vaak moe van het lawaai.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen: maak van het zelfstandig naamwoord een verkleinwoord en gebruik het juiste lidwoord 'het'.
-
De jas is nat.
-
Ik doe de deur dicht.
-
Wij lopen op de weg.
-
Zij zoekt een woning in Utrecht.
-
Hij voelt pijn in zijn arm.
-
Voor het huis staat een boom.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage