A2.25 - Alimentación y hábitos saludables
Gezonde voeding en gewoonten
1. Inmersión lingüística
A2.25.1 Actividad
¡Comer sano es el mejor médico!
3. Gramática
A2.25.2 Gramática
Pronombres relativos (die, dat, wat, wie)
verbo clave
Sporten (hacer deporte)
verbo clave
Wegen (pesar)
4. Ejercicios
Ejercicio 1: Preparación del examen
Instrucción: Lee el texto, rellena los huecos con las palabras que faltan y responde a las preguntas que aparecen a continuación
Nieuwsbrief van de bedrijfs-kantine: Gezonde week
Words to use: tussendoortje, dieet, gezond, sport, vol, evenwichtig, frisdrank, hydrateren
(Boletín de la cafetería de la empresa: Semana saludable)
Volgende week organiseert de kantine van ons kantoor een gezonde week. Elke dag staat er een ander menu op het bord dat je helpt om te eten. Op maandag is er vegetarische pasta met veel groenten. Dinsdag kun je kiezen voor zalm met salade. Woensdag serveren we een linzensoep die lang een gevoel geeft.
We willen dat collega’s minder drinken. Daarom is water met citroen gratis. Zo kun je je goed tijdens je werkdag. Als verkopen we vanaf nu alleen fruit en een handje noten. Het dat wij aanbieden is niet streng, maar wel : je eet nog steeds lekker, maar ook verstandig. Wie een beoefent, krijgt op vrijdag 10% korting op de lunch.La próxima semana la cafetería de nuestra oficina organiza una semana saludable. Cada día habrá un menú diferente en el tablero que te ayuda a comer de forma saludable . El lunes habrá pasta vegetariana con muchas verduras. El martes puedes elegir salmón con ensalada. El miércoles serviremos una sopa de lentejas que aporta una sensación de saciedad durante mucho tiempo.
Queremos que los compañeros beban menos refrescos . Por eso el agua con limón es gratis. Así puedes hidratarte bien durante la jornada laboral. Como tentempié , a partir de ahora solo vendemos fruta y un puñado de frutos secos. La dieta que ofrecemos no es estricta, pero sí equilibrada : sigues comiendo rico, pero también de forma responsable. Quien practique deporte recibe el viernes un 10% de descuento en el almuerzo.
-
Wat kun je op maandag en dinsdag in de kantine eten?
(¿Qué puedes comer en la cafetería el lunes y el martes?)
-
Waarom geeft de kantine gratis water met citroen?
(¿Por qué la cafetería ofrece agua con limón gratis?)
-
Wat is er veranderd aan de tussendoortjes in de kantine?
(¿Qué ha cambiado en los tentempiés de la cafetería?)
-
Vind jij het makkelijk of moeilijk om op je werk gezond te eten? Leg uit.
(¿Te resulta fácil o difícil comer sano en el trabajo? Explica por qué.)
Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige la solución correcta
1. Vroeger ___ ik drie keer per week met een collega die ook wilde afvallen.
(Antes ___ yo tres veces por semana con un compañero que también quería perder peso.)2. We hadden een schema dat we elke maandag, woensdag en vrijdag samen ___ .
(Teníamos un horario: los lunes, miércoles y viernes ___ juntos.)3. Op zondag ___ ik mezelf altijd op de weegschaal die in de badkamer stond.
(Los domingos ___ siempre en la báscula que estaba en el cuarto de baño.)4. Na een maand merkte ik dat de kilo’s die ik teveel ___ langzaam verdwenen.
(Después de un mes noté que los kilos que ___ de más desaparecían lentamente.)Ejercicio 3: Tarjetas de diálogo
Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.
Lunch plannen met collega
Collega Fatima: Mostrar Zullen we deze week een beetje gezonder eten tijdens de lunch?
(¿Comemos un poco más sano esta semana en el almuerzo?)
Jij: Mostrar Ja, goed idee, ik wil graag afvallen en minder frisdrank drinken.
(Sí, buena idea. Quiero perder peso y beber menos refrescos.)
Collega Fatima: Mostrar Ik neem morgen een salade mee met gezonde ingrediënten, wil jij ook zoiets?
(Mañana llevaré una ensalada con ingredientes saludables, ¿tú también quieres algo así?)
Jij: Mostrar Ja graag, dan koop ik nog fruit als tussendoortje en een fles water om goed te hydrateren.
(Sí, por favor. Entonces compraré fruta como tentempié y una botella de agua para mantenerme bien hidratado.)
Preguntas abiertas:
1. Wat eet jij meestal als gezond tussendoortje op je werk?
¿Qué sueles comer como tentempié saludable en el trabajo?
2. Hoe probeer jij je dieet evenwichtig te maken in een drukke week?
¿Cómo intentas mantener una dieta equilibrada durante una semana ocupada?
Weekmenu maken met partner
Partner Iris: Mostrar Zullen we een evenwichtig weekmenu maken, met meer gezond eten?
(¿Hacemos un menú semanal equilibrado, con más comida saludable?)
Jij: Mostrar Goed idee, ik wil minder snacks als tussendoortje en vaker vegetarisch eten.
(Buena idea. Quiero reducir las meriendas y comer más vegetariano.)
Partner Iris: Mostrar Oké, dan plannen we drie vegetarische dagen en we wegen ons zondag om te kijken of het helpt.
(Está bien, entonces planificamos tres días vegetarianos y nos pesamos el domingo para ver si ayuda.)
Jij: Mostrar Prima, en ik ga weer twee keer per week een sport beoefenen naast dit nieuwe dieet.
(Perfecto. Además de esta nueva dieta, volveré a hacer deporte dos veces por semana.)
Preguntas abiertas:
1. Eet jij vaak vegetarisch, of meestal met vlees? Waarom?
¿Comes a menudo vegetariano o normalmente con carne? ¿Por qué?
2. Welke sport beoefen jij om gezond te blijven, en hoe vaak?
¿Qué deporte practicas para mantenerte sano y con qué frecuencia?
Ejercicio 4: Responde a la situación
Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.
1. Je bent bij de huisarts. Je bloeddruk is een beetje hoog en de huisarts vraagt naar jouw eetgewoontes. Leg kort uit wat voor dieet je nu volgt. (Gebruik: het dieet, gezond eten, vaak / soms)
(Estás en el médico de cabecera. Tu presión arterial está un poco alta y el médico pregunta por tus hábitos alimentarios. Explica brevemente qué tipo de dieta sigues ahora. (Usa: het dieet, gezond eten, vaak / soms))Met mijn dieet probeer ik
(Con mi dieta intento ...)Ejemplo:
Met mijn dieet probeer ik gezond te eten: ik eet veel groente en fruit en ik drink weinig frisdrank.
(Con mi dieta intento comer de forma saludable: como muchas verduras y frutas y bebo poco refresco.)2. Je zit met collega’s in de lunchruimte. Eén collega haalt elke dag een frietje. Jij wilt iets zeggen over gezond eten op het werk en wat een typisch gezonde lunch voor jou is. (Gebruik: gezond eten, typisch, brood / salade)
(Estás con colegas en la sala de descanso. Un compañero compra patatas fritas todos los días. Quieres decir algo sobre comer sano en el trabajo y qué almuerzo típico y saludable sueles tomar. (Usa: gezond eten, typisch, brood / salade))Voor mij is gezond eten
(Para mí, comer sano es ...)Ejemplo:
Voor mij is gezond eten een typische Nederlandse lunch met volkoren brood, kaas, komkommer en een stuk fruit erbij.
(Para mí, comer sano es un almuerzo típico neerlandés con pan integral, queso, pepino y una pieza de fruta.)3. Je wilt graag een paar kilo afvallen en belt een diëtist voor advies. Leg kort uit wat je nu al doet: hoeveel je beweegt en welke sport je beoefent. (Gebruik: afvallen, een sport beoefenen, drie keer per week)
(Quieres perder unos kilos y llamas a una dietista para pedir consejo. Explica brevemente lo que ya haces: cuánto te mueves y qué deporte practicas. (Usa: afvallen, een sport beoefenen, drie keer per week))Om af te vallen probeer ik
(Para perder peso intento ...)Ejemplo:
Om af te vallen probeer ik drie keer per week een sport te beoefenen. Ik ga dan hardlopen in het park en ik eet ’s avonds minder pasta.
(Para perder peso intento practicar algún deporte tres veces por semana. Salgo a correr al parque y por la noche como menos pasta.)4. Je bent op bezoek bij vrienden. Iemand biedt jou een glas frisdrank en een zoet tussendoortje aan, maar jij wilt liever iets evenwichtigs. Reageer beleefd en zeg wat je liever drinkt en eet. (Gebruik: de frisdrank, het tussendoortje, evenwichtig)
(Estás de visita con amigos. Alguien te ofrece un vaso de refresco y un tentempié dulce, pero prefieres algo más equilibrado. Responde con cortesía y di qué prefieres beber y comer. (Usa: de frisdrank, het tussendoortje, evenwichtig))Liefer dan frisdrank neem ik
(En lugar de refresco tomo ...)Ejemplo:
Liever dan frisdrank neem ik een glas water of thee, want ik vind dat evenwichtiger. Als tussendoortje eet ik graag een appel of wat noten.
(En lugar de refresco tomo un vaso de agua o té, porque me parece más equilibrado. De tentempié como una manzana o algunos frutos secos.)Ejercicio 5: Ejercicio de escritura
Instrucción: Escribe 5 o 6 frases sobre cómo quieres comer más sano en tu trabajo o en tus estudios y qué piensas comer y beber aproximadamente cada día.
Expresiones útiles:
Op mijn werk wil ik graag ... / Meestal eet ik ... maar ik wil liever ... / Het is moeilijk om gezond te eten, omdat ... / Mijn ideale gezonde dagmenu is ...
Oefening 6: Ejercicio de conversación
Instructie:
- Wat eet je elke dag voor ontbijt, lunch en diner? Eet je sommige van de voedingsmiddelen op de foto's? (¿Qué comes todos los días para el desayuno, la comida y la cena? ¿Comes algunos de los alimentos de las imágenes?)
- Kijk je meestal naar de ingrediëntenlijst wanneer je voedsel in de supermarkt koopt? (¿Sueles fijarte en la lista de ingredientes cuando compras comida en el supermercado?)
- Zou je je eetgewoonten als gezond of juist ongezond beschrijven? (¿Describirías tus hábitos alimenticios como saludables o más bien poco saludables?)
Pautas docentes +/- 10 minutos
Instrucciones didácticas
- Lee las frases de ejemplo en voz alta.
- Responde a las preguntas sobre la imagen.
- Los estudiantes también pueden preparar este ejercicio como un texto escrito para la próxima clase.
Frases de ejemplo:
|
Ik heb nog nooit eerder dieet gevolgd. Hoewel ik vegetariër ben, dus ik eet geen vlees. Nunca he hecho dieta antes. Aunque soy vegetariano, así que no como carne. |
|
Ik heb in het verleden enkele diëten geprobeerd, maar ik vond het niet leuk. Ik probeer nu actiever te zijn. He intentado algunas dietas en el pasado, pero no me gustaron. Ahora estoy intentando ser más activo. |
|
Ik kijk altijd naar de ingrediënten. Ik controleer de suiker en het zout in het eten. Siempre miro los ingredientes. Compruebo el azúcar y la sal en la comida. |
|
Ik eet meestal erg gezond, maar soms neem ik wat chocolade. Normalmente como muy sano, pero a veces tomo un poco de chocolate. |
|
Ik heb een goede balans tussen ongezond en gezond eten. Tengo un buen equilibrio entre comer comida poco saludable y comida saludable. |
|
Ik eet behoorlijk ongezond. Ik ga binnenkort op dieet. Estoy comiendo bastante mal. Pronto haré dieta. |
| ... |