Italiaans A2 module 1: Viaggiare: nella natura! (Reizen: op avontuur!)

Dit is leermodule 1 van 6 van ons Italiaanse A2-curriculum. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Omgaan met veelvoorkomende situaties tijdens het reizen.
  • Het uitdrukken van oorzaak en doel.

Grammatica

A2.1.2: Esprimere causa e proposito (Oorzaak en doel uitdrukken)

Type: Bijwoorden
Hoofdstuk: Piani per le vacanze (Vakantieplannen)
Niveau: A2

A2.2.1: Il verbo metterci (Het werkwoord metterci)

Type: Tussenwerpsel
Hoofdstuk: Preparare i bagagli (Je bagage pakken)
Niveau: A2

A2.3.1: I comparativi: maggiore, minore, migliore, peggiore (De vergelijkingen: maggiore, minore, migliore, peggiore)

Type: Bijvoeglijke naamwoorden
Hoofdstuk: Prenota il tuo alloggio (Boek uw accommodatie)
Niveau: A2

A2.4.1: Gli aggettivi bello e buono: come cambiano? (De bijvoeglijke naamwoorden bello en buono: hoe veranderen ze?)

Type: Bijvoeglijke naamwoorden
Hoofdstuk: All'aeroporto e sull'aereo. (Op het vliegveld en in het vliegtuig.)
Niveau: A2

A2.5.1: Gli avverbi di quantità (De bijwoorden van hoeveelheid)

Type: Bijwoorden
Hoofdstuk: Noleggia il tuo mezzo di trasporto (Transport huren)
Niveau: A2

A2.6.1: I pronomi oggetto diretto (de directe voornaamwoorden)

Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: In hotel (Op hotel)
Niveau: A2

A2.6.2: I pronomi oggetto indiretto (de indirecte voornaamwoorden)

Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: In hotel (Op hotel)
Niveau: A2

A2.7.1: L'uso di ne (Het gebruik van ne)

Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: Come turista in città (Als toerist in de stad)
Niveau: A2

A2.8.1: I pronomi indefiniti: 'qualcuno', 'qualcosa', 'nessuno' (De onbepaalde voornaamwoorden: 'qualcuno', 'qualcosa', 'nessuno')

Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: Vacanza disastrosa? (Vakantieramp?)
Niveau: A2