Gli avverbi di quantità indicano la misura di un'azione, aggettivi o altri avverbi.

(Bijwoorden van hoeveelheid geven de mate aan van een handeling, bijvoeglijke naamwoorden of andere bijwoorden.)

1. Wat betekenen deze bijwoorden van hoeveelheid?

In deze les zie je vijf veelgebruikte Italiaanse bijwoorden van hoeveelheid:

  • troppo – te veel / te …
  • abbastanza – genoeg, behoorlijk / redelijk …
  • un po' – een beetje
  • più o meno – min of meer, ongeveer
  • solo – alleen, slechts

Met deze woorden zeg je hoeveel iets is: hoeveelheid, mate, intensiteit.

2. Waar staan ze in de zin?

Deze woorden staan bijna altijd direct vóór wat ze sterker of zwakker maken:

  • voor een bijvoeglijk naamwoord: troppo caro, abbastanza chiaro
  • voor een bijwoord: guidi troppo veloce
  • voor een zelfstandig naamwoord (alleen sommige): un po' di benzina, solo due giorni
Italiaans Nederlands Commentaar
La benzina è troppo cara. De benzine is te duur. troppo + bijv. nw.
Il modulo è abbastanza lungo. Het formulier is redelijk lang. abbastanza + bijv. nw.
Ho solo due giorni. Ik heb maar twee dagen. solo + getal

3. Troppo – wanneer is iets “te …”?

  • troppo = een hoeveelheid is te groot, meer dan goed of handig is.
  • Meestal vóór een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord.
Correct Fout / vreemd Waarom?
Il costo è troppo alto. Il costo è troppo basso. troppo = te veel. “Te laag” drukt al te weinig uit, dat botst.
La benzina costa troppo. Ho troppo due giorni. troppo gebruik je niet direct vóór een getal.
  • Niet doen: troppo due giorni, troppo 100 euro
  • Wel doen: troppo caro, troppo tardi, pago troppo

4. Abbastanza – “genoeg / behoorlijk”

  • abbastanza geeft een voldoende of redelijke hoeveelheid aan.
  • Vaak neutraal of licht positief: niet perfect, maar oké.
Italiaans Nederlands Gebruik
Il modulo è abbastanza chiaro. Het formulier is redelijk duidelijk. voldoende duidelijk
La caparra è abbastanza alta. De borg is hoog genoeg. voldoende om schade te dekken

Let op wat je niet zegt:

  • Ho abbastanza due giorni.

Hier staat abbastanza vóór een getal. In het Italiaans klinkt dat onnatuurlijk.

Zeg liever:

  • Due giorni sono abbastanza. – Twee dagen zijn genoeg.
  • Ho abbastanza tempo. – Ik heb genoeg tijd.

5. Un po' en più o meno – kleine hoeveelheden en onzekerheid

un po' en più o meno drukken allebei “ongeveer / niet veel” uit, maar ze zijn niet hetzelfde.

  • un po' = een beetje (kleine hoeveelheid of lichte mate).
Italiaans Nederlands Commentaar
C'è un po' di traffico. Er is wat verkeer. kleine hoeveelheid
Il deposito costa un po' più del previsto. De borg kost iets meer dan verwacht. klein verschil

Let op de vorm:

  • un po' di + zelfstandig naamwoord: un po' di benzina
  • un po' + bijvoeglijk naamwoord: un po' caro

  • più o meno = ongeveer / min of meer, vaak bij cijfers of een globale inschatting.
Italiaans Nederlands Typisch gebruik
Il rimborso è di più o meno 100 euro. De terugbetaling is ongeveer 100 euro. ongeveer bedrag
Capisco più o meno la procedura. Ik begrijp de procedure min of meer. globale kennis

Samengevat:

  • un po' – kleine hoeveelheid of klein verschil.
  • più o meno – ongeveer / niet precies, bij cijfers of kennis.

6. Solo – “maar / slechts / alleen”

  • solo drukt een kleine hoeveelheid uit of beperkt iets.
  • In het Nederlands vaak: maar, slechts, alleen.
Italiaans Nederlands Betekenis
Ho solo la patente italiana. Ik heb alleen een Italiaans rijbewijs. geen andere rijbewijzen
Ho solo due giorni. Ik heb maar twee dagen. tijd is beperkt
Il deposito è solo 150 euro. De borg is slechts 150 euro. bedrag is klein / valt mee

Let op: solo zegt dat iets minder is dan je zou verwachten.

Combineer solo dus niet met woorden die al “veel” zeggen:

  • La caparra è solo alta.
  • Beter: La caparra è molto alta. of La caparra è abbastanza alta.

7. Typische fouten voor Nederlandstaligen

  • Te letterlijk vertalen van het Nederlands
Nederlands Fout Italiaans Correct Italiaans
Ik heb genoeg twee dagen. Ho abbastanza due giorni. Due giorni sono abbastanza.
De borg is maar hoog genoeg. La caparra è solo abbastanza alta. La caparra è abbastanza alta.
Het kost te twee dagen. Ci vogliono troppo due giorni. Ci vogliono due giorni, è troppo.
  • Troppo niet vóór een getal zetten.
  • Abbastanza niet gebruiken direct vóór een kaal getal.
  • Solo goed plaatsen: vóór het element dat je wilt beperken.

Voorbeeld met woordvolgorde:

  • Solo io ho la patente. – Alleen ik heb een rijbewijs.
  • Io ho solo la patente italiana. – Ik heb alleen een Italiaans rijbewijs.

8. Korte checklist: heb je het onder controle?

  1. Begrijp je het verschil?
    • Kun je in je hoofd de Nederlandse woorden koppelen aan: troppo, abbastanza, un po', più o meno, solo?
  2. Kun je de juiste combinatie maken?
    • Zeg je automatisch: troppo caro, abbastanza chiaro, un po' di benzina, più o meno 100 euro, solo due giorni?
  3. Vermijd je de valkuilen?
    • Gebruik je geen vormen als troppo due giorni, abbastanza 100 euro?
    • Zet je solo op de juiste plek in de zin?

Als je deze vragen met “ja” kunt beantwoorden, ben je klaar om deze bijwoorden actief te gebruiken in gesprekken, bijvoorbeeld bij het huren van een auto in Italië.

  1. "Troppo" is een bijwoord dat een grote hoeveelheid uitdrukt.
  2. De bijwoorden die een voldoende hoeveelheid uitdrukken zijn: "abbastanza, un po', più o meno".
  3. "Solo" is een bijwoord dat een kleine hoeveelheid uitdrukt.
Avverbio (Bijwoord)Esempio (Voorbeeld)
TroppoLa benzina costa troppo.
AbbastanzaIl modulo è abbastanza lungo.
Un po'C'è un po' di deposito da pagare.
Più o menoIl rimborso è di più o meno 100 euro.
SoloHo solo la patente italiana.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Per questo scooter il deposito è ___ 150 euro, non è troppo alto.

Voor deze scooter is de borg ___ 150 euro, dat is niet te hoog.)

2. La benzina per andare a Roma costa ___ per me questo weekend.

De benzine om naar Rome te rijden is ___ voor mij dit weekend.)

3. Il modulo dell’assicurazione è ___ chiaro, ma voglio fare ancora una domanda.

Het verzekeringsformulier is ___ duidelijk, maar ik wil nog een vraag stellen.)

4. La ruota è ___ rovinata, possiamo ripararla senza cambiare tutto il pneumatico.

Het wiel is ___ beschadigd; we kunnen het repareren zonder de hele band te vervangen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin waarin de hoeveelheid bijwoorden correct wordt gebruikt in contexten die te maken hebben met het huren van vervoermiddelen.

1.
"Te" geeft een overmaat aan en wordt daarom niet gecombineerd met bijvoeglijke naamwoorden die een te geringe hoeveelheid uitdrukken, zoals "laag".
"Slechts" duidt op een kleine hoeveelheid en past niet bij het omschrijven van een "hoge" hoeveelheid.
2.
"Te" geeft een overmaat aan, maar wordt gebruikt met bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden, niet met vaste getallen zoals in "te veel twee dagen".
"Genoeg" vraagt om een kwalitatieve toevoeging en wordt niet gebruikt met vaste getallen zonder vergelijking.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste bijwoord van hoeveelheid: te, genoeg, een beetje, min of meer, alleen. Verander de zin op een natuurlijke manier.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (troppo) L’affitto è caro per noi.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    L’affitto è troppo caro per noi.
    (L’affitto è troppo caro per noi.)
  2. Hint Hint (abbastanza) Il modulo è lungo, ma va bene per me.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il modulo è abbastanza lungo, ma va bene per me.
    (Il modulo è abbastanza lungo, ma va bene per me.)
  3. Hint Hint (un po') Devi pagare il deposito, ma non è molto.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Devi pagare un po' di deposito.
    (Devi pagare un po' di deposito.)
  4. Hint Hint (più o meno) Il rimborso è di 100 euro, ma non sono sicuro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il rimborso è di più o meno 100 euro.
    (Il rimborso è di più o meno 100 euro.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Werk samen in tweetallen en oefen het gesprek aan de balie van het autoverhuurbedrijf.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Devi noleggiare un'auto in Italia per lavoro e tempo libero.
(Je moet een auto huren in Italië voor werk en vrije tijd.)

Bespreek
  • Che tipo di auto preferisci e per quanti giorni la noleggi? (Welk type auto heeft je voorkeur en voor hoeveel dagen huur je hem?)
  • Quali extra vuoi: assicurazione, GPS, ruota di scorta, o autista? Perché?Il deposito è troppo alto o abbastanza ragionevole per te? Spiega. (Welke extra's wil je: verzekering, GPS, reservewiel of chauffeur? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Il deposito è troppo alto per me. (De borg is te hoog voor mij.)
  • Ho solo la patente italiana, va bene? (Ik heb alleen een Italiaans rijbewijs, is dat oké?)
  • Vorrei un'assicurazione abbastanza completa e un po' di benzina inclusa. (Ik wil graag een vrij uitgebreide verzekering en een beetje brandstof inbegrepen.)

Gebruik in gesprek
  • troppo (te veel)
  • abbastanza (redelijk)
  • un po' (een beetje)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 17:54