Il ne partitivo sostituisce quantità già menzionate o una frase detta in precedenza.
(Het partitivum
- Ne vervangt een zinsdeel dat ingeleid wordt door di.
- Ne staat vóór het vervoegde werkwoord.
| Domanda (Vraag) | Risposta con ne (Antwoord met ne) |
|---|---|
| Compri dei souvenir? (Koop je souvenirs?) | Ne compro tre. (Ervan koop ik drie.) |
| Hai delle cartoline? (Heb je ansichtkaarten?) | No, non ne ho. (Nee, ik heb er geen.) |
| Hai comprato i biglietti? (Heb je de tickets gekocht?) | Sì, ne ho comprati tre. (Ja, ik heb er drie gekocht.) |
| Hai visto dei monumenti? (Heb je monumenten gezien?) | Sì, ne ho visti tanti. (Ja, ik heb er veel gezien.) |
Uitzonderingen!
- In de passato prossimo komt het voornaamwoord ne overeen met het voltooid deelwoord: Vuoi un caffè? No, grazie, ne ho bevuti due oggi.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Se vuoi delle mappe del centro storico, te ___ posso dare due.
Als je kaarten van het historische centrum wilt, kan ik je er ___ twee geven.2. Cartoline non ___ ho, ma posso comprare un souvenir.
Ansichtkaarten heb ik er ___ niet, maar ik kan een souvenir kopen.3. Hai già visto i monumenti principali? Sì, ___ ho visti tre stamattina.
Heb je de belangrijkste monumenten al gezien? Ja, ik heb er ___ vanochtend drie gezien.4. Nella strada pedonale ci sono molte statue: ieri ___ abbiamo fotografate alcune.
In de autovrije straat staan veel standbeelden: gisteren hebben we er ___ enkele gefotografeerd.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de correcte zin met het partitief voornaamwoord ne.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen door de hoeveelheid (ingeleid door di: del, dei, delle, dei) te vervangen door het partitieve voornaamwoord «ne». Bij passato prossimo maak je het voltooid deelwoord congruent (bv.: Ho comprato due libri → Ne ho comprati due).
-
Hai delle informazioni per me? No, non ho informazioni.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHai delle informazioni per me? No, non ne ho.(Heb je informatie voor mij? Nee, ik heb er geen.)
-
Compriamo dei biglietti per il museo. Compriamo due biglietti.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldCompriamo dei biglietti per il museo? Ne compriamo due.(Kopen we kaartjes voor het museum? We kopen er twee.)
-
Hai comprato delle cartoline? Sì, ho comprato cinque cartoline.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHai comprato delle cartoline? Sì, ne ho comprate cinque.(Heb je ansichtkaarten gekocht? Ja, ik heb er vijf gekocht.)
-
Avete visto dei monumenti in centro? Sì, abbiamo visto tanti monumenti.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAvete visto dei monumenti in centro? Sì, ne abbiamo visti tanti.(Hebben jullie monumenten in het centrum gezien? Ja, we hebben er veel gezien.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Ga als koppel samen de route en wat te bezoeken of te kopen beslissen.
- Quali monumenti o musei volete vedere e quanti ne visiterete? (Welke monumenten of musea willen jullie zien en hoeveel gaan jullie er bezoeken?)
- Avete comprato souvenir o cartoline? Quanti ne prendereste per i colleghi? (Hebben jullie souvenirs of ansichtkaarten gekocht? Hoeveel zouden jullie er voor de collega’s nemen?)
- Nel centro storico ne vediamo due: una chiesa e un palazzo. (In het historische centrum zien we er twee: een kerk en een paleis.)
- Al museo nazionale ne ho visti molti, ma ho fatto poche foto. (In het nationaal museum heb ik er veel gezien, maar ik heb weinig foto’s gemaakt.)
- Souvenir: ne compro uno per collega, poi prendiamo un taxi. (Souvenirs: ik koop er één per collega, daarna nemen we een taxi.)
- Ne + quantità (Ne compro tre, Ne vedo due) (Ne + hoeveelheid (Ne compro tre, Ne vedo due))
- Negazione con ne (Non ne ho, Non ne voglio) (Ontkenning met ne (Non ne ho, Non ne voglio))
- Passato prossimo con accordo (Ne ho visti due, Ne ho comprati tre) (Passato prossimo met congruentie (Ne ho visti due, Ne ho comprati tre))