1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (18)

Lekarz Show

Arts Show

Chory Show

Ziek Show

Choroba Show

Ziekte Show

Przeziębienie Show

Verkoudheid Show

Grypa Show

Griep Show

Objawy Show

Symptomen Show

Gorączka Show

Koorts Show

Ból głowy Show

Hoofdpijn Show

Ból gardła Show

Keelpijn Show

Ból brzucha Show

Buikpijn Show

Katar Show

Loopneus Show

Kaszel Show

Hoest Show

Kaszleć Show

Hoesten Show

Zdrowie Show

Gezondheid Show

Zdrowy Show

Gezond Show

Wracaj do zdrowia! Show

Beterschap! Show

Pomagać Show

Helpen Show

Dzwonić Show

Bellen Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

E-mail / formulier voor de huisartsenpraktijk: U ontvangt een bericht van de huisarts nadat u het online formulier heeft verzonden — antwoord, beschrijf uw klachten en stel een datum voor de afspraak voor.


Dzień dobry,

tu lekarka Anna Kowalska z przychodni „Nowe Zdrowie”. Otrzymałam Pana/Pani formularz.

Proszę krótko opisać swoje objawy: co Pana/Panią boli (np. głowa, gardło, brzuch), czy ma Pan/Pani gorączkę, kaszel lub katar.

Proszę też napisać, czy woli Pan/Pani wizytę jutro rano, czy pojutrze po południu.

Pozdrawiam,
dr Anna Kowalska


Goedendag,

hier spreekt huisarts Anna Kowalska van dokterspraktijk "Nieuw Gezond". Ik heb uw formulier ontvangen.

Beschrijf alstublieft kort uw klachten: wat doet pijn (bijv. hoofd, keel, buik), en of u koorts, hoest of loopneus heeft.

Geef ook aan of u liever een afspraak morgenochtend of overmorgen in de middag wilt.

Met vriendelijke groet,
dr Anna Kowalska


Begrijp de tekst:

  1. Co lekarka prosi opisać w wiadomości? Jakie informacje o chorobie są ważne?

    (Wat vraagt de huisarts u te beschrijven in het bericht? Welke informatie over de klachten is belangrijk?)

  2. Jakie dwa terminy wizyty proponuje lekarka i który z nich wolisz? Dlaczego?

    (Welke twee momenten voor een afspraak stelt de huisarts voor en welke heeft uw voorkeur? Waarom?)

Nuttige zinnen:

  1. Dzień dobry Pani Doktor,

    (Goedendag, mevrouw dokter,)

  2. Mam od wczoraj…

    (Ik voel me sinds gisteren…)

  3. Wolę wizytę…

    (Ik heb liever een afspraak…)

Dzień dobry Pani Doktor,

od dwóch dni źle się czuję. Boli mnie głowa i gardło, mam też lekki kaszel i katar. Nie mam wysokiej gorączki, tylko stan podgorączkowy.

Wolę wizytę jutro rano, jeśli to możliwe. Dziękuję za pomoc.

Z poważaniem,
[Imię i nazwisko]

Goedendag mevrouw dokter,

sinds twee dagen voel ik me niet goed. Ik heb pijn in mijn hoofd en mijn keel, en ik heb ook een lichte hoest en een verstopte neus. Ik heb geen hoge koorts, alleen een lichte verhoging.

Ik heb liever morgenochtend een afspraak, als dat mogelijk is. Dank u voor uw hulp.

Met vriendelijke groet,
[Voornaam en achternaam]

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Boli mnie głowa, nie mogę dziś pracować. (Ik heb hoofdpijn, ik kan vandaag niet werken.)
Mam dziś wysoką gorączkę, dzwonię do lekarza rodzinnego. (Ik heb vandaag hoge koorts, ik bel de huisarts.)
Od wczoraj kaszlę i chyba mam grypę. (Sinds gisteren hoest ik en waarschijnlijk heb ik griep.)
Jestem chory, szef mówi: „Wracaj do zdrowia!” (Ik ben ziek, de baas zegt: "Beterschap!")

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Często ___ jesienią, bo wtedy wiele osób w pracy ma grypę.

(In de herfst ___ ik vaak ziek, omdat dan veel mensen op het werk griep hebben.)

2. Dzisiaj nie idę do biura, bo ___ i mam wysoką gorączkę.

(Vandaag ga ik niet naar kantoor, omdat ___ en hoge koorts heb.)

3. W nocy dużo ___ i przez to nie mogę spać.

('s Nachts ___ veel en daardoor kan ik niet slapen.)

4. Czy ___ od rana, czy ___ tylko wieczorem, kiedy wracasz z pracy?

(Hoest je sinds de ochtend, of ___ alleen 's avonds als je van het werk terugkomt?)

Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Jesteś w przychodni. Lekarz pyta: „Dlaczego pan/pani choruje? Jakie są objawy?”. Odpowiedz krótko i powiedz, co czujesz. (Użyj: lekarz, choroba, objawy)

(Je bent in de huisartsenpraktijk. De dokter vraagt: “Waarom bent u ziek? Welke klachten heeft u?” Beantwoord kort en zeg wat u voelt. (Gebruik: dokter, ziekte, symptomen))

Moje objawy to  

(Mijn klachten zijn ...)

Voorbeeld:

Moje objawy to ból głowy i katar.

(Mijn klachten zijn hoofdpijn en een loopneus.)

2. Jesteś w pracy w Polsce. Dzwonisz do szefa i mówisz, że dziś nie pracujesz, bo jesteś chory i masz gorączkę. (Użyj: grypa, gorączka, chorować)

(Je bent op je werk in Polen. Je belt je baas en zegt dat je vandaag niet kunt werken omdat je ziek bent en koorts hebt. (Gebruik: griep, koorts, ziek zijn))

Dzisiaj nie pracuję,  

(Vandaag kan ik niet werken, ...)

Voorbeeld:

Dzisiaj nie pracuję, mam grypę i wysoką gorączkę.

(Vandaag kan ik niet werken, ik heb griep en hoge koorts.)

3. Jesteś w aptece. Masz przeziębienie i silny kaszel. Poproś farmaceutę o coś na kaszel. (Użyj: kaszel, przeziębienie, pomagać)

(Je bent in de apotheek. Je hebt een verkoudheid en een zware hoest. Vraag de apotheker om iets tegen de hoest. (Gebruik: hoest, verkoudheid, helpen))

Proszę coś na  

(Mag ik iets tegen ...)

Voorbeeld:

Proszę coś na kaszel, mam przeziębienie i dużo kaszlę.

(Mag ik iets tegen de hoest? Ik ben verkouden en hoest veel.)

4. Jesteś w domu. Twój polski znajomy jest chory i ma grypę. Pożegnaj się i życz mu szybkiego powrotu do zdrowia. (Użyj: zdrowie, zdrowy, Wracaj do zdrowia!)

(Je bent thuis. Je Poolse kennis is ziek en heeft griep. Neem afscheid en wens hem/haar een spoedig herstel. (Gebruik: gezondheid, gezond, Word snel beter!))

Wracaj do zdrowia,  

(Word snel beter, ...)

Voorbeeld:

Wracaj do zdrowia, życzę ci dużo zdrowia i szybkiego powrotu do zdrowia.

(Word snel beter, ik wens je veel gezondheid en een spoedig herstel.)

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf een korte e-mail (3 of 4 zinnen) aan de huisarts: zeg dat je ziek bent, noem de klachten en vraag om advies.

Nuttige uitdrukkingen:

Dzień dobry, Panie Doktorze / Pani Doktor, / Od wczoraj źle się czuję. / Mam … (gorączkę, kaszel, katar, ból głowy). / Proszę o poradę, co mam zrobić.

Ćwiczenie 7: Gespreksoefening

Instrukcja:

  1. Opisz objawy każdej osoby. (Beschrijf de symptomen van elke persoon.)
  2. Jesteś u lekarza: stwórz dialog. (Je bent bij de dokter: creëer een dialoog.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Boli go szyja.

Hij heeft pijn in de nek.

Masz gorączkę.

Je hebt koorts.

Boli mnie plecy.

Mijn rug doet pijn.

Gdzie cię boli?

Waar doet het pijn?

Mam kaszel.

Ik heb een hoest.

Boli mnie głowa.

Ik heb hoofdpijn.

Boli mnie brzuch.

Ik heb buikpijn.

Czuję mdłości.

Ik voel me misselijk.

...